header_dylan

‘BOBcast’, uren oudeheren over Zimmermann…

Ben je geïnteresseerd in verhalen over de waarde van het totale oeuvre van Bob Dylan? Dan moet je zeker een paar van de 26 afleveringen beluisteren die Chris Kijne en Lars Hulshof hebben gemaakt over dit ongrijpbare fenomeen. Over hoe het icoon van het protestlied in de jaren ’60 zelf alle moeite heeft gedaan om dit niet te worden. Hoe blijf je fans altijd een stap voor?

**** Spotify  (podcast )

Niet alle afleveringen in de BOBcast zijn even goed. Ik zou selectief zijn in het beluisteren. Dat tendentieuze gezeur van Matthijs van Nieuwkerk over Dylan kennen we nu wel. Je moet natuurlijk wel fan zijn van Dylans werk, anders moet je hier niet aan beginnen. Ik zelf had grote voorkeur voor bijvoorbeeld Roel Bentz van den Berg, Huub van der Lubbe, Tim Knol (‘ik luister nooit naar zijn teksten’), Ernst Janz, Iris Koppe, Daan Heerma van Vos (ik val in slaap met Blood on the Tracks, na nr 7) en Gijsbert Kramer.

De kans binnen dit mega-project is natuurlijk aanwezig – als je 26 mensen ander half uur (!) interviewt over hun fascinatie met het werk van Bob Dylan – dat sommige aspecten van de folkzanger uit Duluth steeds terugkomen. Toch gebeurt dit nauwelijks als je de gehele Bobcast beluistert. Het is het onomstotelijke bewijs dat het werk van Dylan tot de Grote Kunst behoort: dusdanig simpel, oorspronkelijk en multi-interpretabel dat iedereen zijn eigen ideeën heeft bij het beluisteren van zijn liedjes.

Of het nu een bestaand folk-liedje is uit de muziekgeschiedenis van Amerika (‘Song to Woody’, 1962 Bob Dylan) uit zijn vroege werk of een ballade van 17 minuten van zijn laatste album die een verhaal vertelt van 50 jaar Amerikaanse geschiedenis, in soms gênant sinterklaasrijm (Murder Most Foul, 2020 Rough en Rowdy Ways) – de luisteraar kan alle kanten op. En dat kun je met de BOBcast ook.

Titel: BOBcast
Beoordeling: ****
Makers: Chris Kijne en Lars Hulshof
Duur: 26 afleveringen van 1,5 uur
Genre: Podcast
Kanaal: Spotify

het onomstotelijke bewijs dat het werk van Dylan tot de Grote Kunst behoort: dusdanig simpel, oorspronkelijk en multi-interpretabel dat iedereen zijn eigen gevoel heeft bij het beluisteren van zijn dichterlijke liedjes

Puur op gevoel begrijp ik zo ongeveer waar het over gaat…

Voor de rest is alles hyper-persoonlijk en de bekende kwestie van smaak. Ik ben fan maar ik ken ook heel veel mensen die gek worden van zijn valse zang en simpel gitaargetokkel. Mijn vrouw bijvoorbeeld vind het ‘depressieve muziek’. En dat is gek want ik word er altijd heel vrolijk van. Maar dat komt ook omdat ik hem waarschijnlijk verkeerd begrijp. Om eerlijk te zijn beluister ik Dylan vanaf mijn puberteit op mijn gevoel. Soms versta ik de tekst niet of begrijp ik het Engels verkeerd. Maar dat maakt voor mijn lol bij het liedje niets uit. Het is een gevoelig deuntje waarbij ik de helft er bij fantaseer. Tim Knol noemt dat in de BOBcast zangzingen. Puur op gevoel begrijp ik zo ongeveer waar het over gaat. En het is in mijn luistergeschiedenis herhaaldelijk voorgekomen dat ik, nadat ik de tekst op zocht, het nummer volledig anders ben gaan bekijken.
Roel Bentz van den Berg maakt het nog bonter: hij beweert dat de muziek en teksten van Bob Dylan direct op ons onderbewuste werken: zonder dat je het echt kan beredeneren appelleert het aan een aantal (nog) niet bewuste gevoelens. Ik heb dat heel sterk bij ‘Bobs dream‘ (1963,The Freewheelin’ Bob Dylan) over zijn (mijn!) jongenskamer waar hij met zijn vriendjes speculeert over de toekomst en de leugenachtige wereld van de volwassenen. Dat nummer beluisterde ik als puber en begreep heel goed waar het over ging, zonder dat ik de woorden kon plaatsen, want wat wist ik immers wat er nog zou komen in het leven als vijftienjarige?

