Van Hendaye (F) naar l'Escala (ES)

Verslag dag I: Mamils in de mist

Thalassa I. Mamils in de mist from Marlin Burkunk on Vimeo.

 

Bekijk de rit op https://www.relive.cc/view/1032163646?r=ride 

 

 

 

Hoe spreek je Col d’Burdincurutcheta uit?

‘Wacht even, verdomme!’ schreeuw ik de Trappisten toe die vrij plotseling en enthousiast vertrekken van het plein van ons motel, zonder duidelijk signaal. Ik start mijn Strava en voordat ik het weet zit ik zelfs, nog geen minuut onderweg, al in een steile klim midden in het havenstadje Hendaye met M1, die ik makkelijk kan passeren maar na enkele minuten word ik al bijgehaald door M7 en gepasseerd. Zie daar de verhoudingen van deze dag binnen 5 minuten in een micro-setting meteen duidelijk gemaakt. M7 is de beste klimmer. Ik volg als 3e of 4e. Prima, meer hoeft voor van mij (nog) niet. Ik rij sinds ik wat meer kilometers maak vanaf februari veel makkelijker omhoog in juni en dat is voldoende. Een berggeit ben ik niet en zal ik nooit worden met mijn 89 kg.



We zetten weer koers richting het strand van Hendaye, de plek waar we gisteren ‘het flesje’ gevuld hebben. We volgen de weg naar het Noorden, langs de kust naar St Jean de Luz, het havenplaatsje 8 km verderop. De weg volgt de grillige kust met steile rotswanden, diep onder ons. Het zijn korte klimmetjes. Mijn benen voelen goed. Ik ben heel benieuwd hoe de lange klimmen gaan van langer dan 4 km en steiler dan 5%. Die zijn niet te oefenen in Limburg of de Ardennen.

Ik zie hoge golven krullen in de Atlantische Oceaan. Fantastische surfplek hier. We zijn gestart in Frans-Baskenland. Dat zie je overal hier aan de onuitspreekbare plaatsnamen, naast een Franse plaatsnaam. En de typografische vreemde A met een dakje en een driehoekje als liggend streepje. In het havenstadje St Jean de Luz fietsen we dan eindelijk landinwaarts richting Sare, een Baskisch dorpje in de vallei. In tegenstelling tot het hooggebergte dat nog voor ons wielen ligt, bestaan de eerste 100 km van deze etappe meer uit een glooiend landschap met groene weiden en af een toe een heuveltop. Het venijn zit hem duidelijk in de staart. De laatste van de cols die we vandaag doen zal 1327 m hoog zijn (Col de Bagargui), eigenlijk een continue stijgende weg via de Col d’Burdincurutcheta. Dat Baskisch is nauwelijks uit te spreken. ‘Burdincurutcheta’  schijnt volgens Google ijzeren kruis te betekenen. Dat klinkt toch net even anders dan ‘Col de Crois de Fer’. We piepen vandaag even naar Spanje (na de Col St Ignace) maar bij Col d’Izpegi steken we weer de grens over naar Frankrijk. Eigenlijk merk je er niet veel van wat het is allemaal Baskenland.

Rare jongens die Basken…
Ondanks het feit dat dit gewoon een Frans departement is (Pyrénées-Atlantiques ) fietsen we toch in een soort ‘ buitenland’. De Basken zelf (700.000 man aan de Franse kant;  2.7 miljoen aan de Spaanse kant) beweren een van oudste volkeren te zijn van Europa. In de 1e eeuw voor Christus wisten ze aardig stand te houden tegen de Romeinse invloed. Toch hebben ze in die lange geschiedenis nooit een bestuurlijke autonomie bereikt aan de Franse en nauwelijks aan de Spaanse kant. DeBasken zijn altijd onderdrukt geweest door de Spaanse en Franse centrale staten.
Na een klein opleving aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog maakte Franco hardhandig een einde aan de Baskische claims van politieke en culturele erkenning in Spanje. Bekend zijn de maatregelen van Franco om zelfs alle Euskarische schoolboeken te verbranden. Na de dood van Franco eind jaren ’70 kregen de Basken aan de Spaanse kant een eigen schaduwparlement en werd het Baskisch door de Spaanse regering als officiële 2e taal erkend. Eigenlijk is het Baskisch in Spanje wat het Fries in Nederland is. M6 zal zich dus verwant voelen met dit volkje. Uit onze eigen jeugd (dwz voor M3 en M9 (60 lentes jong) de jaren ’60 en voor de rest van de mamils de jaren ’70 en ’80) kennen we natuurlijk de bomaanslagen van de ETA waarbij mensen in koelen bloeden zijn vermoord. En ik zie nog helder de links geëngageerde leraar Geschiedenis voor mij (pakje shag, spijkerjack met Arafat-sjaal) die in de vierde klas een gekleurd beeld gaf van de, in mijn ogen, gewelddadige ETA-terroristen. Hij probeerde mij, ten overstaan van mijn klasgenoten, bij mijn verstand te brengen dat dit toch echt ‘vrijheidsstrijders’ waren…

