verzet_begint_niet_met_grote_woorden burkunk

R. Campert, ‘Verzet begint niet met grote woorden’ (uit: Betere tijden, 1970)

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden | zoals storm met zacht geritsel in de tuin of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

Analyse

A. parafrase
(korte samenvatting van het gedicht)

Een hele kleine daad van verzet kan uiteindelijk iets heel groots veroorzaken. Het begint allemaal met een kritische vraag te stellen aan jezelf. En hem vervolgens aan iemand anders stellen.

Iemand stelt een vraag (2)

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

B. versleer
(herkennen, benoemen en het op waarde schatten van stijlelementen en beeldspraak)

Verzet begint niet met grote woorden maakt deel uit van een cyclus van 3 gedichten, met de titel ‘Iemand stelt de vraag’. Het gedicht is een zogenaamd ‘vrij vers’, zonder een vast metrum en rijmschema. Het enige structurele element in de opsomming van de tekst is het repeterende woordje ‘zoals’.

F. Beeldspraak
Bij beeldspraak worden zaken uit de werkelijkheid met beeldend taalgebruik op een indirecte of figuurlijke manier omschreven. Zo kan de lezer zich iets goed voorstellen, vaak beter dan wanneer iets uit de werkelijkheid direct omschreven wordt. Met originele beeldspraak krijgen teksten en schrijvers een eigen stijl.

Metafoor

Beeldspraak die berust op vergelijking
Verzet wordt hier figuurlijk omschreven als als een storm, een rivier of een vuurzee.

G. Stijlfiguren
Een stijlfiguur is een opvallende, kenmerkende vorm (figuur) van uitdrukken (stijl). In tegenstelling tot beeldspraak hebben stijlfiguren niets met beelden, objecten of figuurlijk taalgebruik te maken; het zijn taaltrucjes.

Personificatie
Levenloze zaken, niet-menselijke levensvormen of abstracte begrippen krijgen menselijke eigenschappen krijgen toegeschreven of waarbij ze als een (levend) persoon worden opgevoerd.
De niet-menselijke vormen ‘zacht geritsel’, een lucifer maar ook een storm en een vuurzee zijn personificatie’s van verzet.

C. Interpretatie
( interpretatie van het gedicht, waarbij ook relevante stijlelementen en beeldspraak hun plek moeten krijgen)

Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine dingen. Een kritische vraag stellen. Van kijken naar zien, van horen naar luisteren, van vragen naar weten, van weten naar doen.

Most discussed