Hortus Botanicus Humaniora Burkunk

Het effect van blootstelling van dokters aan de Hortus van Amsterdam

In dit artikel onderzoeken we of kennis van humaniora effect heeft op de genodigden bij het afscheid van Yolanda van der Graaf als hoofdredacteur van het NTvG. De uitkomst van het voorspellende onderzoek is dat er sprake zal zijn van een reflectiemoment op het eigen vakgebied van de genodigden (voornamelijk artsen) na het bezoek aan de afscheidsborrel in de Hortus Botanicus te Amsterdam. Wie zich realiseert dat de kruidentuin in 1632 is opgericht door het stadsbestuur naar aanleiding van terugkerende pestepidemieën, wordt zich bewust van de relaties tussen een epidemie, gezondheidszorg, bestuurlijke innovatie en wereldwijde handel in heden en verleden.

Een onderzoek naar de waarde van humaniora

‘Denk je, Marlin, dat dokters beter in hun vak worden als ze een roman van Van Dis lezen over hun dominante moeder? vraagt mijn collega, terwijl ze peinzend voor zich uit kijkt.

Het moet ergens in 2015 zijn geweest dat ik deze zeer directe vraag voorgelegd kreeg van onze hoofdredacteur die in september 2020 afscheid heeft genomen. Yolanda had de roman, waarin de nare en liefdeloze moeder van Van Dis een hoofdrol speelt, op mijn bureau zien liggen. Zij bleek hem ook gelezen te hebben.

Sinds ik bij het NTvG werkte, waren we al een paar jaar kamergenoten. Als zij niet beneden ‘in hoofdredactie zat’, spraken we op woensdag altijd even kort over van alles en nog wat. Soms heel persoonlijk. Ik heb heel goede herinneringen aan deze korte maar zeer betrokken gedachtewisselingen. Ik zal haar aanwezigheid op kantoor enorm missen. Nooit meer die relativerende opmerkingen om mij op te beuren. Bijvoorbeeld als er zaken dreigden mis te gaan met de website (‘Gaan er mensen dood? Nee? Nou, dan zal het best meevallen’), haar stokpaardjes (‘Deze mensen kosten me zoveel geestelijke calorieën’) en niet te vergeten haar analyse van perfectionisme (‘Die mocht zeker niet als baby in haar broek poepen’)… ik zal dat allemaal enorm missen.
Yolanda was als collega altijd recht voor zijn raap en heel humoristisch. Met haar röntgenblik keek ze dwars door je heen, waardoor je de beleefdheid, die je nu eenmaal in acht neemt bij een professor epidemiologie, meteen laat varen en ook direct zegt wat je van de zaken vindt.

‘Nou,’ antwoordde ik op haar vraag over de waarde van het lezen van een roman voor het vak geneeskunde, ‘als je een patiënt in je spreekkamer hebt met een klinische depressie dan kan het best zin hebben. Als dokter moet je toch kunnen invoelen wat een dominante moeder met iemand doet. Het lezen van een roman over die problematiek tijdens je studie kan daaraan bijdragen. Bovendien kun je zo’n roman ook aan je patiënt adviseren. Dan hoef je niet meteen pillen voor te schrijven…’
‘Ah…’ gilde Yolanda op haar karakteristiek wijze. ‘Alle studenten moeten Madame Bovary lezen! Dat heeft Jan van Gijn ook wel eens geroepen in het NTvG.’

Over dat soort dingen spraken we dan op zo’n woensdagmiddag. Yolanda had voor iemand die altijd bezig is met de vraag ‘is het artikel methodologisch betrouwbaar en relevant’, een verrassend grote belangstelling voor de zachte vakken op gebied van kunst en cultuur. Dit is een kennisgebied waar een bewijs natuurlijk ver te zoeken is. De gesprekken die we daarover hadden, waren altijd heel leerzaam. Ik knoopte alle literatuurverwijzingen van de professor goed in mijn oren en zocht de artikelen achteraf op in de site om ze te lezen. Zo las ik inderdaad dat oud-hoofdredacteur J. van Gijn iets dergelijks had gesteld over de waarde van de humaniora voor het curriculum van een student geneeskunde:

‘Ik heb wel eens, half gekscherend, beweerd dat het meer waard is om Oorlog en vrede, Der Zauberberg en Madame Bovary gelezen te hebben dan negens te halen voor natuur- en scheikunde.’ (1)

