Eens kende men dit geheim, vandaag is men het vergeten:

de wereld bestaat uit eenvallende scherven en is een onsamenhangende chaos die alleen door sterke verhalen bijeengehouden wordt

Geen categorie

J.C. Bloem, ‘De Dapperstraat’ (Quiet Though Sad 1947)

‘De Dapperstraat’

Dapperstraat

Analyse

A. parafrase
(korte samenvatting van het gedicht)

– dfadfadf bjjbbmnbmnb

B. versleer
(herkennen, benoemen en het op waarde schatten van stijlelementen en beeldspraak)

De Dapperstraat is een traditioneel gedicht met een vast metrum en rijmschema:

Sonnet

1. Strofenbouw
kwatrijn (4 regels)
kwatrijn (4 regels)
(volta: wending)
terzet (3 regels)
terzet (3 regels)

2. Rijm
Er sprake van 3 soorten eindrijm
Mannelijk (1-lettergreep) : land –  krant
Vrouwelijk (2-lettergrepen): legen – wegen
Slepend:
(Na de beklemtoonde, rijmende lettergreep volgen nog twee onbeklemtoonde lettergrepen): legen – ertegen , wegen – bewegen

Half rijm door assonantie
(gelijkheid van de klinkers van de beklemtoonde lettergrepen (of klinkerrijm))
tevredenen en legen, stedelijke wegen.

Halfrijm door alliteratie
(gelijkheid van de medeklinkers (of medeklinkerrijm).
miezerige morgen, domweg dapperstraat, langs de lucht.


3. Rijmschema: Italiaans Sonnet

abba (omarmend)
abba
cde (verspringend)
cde

4. Ritme en metrum en versvoet

 

Antimetrie
(betekent dat het algemene metrum van het gedicht bewust (ter benadrukking van dat woord) dan wel onbewust doorbroken wordt; een lettergreep krijgt dan een klemtoon, terwijl hij deze volgens het metrum niet zou mogen krijgen of andersom)
In regel 11 komt antimetrie voor, het woord ‘opeens’ tussen komma’s verbreekt het ritme. Deze stijlgreep zorgt voor de nadruk op de bijzonderheid en kortstondigheid van ‘Wonderen’.

 

5. Enjambement
(Als een (dicht)regel afbreekt op de plaats waar de zin logischerwijze zou moeten doorlopen, omdat er geen natuurlijke pauze valt)
als ze, omrand/
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

6. Beeldspraak
Bij beeldspraak worden zaken uit de werkelijkheid met beeldend taalgebruik op een indirecte of figuurlijke manier omschreven. Zo kan de lezer zich iets goed voorstellen, vaak beter dan wanneer iets uit de werkelijkheid direct omschreven wordt. Met originele beeldspraak krijgen teksten en schrijvers een eigen stijl.

Metafoor

Beeldspraak die berust op vergelijking
r6  De in kaden vastgeklonken waterkant

Zuivere metafoor
In een zuivere metafoor wordt een vergelijking gemaakt, maar alleen het beeld wordt genoemd. Het object waar het beeld naar verwijst, is weggelaten
r 11. De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
Zolderramen als beeld staan hier voor een schilderijlijsten.

Metonymia
Net als bij de zuivere metafoor wordt bij de metonymia wel het beeld maar niet het object genoemd. Groot verschil is, dat er géén overeenkomst is tussen het beeld en het object

 

7. Stijlfiguren
Een stijlfiguur is een opvallende, kenmerkende vorm (figuur) van uitdrukken (stijl). In tegenstelling tot beeldspraak hebben stijlfiguren niets met beelden, objecten of figuurlijk taalgebruik te maken; het zijn taaltrucjes.

Hyperbool
r3: Een stukje bos, ter grootte van een krant,
De vergelijking bos en krant is namelijk erg overdreven.

Antithesis
r11: Wonderen verborgen houden en daarna tonen is een tegenstelling.

Paradox
r13: Verregend, op een miezerigen morgen,
r14: Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.
De schrijver is domweg gelukkig terwijl hij verregend is en in de stad loopt.

Rhetoriek
r2: En dan: wat is natuur nog in dit land?

Personificatie
r11: ‘Het leven houdt zijn wonderen verborgen tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat’

Inversie
(Onderwerp en persoonsvorm omkeren en een zinsdeel er voor zetten)
In de eerste en de een vierde zin van de eerste stofe; in de derde zin van de tweede strofe en de middelste zin in de derde en vierde strofe.

Litotes
(bevestiging door een ontkenning van het tegenovergestelde)
r ‘wie niet veel” in plaat van “niets”

Eufemisme
((spreek uit: uifemisme) is een verzachtende / nette manier van uitdrukken. Meestal doe je dat om iemand niet te kwetsen.)

Understatement
(Bij een understatement zeg je iets ook in voorzichtige bewoording, maar dan met spot.)

 

 

C. Interpretatie
( interpretatie van het gedicht, waarbij ook relevante stijlelementen en beeldspraak hun plek moeten krijgen)

-asdfad