The_Joker Burkunk

‘Joker’: wat valt er eigenlijk te lachen?

De ijzingwekkende gekte achter het kwade comic-personage The Joker, afgezet tegen het alledaagse leventje in de fictieve stad Gotham in het Amerika van de jaren ’80 waar superhelden dit keer ontbreken.

 ****  (amazon video)

De titel van deze film is misleidend. Bij Joker denk je meteen aan ‘the’ Joker uit superheldenfilm Batman. Heeft deze klassieke superschurk uit Gotham, eeuwige aartsvijand van Bruce Wayne, nu eindelijk zijn eigen solo comic? Ja en nee. En dat is meteen het bijzondere aan deze anti-heldenfilm. Ondanks de vele referenties naar het stripverhaal is de film een serieus psychologisch drama, vertelt vanuit het perspectief van een psychiatrische patiënt die werkt als een clown en zich soms schminkt als ‘ The Joker’. De persoon Joker doet natuurlijk wel denken aan de klassieker. In de comic is ‘The Joker’ psychotisch geworden door seksueel misbruik in zijn jeugd. Zijn vader sneed zijn mondhoeken met een mes wat hoger zodat hij niet zo ‘fucking serious’ leek. Genoeg reden om te veranderen in een sadistisch moordende bruut die Batman het leven zuur maakt.
De setting van de nieuwe film is hetzelfde maar heeft, zeg maar, een meta-niveau er bij gekregen. Het is nog steeds een naargeestig Gotham City, gemodelleerd naar een grote stad in de VS van de jaren ’80. De Joker uit de film van Todd Phillips is ook getraumatiseerd maar leeft als een opvallend onopvallende man zijn leventje samen met zijn oude moeder in een achterbuurt. Hij voelt zich door zijn ziekte (hij heeft hele harde, oncontroleerbare lachbuien in het openbaar) miskend en hij verliest uiteindelijk zijn baan.

Titel: Joker (2019)
Beoordeling: ****
Genre: Superhelden
Regisseur: Todd Phillips
Scenario: Todd Philips, Scott Silver, Bob Kane, Bill Finger and Jerry Robbinson

Cinematografie: Lawrance Sher
Uitzendkanaal: Amazon Video (neem een gratis trial abonnement)

Deze eigenaardige man zou heel goed je buurman kunnen zijn. Het meelijwekkend persoon, prachtig neergezet door Joaquin Phoenix, draagt overigens wel de naam Arthur Fleck uit de comic. Maar zijn karakterontwikkeling overstijgt meteen de stripverhaal-werkelijkheid. Zij confronteert de kijker hard met hoe de samenleving werkelijk omgaat met iemand die geestelijk ziek is. Ook voelen we als kijker de gekte van Fleck heel nabij door fantastisch camerawerk en geluid. Shots van beklemmende stegen, dreigende metrotunnels, gangen in een ziekenhuis maar ook voorbijgangers die iets in hun schild lijken te voeren: je kijkt als het ware met de psychotische blik van een patiënt. Soms vervagen de normale straatgeluiden als Fleck afglijdt in een waan.
Ook de narcistische trekjes van Fleck (hij wil heel graag standup comedian worden en droomt zichzelf een geïdealiseerd personage ) zijn zo invoelbaar dat je denkt dat Phoenix zelf in een inrichting heeft gezeten. Hoogtepunt van dit staaltje method acting is de berucht geworden scene op de trap waarin Fleck (hij heeft net iemand vermoord en bevindt zich in een psychose) een dance macabre uitvoert. Die scene is vanwege de euforie waarin Fleck zich bevindt ontroerend maar tegelijk zo huiveringwekkend als je je realiseert wat er net gebeurd is. Vooral door de muziek ‘Rock and Roll Part 2’ van Gary Glitter een klassieke scene geworden. De rel dat Glitter, die voor kindermisbruik in de gevangenis zat , een flinke vergoeding kreeg voor de rechten van de muziek, is onbedoeld een onderdeel van de boodschap van de film: de Amerikaanse maatschappij is zo rot als een mispel.

Most discussed