En zo ontdekte ik ook dat het NTvG een rubriek had met die rare, archaïsche naam. De content die je onder de rubriek ‘humaniora’ vond, waren artikelen over kunst en cultuur, soms in relatie tot geneeskunde. Tijdens de migratie in een herbouwproject van onze website had ik die rubriek natuurlijk wel eens voorbij zien komen, maar nooit inhoudelijk bekeken. Als historicus vond ik ‘humaniora’ een misleidende term. Want heel puristisch gesproken dekt het niet de lading die het NTvG eraan geeft. De ‘studia humanitas’ is een ideaal uit de Renaissance. Het getuigt van de wedergeboorte van interesse voor de ‘Klassieken’ (dat wil zeggen: de studie van de Griekse en Latijnse letterkunde). 
Maar gezien de inhoud van de artikelen die het NTvG onder deze rubriek heeft ondergebracht, lijkt de term breder geïnterpreteerd. Het NTvG ziet humaniora als geesteswetenschappen, dus taal, geschiedenis, kunst, theologie en filosofie. Deze betekenis lijkt ook op de definitie van het Engelse woord humanities: studies die zich richten op het opbouwen van algemene ontwikkeling en intellectuele vaardigheden. Dus niet gevangen blijven zitten in de tunnelvisie van één vakgebied. De humaniora staan natuurlijk wel in fel contrast met een exacte natuurwetenschap als geneeskunde, waar biologie, scheikunde en natuurkunde de onderzoeksresultaten onderbouwen met bewijs.

Omdat het NTvG een platform is dat de harde medische kennis dient te verspreiden onder vakgenoten, wordt er weinig aandacht besteed aan de humaniora. Daarom wil ik in dit artikel een lans breken om de humaniora weer op ‘de plank’ te krijgen van de bladmanager. Als bewijs zal ik een setting beschrijven die een aantoonbaar effect heeft op het reflectief vermogen van dokters. Als lezer van dit artikel in het themanummer YOLANDA. behoort u waarschijnlijk ook tot de genodigden van de afscheidsborrel. Daarmee gaat u het levende bewijs vormen van de waarde van humaniora.

Ik ga uit van de volgende onderzoeksvraag: Wat is het effect op genodigden van de afscheidsborrel van Yolanda van de blootstelling aan de Hortus Botanicus van Amsterdam uit 1683?

Een ‘Artzenijtuin’ als gevolg van een epidemie

Iedereen die de afscheidsborrel van Yolanda in de palmenkas bezoekt, zal de toegangspoort (zie fig. 1) van de Hortus Botanicus passeren. In de sierlijke bocht die de Plantage Middenlaan na de brug over de Nieuwe Herengracht maakt, zie je hem al staan. Voor ons onderzoek naar de waarde van humaniora vragen we ons steeds af: Wat is het effect op artsen van zo’n blootstelling aan een detail van cultureel erfgoed (in dit geval: de symboliek op de poort) ? 

Figuur 1.

(foto: M. Burkunk)

Allereerst zal de dokter getriggerd worden door het schip links op de hekpijler van de poort. Dat is gek, vraagt zij zich af, wat doet nu zo’n VOC-schip bij een Hortus? Het schip doet haar in ieder geval denken aan de 17e eeuw. Tjee, denkt de dokter. Die Hortus is echt oud. Rechts ziet zij het gebeeldhouwde wapen van Amsterdam met de Andreaskruisen. Dat is duidelijk. De Hortus moet in opdracht van het stadsbestuur ingericht zijn, misschien wel als onderdeel van de UvA. De biologiefaculteit? Of bestond die nog niet in de 17e eeuw? De dokter wandelt nu door de poort richting de Hortus.
Eenmaal binnen kijkt zij uit over een zee van planten, bloemen en bomen. Daarvoor ligt een halfrond met buxushaagjes: strak en symmetrisch. Rechts staan vrij moderne kassen. Helemaal links ziet zij een groot pand dat zeker niet uit de 17e eeuw stamt. Zij leest op een bordje dat dit pand het Hugo de Vries-laboratorium heet. Deze hoekige bakstenen burcht is duidelijk aan het begin van de 20ste eeuw gebouwd. Helemaal bovenop, op de hoogste schoorsteen, ziet ze wel iets dat aan de Gouden Eeuw doet denken: het is een prachtige windvaan in de vorm van een schip (zie fig. 2). Het is zo’n zelfde schip als op het toegangshek. De palmenkas waar de afscheidsborrel van Yolanda zal worden gehouden kan zij niet zien. Die zal wel achter die bomen liggen, denkt ze.

