lojong trainning geest

(b) alles is vergankelijk

(punt I – begin met beginnen)

THE ABSOLUTE INEVITABILITY OF DEATH

[aanvaarden]

Tussen blokhaken het associatieve werkwoord waarmee je een praktische invulling kan geven aan de oefening. Bepaal voor jezelf welk werkwoord naar aanleiding van deze slogan, het beste voor jou de theoretische lading dekt.

De realiteit van een komend einde is de belangrijkste factor van elk moment in ons leven. Dankzij het volledig verdwijnen van ‘wat is’ kunnen we overgaan op een ander moment. Als dit moment er eeuwig zou zijn dan hadden we nooit een volgend moment. Verandering is een oneindige beweging. Alles valt uiteindelijk uit elkaar. Dus verlies en dood zijn inherent aan leven.

Maar er komt een tijd dat dit moment niet wordt opgevolgd door een ander moment: dan ben je dood. Omdat we niet weten wanneer dit moment zich zal aandienen, hebben we minder tijd dan we denken. Deze onvermijdelijkheid van een komende dood en de beperkte tijd die we ter beschikking hebben, dwingt ons om zorgvuldig met de tijd, die ons nog rest, om te springen. We mogen geen tijd verliezen.

Memento Mori – Denk eraan te [moeten] sterven…

Als je gaat beginnen met de Lojong is het van belang om je bewust te zijn van deze vergankelijkheid. Memento mori. Aan de andere kant: als de mogelijkheid om ergens van te genieten beperkt is, neemt het genot juist toe want het besef dat je tijd beperkt is, dwingt je keuzes te maken en zorgt voor een grote opmerkzaamheid. Vergankelijkheid kan in die zin ook een bron van vreugde en energie zijn.


Reflectieoefeningen Vergankelijkheid

1. Zet een vaas met plastic bloemen en een vaas met echte bloemen op de tafel: wat valt je op? Zou je een vriend of een vriendin een bos kunstbloemen kunnen geven?

Voor me op tafel staan twee bloementakken. De een misschien een hortensia, een tak in volle bloei met bollen van kleine witte blaadjes en bovenaan uitmondend in kleine knoppen die nog kunnen uitlopen. De ander heeft iets weg van ridderspoor met bloemen in schakeringen van gentiaanblauw. De bladen van de onderste bloemen beginnen al licht te rimpelen, terwijl de bovenste net uit de knop voorzichtig beginnen uit te botten. Terwijl ik zo naar de bloemen kijk zegt iemand me dat de ridderspoor een snijbloem is en de hortensia een kunstbloem. Onmiddellijk verandert mijn beeld.

Wat er verandert is niet zozeer wat ik zie, maar hoe ik me daartoe verhoud. Het is alsof de hortensia opeens wat verder van me afstaat en minder mijn aandacht trekt. Mijn nieuwsgierigheid verliest haar urgentie: ik kan er ook op een ander moment aandacht aan geven en hetzelfde zien. In tegenstelling tot de ridderspoor. Die verandert geleidelijk en onherhaalbaar. Op een manier die uniek is en zich niet laat voorspellen. Die mijn verwondering blijft voeden.

Het is de vergankelijkheid van de ridderspoor die hem voor mij echt maakt. En daardoor waarde geeft. Meer waarde dan de hortensia die opeens onecht, want niet levend, blijkt te zijn. Het is in dat korte moment waarop je de verschuiving ervaart van ‘echt’ naar ‘onecht’ dat je de waarde voelt van vergankelijkheid. Dat wat vergankelijk is iets anders voor je betekent dan wat niet verandert en dat je er anders, zorgvuldiger mee omgaat. Dat je voelt dat verbinding, liefde, zorgzaamheid, tederheid en aandacht onlosmakelijk verweven zijn met vergankelijkheid.

Vergankelijkheid is daarom een bron van vreugde, plezier, zingeving en voldoening. Dat verliezen we weleens uit het oog, wanneer we haar vooral associëren met afscheid, verlies en verdriet.  Dat zouden we onszelf het liefst besparen en daarom is het verlangen naar het eeuwige en onveranderlijke ook altijd in ons aanwezig. Onze oefening is om de vreugde en de zin van het leven niet te zoeken in het onveranderlijke, maar juist in het vergankelijke, in het leven zelf. Onze oefening is om zonder enige terughoudendheid in die stroom te stappen.

2. Lees het gedicht van J.C. Bloem ‘Aanvaarding’: wat valt je op?

Aanvaarding

Toen ik jong was, bestond ik in vormen
Van het leven dat komen zou:
Een vervoerend de wereld doorstormen,
Een lied en een eindlijke vrouw.

Het is bij dromen gebleven;
Ik heb, wat een ander ontsteelt
Aan het immer weerbarstige leven,
Slechts als mogelijkheden verbeeld.

Want ik wist door een keuze verloren
Ieder ander verlokkend bestaan.
Ik heb dan ook niets verkoren,
Maar het leven is voortgegaan.

En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
Is de aanvang gelijk, die het had:
Onder Hollandse regenluchten,
In een kleine Hollandse stad.

Ingelijfd bij de bedaarden
Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
Men begint met het leven te aanvaarden
En eindlijk aanvaardt men de dood.

J.C. Bloem, Sintels, 1945.

