weteringplantsoen herfst Burkunk

J.C. Bloem, ‘November’ (uit: Media Vita, 1931)

November

Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.

En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.

De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.

J.C. Bloem (1887-1966) 
Uit: Media Vita (1931)

Analyse

A. parafrase
(korte samenvatting van het gedicht)

Een  persoon worstelt om zijn droefheid, die elk jaar terugkeert tijdens de herfst, weerstand te bieden. Aan het eind van het gedicht geeft hij zich gewonnen.

B. versleer
(herkennen, benoemen en het op waarde schatten van stijlelementen en beeldspraak)

November is een traditioneel gedicht met een vast metrum en rijmschema:

Sonnet

1. Strofenbouw
4x een kwatrijn (4 regels)
(volta: wending)? Met enige moeite zou je de volta kunnen plaatsen tussen de strofe  ‘Om te ontkomen aan den tijd‘ en ‘Altijd november, altijd regen‘ want  de persoon gaat  plotseling over van het terugdenken aan de tijd die voorbij is naar de tegenwoordige en toekomstige (al-)tijd.

2. Rijm
Er sprake van 2 soorten eindrijm:
Mannelijk (1-lettergreep):  belaagd / draagt 
Vrouwelijk
(2-lettergrepen): gelaten/ straten
Slepend:
(Na de beklemtoonde, rijmende lettergreep volgen nog twee onbeklemtoonde lettergrepen): gingen /  erinneringen

Half rijm door assonantie
(gelijkheid van de klinkers van de beklemtoonde lettergrepen (of klinkerrijm))
In de tweede en derde regel met hun vier donkere a-klanken is assonantie te horen:  de drie sleutelwoorden van het gedicht ‘najaar’, ‘belaagt’ en ‘hart’ hebben dezelfde sombere klankkleur en klitten aan elkaar vast. Deze donkere a-klank komt zes keer terug in de tweede strofe: ‘En in de kamer, waagelaten / Het daaglijks leven wordt verricht, / Schijnt uit de troosteloze straten / Een ongekleurd namiddaglicht.’

Halfrijm door alliteratie
(gelijkheid van de medeklinkers (of medeklinkerrijm).
 Om te ontkomen’ uit de laatste strofe allitereert lekker maar is eigenlijk een klinker.


Binnenrijm
(= rijm binnen één versregel)
De laatste strofe kent twee maal een binnenrijm. De woorden ‘regen’ en ‘lege’ kunnen trouwens ook als binnenrijm opgevat worden, omdat de laatste twee regels eigenlijk één zin vormen.  De voorlaatste regel krijgt een volledige weerklank in de laatste regel. Vier paukenslagen van het woord ‘altijd’. 

3. Rijmschema: Italiaans Sonnet

abab  (=gekruist rijm)

4. Ritme en metrum en versvoet

Het gedicht kent een gescandeerd metrum met consequent vier jamben per regel, of alternerend negen en acht lettergrepen per regel, waarbij de negende lettergreep een stemloze –e bezit.

Antimetrie
(betekent dat het algemene metrum van het gedicht bewust (ter benadrukking van dat woord) dan wel onbewust doorbroken wordt; een lettergreep krijgt dan een klemtoon, terwijl hij deze volgens het metrum niet zou mogen krijgen of andersom)
Het woord ‘altijd’ wordt in de laatste twee regels 4 x gebruikt.  Deze  verstoring wordt nog extra benadrukt door antimetrie, door de laatste en voorlaatste regel met een beklemtoonde lettergreep te laten beginnen in plaats van met een onbeklemtoonde zoals in alle andere regels. 

5. Enjambement
(Als een (dicht)regel afbreekt op de plaats waar de zin logischerwijze zou moeten doorlopen, omdat er geen natuurlijke pauze valt)

Tweemaal treffen wij een enjambement aan; in de eerste strofe loopt de tweede regel door in de derde en in de derde strofe is dit eveneens het geval. Hiermee doorbreekt de dichter het gevaar dat het strenge metrum en strakke rijmschema de cadans van het vers tot een dreun maken.
en belaagt / 
Het hart,

Er is allengs geen onderscheid /
Meer tussen dove erinneringen

6. Stijlfiguren
Een stijlfiguur is een opvallende, kenmerkende vorm (figuur) van uitdrukken (stijl). In tegenstelling tot beeldspraak hebben stijlfiguren niets met beelden, objecten of figuurlijk taalgebruik te maken; het zijn taaltrucjes.

Personificatie
het najaar belaagt het hart 

Inversie
(Onderwerp en persoonsvorm omkeren en een zinsdeel er voor zetten)
Verloren zijn de prille wegen

Litotes
(bevestiging door een ontkenning van het tegenovergestelde)

Eufemisme
((spreek uit: uifemisme) is een verzachtende / nette manier van uitdrukken. Meestal doe je dat om iemand niet te kwetsen.)

Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.

C. Interpretatie
( interpretatie van het gedicht, waarbij ook relevante stijlelementen en beeldspraak hun plek moeten krijgen)

Niet heel ongelukkig worden zit hem vooral in geen verwachtingen hebben. En acceptatie van de situatie. Een lichtpuntje: het hart is steeds gewender om de pijn te dragen; hoe ouder hoe groter de veerkracht.

Most discussed