Figuur 2.

De windvaan staat symbool voor de schepen die uit het buitenland goederen aanvoerden. In het geval van de Hortus kun je daarbij denken aan de koffieplant die verder is gekweekt om moederplant te worden van de koffiecultuur in Nederlands-Indië. De windvaan is ontworpen door Van der Meij, de architect van de Amsterdamse School’ die ook het Hugo de Vries-laboratorium (1911) op het Hortus-terrein ontwierp (foto: M. Burkunk)

De dokter is vrij vroeg voor de afscheidsborrel en neemt plaats op een bankje en laat alle indrukken op zich inwerken. Zij ziet tussen de haagjes voor zich, een bordje staan dat bezoekers oproept om een podcast te beluisteren. Ze heeft nog tijd genoeg voor de festiviteiten beginnen. Na het scannen van de QR-code doet zij haar oortjes in en klikt op de button van de player van haar telefoon.

‘De Hortus is het resultaat van een reeks noodmaatregelen in de zeventiende eeuw die het stadbestuur van Amsterdam naar aanleiding van regelmatig terugkerende pestepidemieën heeft getroffen,’
hoort zij een mannenstem vertellen. Door te luisteren naar de podcast krijgen de eerste indrukken van het bezoek meteen een diepere betekenis. Omdat er bijvoorbeeld een relatie blijkt te zijn tussen de Hortus en pestepidemieën in de 17e eeuw, reflecteert zij direct over de gevolgen van COVID-19 voor haar dagelijkse praktijk en voor de maatschappij.

De podcast vervolgt:

‘In 1635 vielen er in Amsterdam zo’n 35.000 doden als gevolg van de pest: meer dan een tiende van de bevolking. Een geneesmiddel tegen de pest bestond er niet. Laat staan dat er bij de geneesheren van toen kennis was over de oorzaak. Wel realiseerde men zich dat de ziekte door middel van isolatie beter beheerst kon worden. Een stad als Londen was zelfs gesloten voor schepen uit Amsterdam uit angst voor besmetting.’

Hé, denkt de dokter, niets nieuws onder de zon. Ook toen waren bestuurders bang voor de tweede golf. Zij deden er alles aan om een volgende uitbraak te voorkomen.

‘Geneeskunde als georganiseerde, wetenschappelijke discipline – gedragen door een universiteit – bestond nog niet in Amsterdam aan het begin van de 17e eeuw . Er waren ook nog geen gestandaardiseerde leerboeken met medische kennis. Wel begonnen de zogenaamde “doctores medicinae” en chirurgijns zich te verenigen in gilden. Ook waren er rondtrekkende chirurgijns die zich vaak in moeilijke (en gevaarlijke) ingrepen hadden bekwaamd, zoals het verwijderen van blaasstenen. Zij konden hun vaardigheden met toestemming en onder het toezicht van gilden in verschillende steden inzetten. Deze vroegmoderne specialisten hadden hun kennis vaak in de praktijk opgedaan, bijvoorbeeld in de strijdkrachten. Ook was er een bonte groep die geen opleiding had genoten maar wel allerlei medische adviezen, heelkundige ingrepen en geneesmiddelen aan de man bracht. Dit deden deze handelaren vooral op jaarmarkten. Vooral die laatste groep kwakzalvers wilde het stadsbestuur bestrijden.’ (2)

De dokter ziet inmiddels collega’s in de Hortus arriveren. Zij blijft luisteren naar de podcast. Ha, denkt ze, een jaarmarkt toen of een congres nu. De farma-industrie is een eeuwig kwaad. Toch bijzonder, denkt ze verder, door de pestepidemieën wordt het stadsbestuur van Amsterdam min of meer gedwongen het, zoals wij nu zouden zeggen, zorgsysteem beter te organiseren. Dat zou ook nu een van de positieve effecten kunnen zijn van de COVID-19-ramp. Jammer dat er alleen een ramp nodig is voor innovatie in mijn vakgebied. Dat is kennelijk van alle tijden…

De podcast gaat verder:

‘Het stadsbestuur stelde onder druk van de gevolgen van de terugkerende epidemieën dat de medische kennis en onderzoek voortaan moesten worden gedeeld en onderwezen door vaklui. Ook moest er een standaard komen voor samenstelling en doseringen van geneesmiddelen. Het bleek namelijk dat het medicijn, waarvan men dacht dat het effectief was tegen de pest, niet in dezelfde samenstelling werd voorgeschreven. Bovendien waren veel personen die zich als geneesheer voordeden en deze middelen voorschreven slecht opgeleid.