With half-damp eyes I stared to the room
Where my friends and I spent many an afternoon
Where we together weathered many a storm
Laughin’ and singin’ till the early hours of the morn


By the old wooden stove our hats was hung
Our words was told, our songs was sung
Where we longed for nothin’ and were satisfied
Jokin’ and talkin’ about the world outside


With hungry hearts through the heat and cold
We never much thought we could get very old
We thought we could sit forever in fun
And our chances really was a million to one

Of neem nou zo’n nummer als ‘The Ballad of a Thin Man’ (1964, Highway 61 revisited): waar gaat dat nou precies over? Vervreemding? Existentiële angst? Mensen die altijd overal een verklaring voor willen? De burgerlijke maatschappij die altijd iets van je wilt? Of juist het semi-artiesten milieu met allemaal freaks en meelopers? Wie zal het zeggen?

You raise up your head and you ask, “Is this where it is?”
And somebody points to you and says, “It’s his”
And you say, “What’s mine?” and somebody else says, “Well, what is?”
And you say, “Oh my God, am I here all alone?”
But something is happening and you don’t know what it is
Do you, Mr. Jones?


Ik moet altijd denken aan het nummer van Spinvis ‘Het voordeel van video’ waarin dezelfde vreemde vragen worden gesteld:

Schrijft u ‘t liefst met blauw?
Eet u nooit op straat?
Denkt u vaak aan geld of aan iemand van de zaak?


De hoofdpersoon lijkt vervreemd van zijn omgeving of wordt niet goed begrepen door zijn omgeving.

Of neem een van zijn, naar mijn bescheiden mening, beste nummers: ‘Maggie’s Farm’ (1965, ‘Bringing It All Back Home), waarin Dylan met een elektrische gitaar en passant ook afstand doet van zijn oude fans die in hem een folk-held wilde zien. Het nummer kun je op zoveel manieren interpreteren: een puberale opstand tegen de verwachtingen van zijn folk-fans, een aanklacht tegen de conservatieve Amerikaanse maatschappij , een aanklacht tegen racisme en machtsmisbruik… beluister het maar hieronder en oordeel zelf.


"The Lonesome Death of Hattie Carroll " is opgenomen op 23 oktober 1963. Het werd uitgebracht op Dylans album The Times They Are a-Changin' uit 1964 en geeft een algemeen feitelijk verslag van de moord op een 51-jarige Afro-Amerikaanse barvrouw, Hattie Carroll door de 24-jarige William Devereux "Billy" Zantzinger, een jonge man uit een rijke familie van witte tabaksboeren in Charles County, Maryland , en van zijn daaropvolgende straf tot zes maanden in een provinciegevangenis, nadat hij was veroordeeld voor mishandeling.

Het belangrijkste incident dat in het lied wordt beschreven, vond plaats in de vroege uurtjes van 9 februari 1963, bij het witte stropdas Spinsters' Ball in het Emerson Hotel in Baltimore . Met behulp van een speelgoedstok viel Zantzinger ten minste drie van de werknemers van het Emerson Hotel dronken aan: een loopjongen , een serveerster en - om ongeveer 01.30 uur in de ochtend van de 9e - Carroll, een 51-jarige barmeisje . Carroll "had 10 kinderen gebaard" (althans volgens het lied) en was voorzitter van een zwarte sociale club.

Hattie Carroll vertelde collega's: "Ik voel me doodziek, die man heeft me zo van streek gemaakt." De barvrouw en een andere medewerker hielpen Carroll naar de keuken. Haar arm werd gevoelloos, haar spraak dik. Ze zakte in elkaar en werd opgenomen in het ziekenhuis. Carroll stierf acht uur na de aanval. Haar autopsie toonde verharde slagaders , een vergroot hart en hoge bloeddruk . Een ruggenprik bevestigde een hersenbloeding als doodsoorzaak. Ze stierf op 9 februari 1963 om 9.00 uur in het Mercy Hospital .

In juni 1963, nadat Zantzinger's falanx van vijf topadvocaten een verandering van locatie naar een rechtbank in Hagerstown won , verlaagde een panel van drie rechters de aanklacht voor moord tot doodslag. Na een proces van drie dagen werd Zantzinger schuldig bevonden. Voor de aanval op de hotelmedewerkers: een boete van $ 125. Voor de dood van Hattie Carroll: zes maanden gevangenisstraf en een boete van $ 500. De rechters stelden de start van de gevangenisstraf aanzienlijk uit tot 15 september, om Zantzinger de tijd te geven om zijn tabaksoogst te oogsten.

Most discussed