3. Ga naar het Frans Halsmuseum en bekijk het schilderij ‘Vanitas’ van Pieter Claesz: wat valt je op?

Dit Vanitas-stilleven van Pieter Claesz. uit 1630 is er een klassiek voorbeeld van hoe een schilder het thema vergankelijkeheid in een beeld probeert te vangen. Het vanitas stilleven is een sub genre van stilleven schilderkunst. Het eerste vanitas stilleven dateert van 1603 (geschilderd door Jacob de Gheyn II). In dit type stilleven staat de vergankelijkheid van het aardse leven centraal. Het is een genre dat veelvuldig door Claesz. is toegepast. In dit stilleven wil de kunstenaar vooral het vergaren van kennis relativeren. Menselijke geleerdheid en boekenwijsheid stelt niets voor, in vergelijking tot de oneindige wijsheid van God, is zijn boodschap.

Claesz. gebruikt in dit schilderij vier gebruikelijke stilleven attributen, die vergankelijkheid symboliseren: een schedel, een omgevallen glas, een horloge dat opgewonden moet worden (let op het opwindsleuteltje aan het blauwe lintje) en een olielamp, die net is uitgegaan. We zien nog net een beetje rook van het pitje afkomen. De menselijke kennis wordt door een boek, een ganzenveer en enkele stukken perkament weergegeven. Het stilleven is geschilderd in een overwegend bruin, groen en grijs palet, wat heel gebruikelijk was tussen 1620 en 1650 voor de schilderijen van zowel Claesz. als Heda.

4. Lees het boek van Irvin Yalom ‘Tegen de zon in kijken’ (2021): wat valt je op?

‘Over ‘alles vervaagt’ heb ik al het een en ander gezegd, dus nu buig ik me over de implicaties van de tweede bewering. ‘Alternatieven sluiten elkaar uit’ is de achterliggende reden waarom zoveel mensen tot wanhoop worden gedreven door de noodzaak een beslissing te nemen. Elk ja houdt een nee in, elke positieve keuze be­tekent dat je andere keuzen moet laten vallen. Menigeen schrikt ervoor terug om ten volle te bevatten wat de onvermijdelijke grenzen en beperkingen zijn die nu eenmaal met het bestaan gepaard gaan.’
‘Alternatieven sluiten elkaar uit’ was iets wat misschien wel voor anderen gold, maar niet voor hem. Hij hield er voor zichzelf de mythe op na dat het leven een eeuwigdurende spiraal omhoog was naar een steeds grootsere en mooiere toekomst en hij verzette zich tegen alles wat die mythe in gevaar bracht.

Aanvankelijk zag het ernaar uit dat we ons tijdens de therapie moesten buigen over kwesties die met lust, trouw en besluiteloosheid te maken hadden, maar uiteindelijk ging het om het onderzoeken van diepere, existentiële zaken: zijn overtuiging dat zijn ster eigenlijk alleen maar voortdurend zou stijgen en steeds meer zou stralen, en dat hij tegelijkertijd vrijgesteld zou blijven van de beperkingen die voor andere stervelingen golden, zoals de dood. Les voelde zich (net als Pat uit hoofdstuk drie) ernstig bedreigd door alles wat maar zweemde naar dingen opgeven: hij deed er alles aan om te ontkomen aan de regel ‘alternatieven sluiten elkaar uit’, en zodra we erachter waren dat hij dat probeerde, konden we gerichter werken en verliep de therapie aanzienlijk sneller. Toen hij eenmaal accepteerde dat hij bepaalde dingen moest opgeven en er niet meer op uit was alles vast te houden wat hij ooit had […]’

Uit: Irvin D. Yalom. ‘Tegen de zon in kijken’

5. Ga naar het toneelstuk Macbeth van Shakespeare – wat valt je op?

Macbeth krijgt te horen dat zijn vrouw zelfmoord heeft gepleegd. Hij is ten einde raad. Hij steekt een klaagzang af over de vergankelijkheid van het leven. Maar dan in het perspectief van zijn eigen immorele daden. Want hij heeft in zijn machtswellust allerlei grenzen overschreden. Vergankelijkheid krijgt hierdoor een andere betekenis dan in het uitgangspunt van de Lojong . Juist omdat alles vergankelijk is lijkt alles zinloos. ‘Signifying nothing.’

She should have died hereafter;
There would have been a time for such a word.
Tomorrow, and tomorrow, and tomorrow,
Creeps in this petty pace from day to day
To the last syllable of recorded time,
And all our yesterdays have lighted fools
The way to dusty death. Out, out, brief candle!

Life’s but a walking shadow, a poor player
That struts and frets his hour upon the stage
And then is heard no more: it is a tale
Told by an idiot, full of sound and fury,
Signifying nothing.

vertaling:

Morgen, en morgen, en morgen,
Kruipt op z’n gemak van dag naar dag,
Tot de laatste lettergreep van de vertelde tijd.
En al onze gisterens hebben dwazen
De weg belicht naar een doffe dood. Uit, uit, flakkerende lamp!

Ons leven is een dolende schaduw, een dwaas
die pronkt en tiert op het toneel, en na
het vertoon in het niets verdwijnt. ‘t Is een verhaal
verteld door een malloot, dat niets beduidt.

Tel je zegeningen – hoeveel weken heb je nog te leven?

Ga naar https://app.4kweeks.com/ en vul je geboortedatum in.

WARNING: You may experience some existential crisis followed by a rush of motivation to get the most out of every week.

Wat voel je?

(vrij naar Norman Fischer, Training in compassie – Zen Teachings on the Practice of Lojong en de zenlessen van Arthur Nieuwendijk, Zen.nl Amsterdam)

vorige
volgende

Your Header Sidebar area is currently empty. Hurry up and add some widgets.