jachterwachter burkunk

Monty Python meets Tarantino maar dan Hollands knullig

De campingbeheerder Jachterwachter runt na het overlijden van zijn vader in zijn eentje de aso-camping HIVO (Harmonie In Vele Opzichten). Hij vindt een assistent in Ronnie Bosboom Jr., een voormalig kindsterretje dat door zijn vader naar het podium werd geslagen en nu een tweede leven in de anonimiteit wil beginnen. Maar de campingbewoners hebben al snel door wie Ronnie werkelijk is. Zij eisen een live optreden van hun vertolker van het levenslied. Daar komt nog bij dat zware criminelen ook naar hem op zoek zijn vanwege een ‘diamantenplaat’, die ooit door zijn vader aan hen is verkocht maar een vervalsing bleek te zijn.

Titel: Rundfunk: jachterwachter (juni 2020)
Beoordeling:   ****
Genre: Cultfilm
Regisseur: Rob Lücker
Scenario: Yannick van de Velde en Tom van Kalmthout

Ook als een film volkomen kut is kan zo’n aanvankelijke kutfilm op den duur een cultfilm worden. Daarom heb ik hem alvast maar in dit genre ingedeeld en hem vier sterren gegeven. Want ik heb ademloos naar de eerste bioscoopfilm van de Rundfunk-boys gekeken en af en toe, terwijl de zaal fucking stil was, heel hard gelachen. Gewoon omdat ik een detail heel grappig vond. Ik was met al mijn kinderen (16, 18 en 22 jaar) die net zoals ik fan zijn van de Rundfunk-humor. De stemmetjes van Bartel-Jaap en Heydrich werden binnen ons gezin langdurig geïmiteerd. Maar toch. Mijn harde lach die in de half lege, post-lockdown zaal, in het plafond absorbeerde, vonden zij ronduit ‘beschamend’. Net zoals half Nederland de humor van Rundfunk beschamend vindt.

Spanning en verhaal ontstijgen brave Warmerdam-film

We hebben in ieder geval met zijn allen een leuke avond beleefd. Mooi gestileerde beelden van de klassieke Hollandse camping. Het bekende verwaarloosde toiletblok, scheef hangende caravans en ingevallen bungalowtenten. Vaste bewoners die alleen maar bij de beheerder klagen over wat er allemaal niet deugt op de camping. De overwoekerde speeltuin met een kapotte schommel. Alle clichés zijn aanwezig en dan nog eens in het kwadraat. Maar de spanning en het verhaal ontstijgen een brave Warmerdam-film over het typisch Hollandse. Mooie filters voor de lens roepen de herinnering op van oude kodak-kleuren, alsof je naar een vakantiefolder kijkt uit het begin van de jaren zeventig. Dat is natuurlijk effectbejag want alle shit die er op het campingterrein staat is zorgvuldig door de art director gekozen op cultstatus. Maar dat is ook weer cult op een meta-niveau. De diepvriezer in de campingwinkel met ijsjes; de langspeelplaten-albums van Ronnie Bosboom junior, noem maar op. De paal met de letter HIVO en daaronder de wegwijzers met een klein bordje ‘Raus’ richting onze Oosterburen. Ik werd daar heel vrolijk van. De O valt er natuurlijk al heel snel van af zodat er HIV staat. Het zelfde grapje als bij de neonletters van het restaurant ‘De Gevulde Baars’ waar ‘s avonds de B meer uit dan aan is.

Dat soort humor – weggelegd voor een klein publiek

Ik hou van die uitvergrotingen van clichés die dan toch iets anders lijken te vertellen. Dat levert een soort aangename verwarring op. Niet alleen de grapjes met het decor maar ook de psychologische grapjes in de ontwikkeling van de karakters. Het is bijvoorbeeld volkomen absurd dat je Sinterklaas herkent in Bram van der Vlugt en dat dit personage dan de vader van Jachterwacher is en en ook nog letterlijk de naam draagt ‘vaderfiguur’. En vervolgens op een bizarre manier aan zijn zoon gaat vertellen dat hij wel zijn grenzen moet stellen naar de buitenwereld. Dat soort humor. Het is maar weggelegd voor een klein publiek. Ook daarom heb ik deze film ingedeeld in het genre ‘cult-film’.
Want je moet wel van absurde en bewust-niet-politiek-correcte humor houden. Dan kom je ruimschoots aan je trekken. In de 21ste-eeuw zijn grofweg zo’n beetje alle taboes doorbroken. Maar de scenarioschrijvers, die ook de hoofdrol spelen, zijn toch in staat hier en daar met korte scenes de kijker over wat scherpe randjes te schrapen. Dat vind ik op zich al een prestatie. Maar je moet ervan houden… Nog een voorbeeld: een demente bejaarde die tijdens de klassieke, bekrompen bingo op de camping heel hard bij het balletje K3 Heil Hitler roept. Ik moet daar om lachen. Niet vanwege de provocatie als wel omdat ik mij gewoon heel goed kan voorstellen dat zo’n vrouw dat roept. En hoe grappig dat is als demente bejaarden zich nergens voor schamen en er alles maar uitflappen, in een serieuze setting.

Maria Koevoet, je bent een hoer

Mijn verwachtingen waren natuurlijk hooggespannen na de briljante TV-serie van Rundfunk vol met broeierige pubers en foute humor. Ik was zo’n fan dat ik tot twee keer toe de hele serie op YouTube heb bekeken. Nou ja: we kennen allemaal het succes van Rundfunk. De scene over Heydrich (de leraar Duits die later een Duitse leraar bleek te zijn, gespeeld door Pierre Bokma) die de cijfers opleest van een proefwerk, ging viral. De vraag was natuurlijk of deze humoristische sketches ook zouden passen en hun kracht behouden in een langere bioscoopfilm. Daarin moeten toch ontwikkelingen van de personages en een plot de kijker tot het eind blijven boeien. Wat ik grappig vind aan Jachterwachter is dat het lijkt of makers ook met deze ‘wetten’ van het bioscoopdrama de draak steekt. Soms een beetje flauw door te spelen met de volgorde van de beelden. Bijv. de film, nog voor de start, te beginnen met een absurde mededeling ‘Maria Koevoet, je bent een hoer en onthou die naam’ . En die opmerking toe te lichten na de aftiteling. Echt jammer want zo’n absurde wending is al lang toegepast door Monty Pyhton in de jaren zeventig.

In zijn genre is Jachterwachter een goede film

Soms komen ze wat dit soort wendingen betreft wel origineel uit de hoek. Door plotseling met een serieuze spanningsopbouw, achtergrondmuziek en special effects, een horrorachtige scene serieus uit te spelen. Terwijl het daarna weer rustig voortkabbelt op een absurdistische manier. Die afwisseling van filmgenres (slapstick, horror, geweld, mysterie, familiedrama) in een rap tempo is altijd leuk. Het geeft je ook een idee van hoe vaak bijvoorbeeld Tarantino (de meester van het uitvergroten en omkeren van filmclichés) eigenlijk in herhalingen vervalt in zijn laatste films. Als hij weer het zoveelste personage laat zien die hysterisch lachend met een vlammenwerper de boel even gaat schoonbranden. Het is allemaal al een keer gedaan en de regisseur speelt met die gekunstelde clichés en de Rundfunkboys maken er weer iets anders van in hun scenario. In zijn genre een goede film. Gaat dat zien.

Most discussed