Lojong 36 Wees niet schijnheilig
Home » Lojong » Stap 6 – Wees vaardig in relaties » Lojong 36. WEES NIET SCHIJNHEILIG

Lojong 36. WEES NIET SCHIJNHEILIG

Stap 6 -wees vaardig in relaties

of wandel een stapje naar voren of naar achteren:

Don’t be tricky


Stap 6. Wees vaardig in relaties

Stap 6 stelt:

Geestestraining moet consequent, realistisch en geïntegreerd worden beoefend.

Ware compassie vereist meer dan alleen vriendelijk zijn. Het vraagt om bevrijding van onze diepgewortelde zelfgerichtheid en een fundamentele verandering in ons hart. We moeten verder kijken dan het gebruikelijke onderscheid tussen ‘ik’ en ‘anderen’. Deze innerlijke transformatie brengt ook veerkracht met zich mee.
Stap 6 bewaakt de integriteit van de beoefening.

Het voorkomt dat lojong wordt ingezet als:

identiteitslabel (“ik ben zo mindful/compassievol”)
spiritueel ego-project
zelfverbeteringsdrang

vlucht uit ongemak

Vind je jezelf schijnheilig? Stop met repareren

Je neemt je voor om deze keer toch echt geduldig te blijven en nog geen tien minuten later voel je je bloed koken. Je neemt je voor om niet te oordelen en voor je het weet gaat er een golf van afkeer door je heen. 
Als we vaak dit soort gedrag bij anderen opmerken, is het verstandig te kijken of wij niet op subtiele wijze hetzelfde doen. Proberen wij misschien ook erkenning, waardering of morele punten te verzamelen door ons als bewonderenswaardig aardig te presenteren?

Lojong36 Wees Niet schijnheilig_

Stop met repareren

Je neemt je voor om je belangeloos in te zetten en gaandeweg merk je dat je toch teleurgesteld raakt omdat je te weinig waardering krijgt.

Wat gebeurt er op zo’n moment?

Misschien herken je het volgende riedeltje:
Dit had ik niet moeten doen.
Zie je wel, ik kan dit nog steeds niet.
Ik moet beter mijn best doen.

Als je goed luistert hoor je daar twee stemmen in. De ene zegt: Ik moet een goed mens zijn. De andere zegt: Ik moet beter mijn best doen.

In die eerste stem klinkt een ideaalbeeld mee. Het beeld van wie je denkt te moeten zijn.

Tussen wie je bent en wie je denkt te moeten zijn zit veel ruimte. En bijna automatisch probeer je die kloof te dichten. Door strenger te zijn. Harder te oefenen. Jezelf scherp te houden met zelfverwijt. Of door te doen alsof het eigenlijk best goed gaat.

Precies daar krijgt schijnheiligheid voet aan de grond. Schijnheiligheid is het krampachtig hoog houden van een ideaalbeeld. Het beeld van wie je zou moeten zijn. En hoe sterker dat beeld, hoe groter de neiging om jezelf te corrigeren of te verbergen.

Slogan 36 – Wees niet schijnheilig – klinkt misschien als een morele aansporing. Alsof je wordt opgeroepen om consistenter te zijn, eerlijker, beter. Maar misschien wijst ze in een andere richting.

Niet: Wees goed.
Maar: Wees echt.

En misschien nog een stap verder: zie af van het ideaalbeeld. Zie af van het streven om heilig te worden. Zelfs van het streven om echt te zijn.

Dat betekent niet dat je geen intenties meer hebt. Niet dat zorg of verantwoordelijkheid er niet meer toe doen. Het betekent alleen dat je ophoudt jezelf te repareren.

Misschien hoef je niet gerepareerd te worden. Misschien hoef je alleen te stoppen met repareren. En te werken met wat er is.

Reflectievraag
Welk ideaalbeeld vraagt jou het meest om reparatie?

De slogan “Wees niet schijnheilig benadrukt dat eenvoudige, heldere en oprechte motivatie de kern vormt van mentale training. Door meditatie ontwikkelen we een voortdurende basis van mindfulness, die ons helpt onze intenties eerlijk te onderzoeken. Deze oefening bevordert een opgewekte zelfoprechtheid: we leren steeds opnieuw te kijken waarom we doen wat we doen.

Het doel van mentale training is het verdiepen van altruïsme. Niet om indruk te maken, vrienden te winnen of invloed te verwerven, maar omdat we — na zorgvuldige reflectie — tot de overtuiging zijn gekomen dat altruïsme de meest waarachtige en bevredigende manier van leven is. Het gaat om een innerlijke keuze, niet om een strategisch middel om status, erkenning of voordeel te behalen.

Mentale of spirituele beoefening mag geen verkapte manier worden om succesvoller te netwerken, meer klanten te krijgen of aantrekkelijker over te komen. Evenmin is het een route naar spirituele reputatie: bewondering van vrienden, jaloezie van anderen of morele superioriteit. Wanneer beoefening een subtiele vorm van zelfpromotie wordt, verliezen we haar essentie.

De tekst wijst op een herkenbaar fenomeen: mensen die uitzonderlijk aardig en spiritueel lijken, maar bij wie je toch een verborgen agenda vermoedt. Misschien proberen zij ergens voordeel uit te halen. De uitdaging is echter niet om zulke mensen te beoordelen, maar om onszelf te onderzoeken. Als we vaak dit soort gedrag bij anderen opmerken, is het verstandig te kijken of wij niet op subtiele wijze hetzelfde doen. Proberen wij misschien ook erkenning, waardering of morele punten te verzamelen door ons als bewonderenswaardig aardig te presenteren?

Waarschijnlijk is het antwoord ja — ten minste gedeeltelijk. Egoïstische motivatie is menselijk en wijdverbreid. Misschien bestaat er zelfs geen volledig zuivere intentie. “Wees niet sluw” nodigt ons uit dit zonder drama te erkennen. Niet om onszelf te veroordelen, maar om eerlijk te zijn over de vermenging van altruïsme en eigenbelang die vaak in ons aanwezig is.

De beoefening zelf moet niet dienen om onze zin te krijgen, rijk te worden, aardig gevonden te worden of anderen moreel te overtreffen. Ook trots op spirituele discipline — bijvoorbeeld regelmatig mediteren of een bepaald dieet volgen — kan gemakkelijk een bron van subtiele zelfverheffing worden. In sommige sociale kringen levert spirituele inzet bewondering op, en dat kan ons ego voeden.

Wanneer we door zelfgenoegzaamheid en zelfmisleiding heen kijken en onze trots opmerken, is de juiste houding niet schaamte of zelfkritiek, maar mildheid. We mogen het simpelweg erkennen, er misschien zelfs om lachen, en onszelf vergeven. Zelfzuchtige motieven verdwijnen niet volledig; ze blijven deel van onze menselijke natuur.

De slogan betekent dan ook niet dat we zelfmisleiding moeten uitbannen — dat is onmogelijk. Het betekent dat we haar opmerken, zonder erin mee te gaan en zonder ons ertegen te verzetten. We nemen een eerlijke, lichtvoetige houding aan tegenover onze eigen zwakheden. Zo blijven we oefenen vanuit een diepere overtuiging: niet om iets te verkrijgen, maar omdat deze manier van leven op zichzelf de moeite waard is.


(vrij naar Norman Fischer, Training in compassie – Zen Teachings on the Practice of Lojong en de zenlessen van Arthur Nieuwendijk, Zen.nl Amsterdam)

Snel bladeren