Als eerste maatregel van het stadsbestuur kreeg de beroemde Amsterdammer Nicolaes Tulp de opdracht om een receptenboek op te stellen. Tulp was niet alleen doctor medicinae maar ook praelector anatomiae (voorlezer in de anatomie) van het chirurgijnsgilde en was een geneesheer met groot aanzien. Bovendien was hij ook actief als schepen in het stadsbestuur. Deze dubbelpositie zorgde ervoor dat hij veel invloed had. In 1636 kwam hij tot de uitgave van de Pharmacopoea Amstelredamensis, een receptenboek dat al snel verplichte lectuur voor chirurgijns en apothekers werd. Het apothekersgilde baseerde op deze kennis een examen dat nieuwe apotheker moesten afleggen alvorens een zaak te mogen openen.’

De dokter moet glimlachen bij het horen van deze informatie uit de podcast. Nicolaas Tulp kende zij natuurlijk van het schilderij van Rembrandt. Het was bovendien jaren de homepage geweest van www.amc.nl. Dat Tulp ook een receptenboek had samengesteld wist zij niet (zie fig. 3). Dat zo’n geneesheer in de 17e eeuw een bestuursfunctie had verwonderde haar. Zij moest denken aan Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid en epidemie-bestrijder nummer 1, maar nooit één medisch leerboek ingekeken.

Figuur 3

Een farmacopee is nog steeds een officieel handboek met voorschriften voor de analyse van geneesmiddelen. In dit door de staat uitgegeven handboek zijn de standaardeisen geformuleerd waaraan farmaca en de preparaten ervan bereid ervan moeten voldoen. De samenstelling van het handboek berust bij een van staatswege benoemde commissie. Credit: Title Page of Pharmacopoea Amstelredamensis… Wellcome Collection.

‘Als tweede maatregel besloot het stadsbestuur in 1638 tot de inrichting van een zogenaamde “Artzenijtuin”.
Deze tuin was nog niet hier op de Plantage gevestigd maar een eind verderop, binnen de grachtengordel (waar nu de Keizersgracht en Utrechtsestraat elkaar kruisen). Daar werd een tuin aangelegd om de plant- en geneeskunde te voorzien van studiemateriaal. De medicinale tuin bestond uit een collectie van lokale geneeskrachtige kruiden. Door bladeren te koken, wortels en gedroogde bloemen te vijzelen werden medicijnen ontwikkeld die hoest, pijn, infecties koorts en bloedingen moesten genezen. Zo ontstond in 1638 de Hortus Medicus in Amsterdam.’


Jeetje, dacht ze. De Hortus is begonnen als medicinale tuin (zie fig. 4).
Ze had weleens gehoord dat groot hoefblad (ook wel pestwortel genoemd) vroeger werd gebruikt als middel tegen de pest. Een bestanddeel van de plant heeft namelijk een zweetafdrijvende en diuretische werking. Zou Dr. Tulp dit gewas ook al aan hebben laten planten vanwege de geneeskrachtige werking? Zij tuurt tussen de buxeshaagjes of ze kan zien of deze plant aanwezig is.

De podcast vervolgt:

Chirurgijns en apothekers werden vanuit hun gilden verplicht lessen in de botanie te volgen. Zij moesten planten kunnen herkennen en van de juiste plant het juist medicijn te maken. Deze lessen werden door een praelector als Nicolaes Tulp gegeven in de Hortus Medicus. Daarmee was de derde beleidsmaatregel van het stadsbestuur gerealiseerd: een georganiseerde opleiding.
De pest kwam nog herhaaldelijk terug in de jaren ’60. Het Stadstheater moest zelfs vanwege besmettingsgevaar haar deuren sluiten en mocht pas in 1666 weer open. De rol als opleidingsinstituut van de Hortus werd steeds groter in de jaren ’80. In verband met de grachtenuitleg verhuisde de Hortus Medicus naar de Plantage-buurt, een nieuw te ontwikkelen gebied net buiten de stad, en kreeg de naam Hortus Botanicus. Het is de plek in Amsterdam waar ook nu de tuin nog gevestigd is.’

