Bloem geluk Marlin

J.C. Bloem, ‘Geluk’ (Quiet Though Sad 1947)

Bestand 31-03-16 20 54 37

A. parafrase
(korte samenvatting van het gedicht)

– de ik-persoon realiseert zich dat geluk, als je ouder wordt, problematisch is omdat als je ouder wordt je van alles los raakt. Maar soms wordt je overvallen door simpel geluk: het zicht van een nevelige horizon of verscholen bos.

B. versleer
(herkennen, benoemen en het op waarde schatten van stijlelementen en beeldspraak)

‘Geluk’ is een traditioneel gedicht met een vast metrum en rijmschema:

1. Strofenbouw
kwatrijn (4 regels)

2. Rijm
Er sprake van 2 soorten eindrijm Mannelijk (1-lettergreep) en Vrouwelijk (leven / hergeven)

Binnenrijm
leven even

3. Rijmschema:
abab (verspringend) .

4. Ritme en metrum en versvoet

6. Beeldspraak
Bij beeldspraak worden zaken uit de werkelijkheid met beeldend taalgebruik op een indirecte of figuurlijke manier omschreven. Zo kan de lezer zich iets goed voorstellen, vaak beter dan wanneer iets uit de werkelijkheid direct omschreven wordt

Metafoor
Beeldspraak die berust op vergelijking
r1 gang van het leven

Personificatie
Als aan een levenloze zaak menselijke eigenschappen worden toegekend, spreek je van personificatie. Een bepaalde eigenschap maakt dat ‘het ding’ vergeleken wordt met iets menselijks.
r1 de gang van ieder leven / aan het eind
(door dat gebruik van het woord eind wordt ook levensgang een object).

7. Stijlfiguren
Een stijlfiguur is een opvallende, kenmerkende vorm (figuur) van uitdrukken (stijl). In tegenstelling tot beeldspraak hebben stijlfiguren niets met beelden, objecten of figuurlijk taalgebruik te maken; het zijn taaltrucjes. 

C. Interpretatie
( interpretatie van het gedicht, waarbij ook relevante stijlelementen en beeldspraak hun plek moeten krijgen)

Most discussed