Van Hendaye (F) naar l'Escala (ES)

Verslag dag 0: Flesje vullen in Hendaye

De vogels zingen hard in Watergraafsmeer om 04.15 ’s ochtends. Nooit geweten dat ons dorp zo mooi kan zijn rond dit tijdstip. Gisteren mijn bagage al in de Mercedes Sprinter gedumpt die we mooi konden stallen op het bedrijventerrein van M3*.
Ik fiets nu met mijn carbon ‘Marlin’ langs het Amstelstation richting de Spaklerweg. Elke keer als ik op mijn nieuwe fiets stap is het even schrikken als ik aanzet. Hij doet namelijk als een slaafse hond precies wat ik zeg. Het is dus geen onzin van Peter Winnen: hoe stijver het frame, hoe sterker je bent. Ik rij langs de Kauwgomballenfabriek. Daar achter ergens staat de bak die ons naar Hendaye (1200 km verder) gaat brengen, het meest zuidelijke puntje van Frankrijk langs de westkust. Het was even schrikken toen ik een foto zag van de huurbak op Whatsapp. Passen daar 9 man, 9 fietsen en 9 tassen in? Achteraf paniek om niks want het past er allemaal makkelijk in bleek gisteren al.

Iedereen is er om 04.30 behalve M8 maar dat is normaal. We stouwen de fietsen en tassen in de achterruimte. Om 05.30 vertrekken we richting Hendaye.
Prima vertoeven in de bus. M6 neemt de eerste chauffeursbeurt. De auto bromt monotoon. Al snel zegt niemand meer wat en doet zijn eigen ding. M1 zou zeggen: de ziel is geland in de groep. Dat zegt hij namelijk ook altijd heel mooi als we met een groepje fietsen en er wordt goed samengewerkt.  H0 nestelt zich gezellig met zijn kin op mijn knie. Dat voelen beesten. Eerst vrienden maken met je grootste vijand. Ik sta er verbaasd van hoe makkelijk H0 zich aanpast aan de situatie. Hij blaft niet, zit of ligt tegen de zijdeur aan, terwijl zijn baasje achter het stuur zit. Dat baasje heeft hem kennelijk goed opgevoed. Eigenlijk is het best een aardig beest, dat voor bijna geen overlast zorgt. Ik luister naar een podcast over Harry Bannink. Deze aflevering vertelt Joost Prinsen (Erik Engerd) over zijn relatie met Bannink. Prachtige liedjes van de Stratemaker-op-zee-show en J.J. de Bom, de kindervriend, brengen mij terug in mijn eigen kindertijd – de jaren zeventig. Ik mijmer een eind weg. Hoe is het mogelijk dat ik de teksten bijna letterlijk kan meezingen? Als kind besef je niet hoe goed die liedjes zijn. De melodie die steeds naadloos op de inhoud aansluit. Goede podcast.

Voor dat ik het weet zijn we al bij Lille. We volgen de TomTom. Voor Parijs nemen we niet de ‘Franciliene’  (de omweg rond Parijs maar wel de snelste qua tijd want nooit files) maar we gaan helaas via de Route Peripherique. Ik heb besloten om mij niet met zulke dingen bezig te gaan houden. Dus in lijdzaamheid bezit ik mijn ziel. Meligheid in de bus want er ontstaat een spelletje wie het eerst de Eiffeltoren ziet. Zo worden mannen van 50 en 60 meteen weer jongens van 14 die bij hun ouders in de auto zitten en een ‘gulden’  kregen als zij het eerst iets konden zien van de vakantiebestemming. Tours, Poitiers, Bordeaux. We gaan als de brandweer.
Dat stuk van Bordeaux naar Hendaye is saai. Vlak land. Allemaal naaldbomen. Maar dan klinkt het verrassende geschreeuw van de altijd enthousiaste M1:
‘VERDOMME, IK ZIE DE PYRENEEëN!’
Iedereen verdringt zich voor de vooruit van de bus. In de verte steken de licht grijze contouren van enorme bergen zich dreigend af tegen de bewolkte lucht. De blauwe bergen van Wipneus en Pim. De Pyreneeën. Daar gaan we ons dus 7 dagen vermaken op de fiets. Als ik naar de hoge toppen kijk, voel ik meteen pijn in mijn benen die het klimmen mij doorgaans oplevert. De wanhoop van terugzakken naar 8 km/u. Zo langzaam gaan dat een vlinder op je stuurlint gaat zitten. Maar het blijft mooi. Zwetend, moederziel alleen zo’n bergweggetje op stampen. Links een watervalletje. Rechts een of ander Romaans kerkje uit de 11e eeuw. En maar hopen dat het minder steil wordt…nog maar 5 km tot de ‘sommet’.
’s Avonds lopen we als opgewonden kinderen op schoolreisje in het Franse kustplaatsje Hendaye, gezamenlijk naar de zee, de Atlantische Oceaan. We vullen een flesje met zeewater en M5 maakt een selfie. We kunnen nu niet meer terug. Dit flesje moet leeg. De tocht moet gereden. Aan de andere kant van de Pyreneeën gooien we het oceaanwater in de Middellandse Zee. Vraag mij niet waarom of hoezo? Het is 778 km fietsen en, geen onbelangrijk detail, 11.000 hoogtemeters verder. ‘Waarom beklimmen mensen een berg,’ vroeg Tim Krabbé zich af in de De Renner. ‘Gewoon, omdat hij er staat.’