Figuur 4

Gravure van de oude plattegrond van de Hortus Medicus (Copyright Rijksmuseum Boerhaave Leiden). Ingetekend in rood de plaats van de huidige borrellocatie van het afscheid van Yolanda (de palmenkas uit 1911 ontworpen door de architect Van der Mey uit de Amsterdamse school)  en de toegangspoort .

‘Met de opening in 1682 veranderde de Hortus Medicus in een Hortus Botanicus. In het bestuur nam een Amsterdamse burgemeester plaats die ook VOC-bewindvoerder is.
Met het oog op economisch interessante gewassen moedigde de VOC het onderzoek naar uitheemse flora aan in de Hortus.

De VOC was in het begin de zeventiende eeuw begonnen met het meenemen van tropische planten en dieren naar de Republiek. De planten konden niet zomaar overleven in het wisselvallige Nederlandse klimaat. Met de inkomsten die werden verworven met de internationale handel was de VOC ook bereid om te investeren in nieuwe technieken om exotische natuur te beheren. De Hortus kreeg meer geld om de tuin te voorzien van kassen die zelfs al in de 18e eeuw warm werden gestookt met turf. ‘ (3)

Ah… denkt de dokter op het bankje. De invloed van de VOC was dus groot. Dat verklaart het schip op het toegangshek en op de windvaan boven op het dak!
Ze denkt aan haar eigen beroepspraktijk waarin grote belangen van de farma-industrie een rol spelen. Ook binnen het ontwikkelen van een COVID-19-vaccin. Dat was dus vroeger in de tijd van de VOC niet anders. De handel zat er toen ook al bovenop.

‘Schiet op,’ hoort zij plotseling een collega zeggen. Doe dat ding uit je oren! We moeten naar de Palmenkas. Het afscheid van Yolanda begint.’ De dokter wordt nu ruw aan haar mouw getrokken. Ze drukt de podcast weg en wandelt gehaast achter haar collega aan.

CONCLUSIE

Het effect van een blootstelling aan de Hortus Botanicus te Amsterdam op de genodigden van de afscheidsborrel van Yolanda is aanzienlijk. Het leidt tot een reflectiemoment op het vak van arts en de relatie van de arts met de maatschappij. In de 17e eeuw is er een ramp nodig om het stadsbestuur te bewegen om de volksgezondheid te verbeteren. Een kruidentuin wordt ingericht. De geneeskrachtige werking van planten worden beschreven in een standaardwerk om kwakzalverij tegen te gaan. De zeer op de praktijk gerichte chirurgijns en apothekers moeten in de Hortus Medicus een theoretisch examen afleggen en ontvangen een penning als bewijs van deskundigheid. Daarmee wordt de vakopleiding geformaliseerd.
Deze historische lessen van een bezoek aan de Hortus leiden bij de genodigden tot een beter inzicht in de dagelijkse beroepspraktijk van de 21e eeuw waarin ook sprake is van een epidemie, vervlechting van handel en farmacie en een regulerende overheid.
Sinds medische geschiedenis is opgenomen als verplichte eindterm van het medisch onderwijs in het Raamplan Artsopleiding (2019) is het noodzakelijk dat de hoofdredactie van het Nederlands Tijdschrift voor Geschiedenis meer artikelen aanneemt binnen de verstofte rubriek ‘humaniora’.

Literatuur

  1. Van Gijn J. Onderwijs in de geneeskunde: ‘Plus ça change, plus c’est la même chose’. Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:1-3 MedlineNTvG
  2. Van Gulik TM, IJpma FF, Fleuren N, Beize M. In het voetspoor van Blasius. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2019
  3. Wijnands DO, Zevenhuizen EJA, Heniger J. Een sieraad voor de stad : de Amsterdamse Hortus Botanicus 1638-1995: Amsterdam University Press, 1994

Online artikel en reageren op www.burkunk.nl/yol
Amsterdam: drs M.Burkunk, historicus en projectleider online NTvG
Contact: M. Burkunk (m.burkunk@ntvg.nl)
Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn geen belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.
Aanvaard op 5 september 2020
Citeer als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:B1731

Most discussed