Aanloop (1): hoogte 5 meter

Deze tekening geeft weer, wat gezien zou worden van een punt op een hoogte van 5 meter boven de hand van het kind;

(schaal 1:10)

1 cm = 10 cm

1. De eerste afbeelding waar wij van uitgaan is, zoals wij al zeiden, een van een kind dat zit vóór de school, met een kat op haar schoot. De schaal er van is 1 : 10. Dit betekent dat 1 centimeter op de tekening in werkelijkheid 10 centimeter is. De lengte zowel als de breedte van de afbeelding is 15 cm, zodat een vierkant van 1,5 meter zijde op de tekening zichtbaar is. Een pijl duidt de richting van het noorden aan.
Deze tekening geeft weer, wat gezien zou worden van een punt op een hoogte van 5 meter boven de hand van het kind; dat is dus een hoogte van 1/10 van 5 m of 50 cm op de schaal van de tekening. Wij stellen ons voor, dat alles vanuit dat waarnemingspunt op het horizontale vlak dat gedacht wordt door de hand van het kind “centraal geprojecteerd” wordt.

1. Wij hebben in het begin van ons verhaal niet verteld, waarom wij als onderwerp voor de eerste afbeelding dat meisje met haar poes kozen. De reden is, dat wij willen nagaan, in hoeveel schaalgebieden levende wezens zouden kunnen worden afgebeeld. Tot nog toe vonden wij die alleen in tekeningen no 1, no 2 en no 3. Nu zullen wij voortgaan met uit te zien naar vertegenwoordigers van de levende wereld bij alle volgende schalen. Er zullen wel eens vreemde coïncidenties voorkomen in de komende afbeeldingen: onverwachte dingen zullen samenkomen op de hand van dat meisje! Wij voelen ons echter gerechtvaardigd ze daar samen te brengen, omdat dit ons helpt, hun afmetingen met elkaar te vergeleken. In deze en alle volgende tekeningen geeft nu het kleine vierkant in het midden vanzelfsprekend weer, wat het hele vierkant van de volgende illustratie zal vullen, en het kleinste vierkantje doet dat voor de daarop volgende afbeelding.

1 cm in de afbeelding is in werkelijkheid 10 cm.

Schaal is dus 1 : 10.

button timeline

Most discussed