We zijn hier niet voor de cultuur maar voor het fietsen
Hoe het ook zij: we fietsen nu door Frans-Baskenland en wanneer we zouden stoppen en om ons heen zouden kijken – en dat doen we natuurlijk niet – dan is er fascinerend veel te zien van de lokale cultuur en het landschap. Overal dezelfde witte vakwerkhuizen met rode luiken – bewust slordig afgewerkt rond de sponningen. De prachtige groene en lieflijk golvende weiden, afgewisseld met bossen en vreemde kale heuveltoppen, waar geen bomen opgroeien maar uitsluitend varens. Ik zie uithangborden ‘Baskische kaas’ in dorpjes. En dan die vreemde taal. Fascinerend. Daar zou je meer van willen weten…Maar daar doen we allemaal niet aan. En dit verslag moet ook geen ontdek-je-plekje worden…
We zijn hier cols aan het beklimmen. Dat betekent draaien met je benen, het juiste verzet en trapritme zoeken, waardoor je met zo min mogelijk energieverbruik en rugpijn een col opkomt. Op de col even uitblazen, tegen elkaar zeggen hoe steil het was en wezenloos staren naar een paar verdwaasde koeien met bel. Wachten tot iedereen boven is. Daarna checken op Strava hoe snel of langzaam je was. Ten opzichte van elkaar en ook ten opzichte van een willekeurige prof die toevallig ook hier geklommen heeft.  En daar dan nog het liefst tot diep in de nacht grappen over maken richting je directe concurrent bij een biertje. En dan plotseling een serieuze discussie met de hele groep beginnen of ‘haat’ een goede drijfveer is om jezelf te motiveren bij een fietsprestatie. Het is veel makkelijker om bijvoorbeeld in het rood te rijden en iemand te passeren die je haat. Met dat soort discussies vermaken we ons tijdens de reis. Af en toe wordt er gesproken over hoe mooi de doorkijkjes waren. Maar de lokale gebruiken interesseert niemand ene zier. Het maakt mij niet zoveel uit… Als we langs het plaatsje Inhoua / Ainoha rijden krijg ik toch even de neiging om te rijden. Hier in de buurt loopt ergens een oude bedevaartsroute langs een heuvel met drie kruizen opstaan. Vooral vanwege de christusbeelden die zo onorthodox aan het kruis hangen wilde ik dat tafereel graag zien. Het heeft iets komisch. Jezus die zich niet moedig overgeeft aan zijn doodsvonnis maar zijn lichaam om het kruis krult – als een angstige paaldanser. Bij de kruizen staan grafstenen met krullerige Baskische opschriften. Die Basken hebben iets Keltisch…


Het uitzicht over het dal moet op de heuvel ook magnifiek zijn… Zal ik dan toch omrijden?
Nee, ik ga niet naar Inhoua toe want we zijn hier aan het fietsen, vooral om te kijken wie er het eerste bovenkomt.
De eerste beproeving op dit gebied komt al snel met een klein colletje van 171 m: Col St Ignace. Een colletje van niks, kort en niet echt steil. Dus geknipt voor mij. Ik rij vrij makkelijk omhoog. Ach, en zo’n eerste col kan ik zonder veel schade voor mijn accu op de ‘macht doen’. Uiteindelijk ben ik alleen met M4.  M7 laat het lopen. Waarom weet ik niet want hij is verreweg de sterkste van ons allemaal bergop. Maar zo onvoorspelbaar is M7. Als-ie geen zin heeft, om wat voor reden dan ook, dan is hij er niet. Alleen M4, en heel soms M1, kan hem de baas op een lange klim. Maar nu heeft M7 geen zin.
Col St Ignace? Het is meer een heuveltje van 169 m hoog dat we aan beklimmen zijn. Een mooie opwarmer, dat wel. M4 danst beheerst naar boven. Het valt mij op hoe vaak hij toch omkijkt. Denkt hij nu werkelijk dat ik nog dichter bij hem kan komen? Waarom is hij zo competitief? Dat pas helemaal niet bij zijn karakter. Tijdens de reis ga ik de Mamils beter leren kennen. Achter mij zie ik M1 wel dichterbij komen maar als ik het bordje van de col bereik – de top van de heuvel is een droefgeestig pleintje vergelijkbaar met Valkenburg. Een lullig stationnetje waar een toeristisch treintje stopt dat vanuit het dal dagjesmensen naar boven brengt. Ik blijf M1 gelukkig voor, en ik word in ieder geval 2e. M4 zegeviert.

1. Djoen
2. Marlin
3. JM
(Voor uitslagen van alle cols per dag en tijden per Mamil, zie hier.)

Het serieuzere werk 
Samen met M1 rij ik nog een stukje door, eigenlijk alweer de col afdalend. We besluiten toch maar even te wachten. En meteen, we zijn net een uurtje bezig met onze tocht, is de hele club uit elkaar geslagen. De een slaat verkeerd af. De ander wacht op een plek waarvan niemand het bestaan weet, nog een ander gaat naar het restaurant om te pissen. En natuurlijk gaat er ook een groepje direct door naar col nr 2. Heerlijk – wat een vrolijke anarchie. En het vreemde is – na wat geapp en afspraken die geen echte afspraken zijn, meer richtingen – ontstaat er toch in deze groepsdynamiek een code hoe we dit met zijn allen gaan doen. Een soort arbeiderszelfbestuur, zonder duidelijke leider. Maar het werkt wonderwel. Daar kan elk managementteam een voorbeeld aannemen. 
We gaan op zoek naar de 2e col en passeren het dorpje Sare. Daar verdwalen we hopeloos. Een aantal van ons rijden met gpx-bestanden van de RouteYou routes die M1, M2 en M3 hebben uitgezet op deze website. In eerste instantie gaan we door het dorp richting het Noorden maar er ontstaat twijfel in de groep of dit wel de goede richting is. Ik ben benieuwd wat er nu gaat gebeuren. We komen er niet uit en besluiten om te keren. We rijden rondjes in het dorpje en iedereen heeft een eigen mening welke richting we op moeten. Ik heb een routeboekje (van plaats naar plaats) gemaakt op basis van de RouteYou en de Michelin gids maar ontdek dat in de plaats waar je aankomt, niet elke dichtstbijzijnde plaats standaard staat aangegeven. Dat is een misrekening. We zijn nu op zoek naar het volgende plaatsje ‘Cherchebruit’ maar nergens staat een bordje naar dat gehucht van drie boerderijen. Verdomme, denk ik. Als je naar Ouderkerk fietst staat er toch ook een bordje in Amsterdam.
De 2e col – Col Oxtondo – is iets serieuzer. We zijn bij aankomst 602 meter hoog. Hier hangen al wolken die ons het zicht ontnemen op het dal. Het is ook enorm vochtig en klam in de Baskische heuvels. Zij zijn niet voor niets zo prachtig groen.

 

1. Djoen
2. Marlin
3. JM

Col de Burdunicurtchea
1. Jan Repko,
2. Rinus
3. Marlin

 

 

Col d’Halza 
Col de Bagargi:
1. Jan Repko
2. Rinus
3. Marlin

(Djoen afgestapt door hitte en in de bus, JM inzinking door hitte)

 

 

 

> etappe 1 in 2D