>> quiz Lente button
J.P. Thijsse, Lente (6e facsimiledruk; Utrecht 1997).
“En nu ontplooien zich tegelijk met de sneeuwklokjes aan die donkere takken de teere zwavelgele bloeikatjes (13). Den heelen winter door waren ze als stijve cilindertjes reeds aan de takken te zien, maar nu rekken ze zich tot fijne franje, die roerloos neerhangt op windstilte plekken…”
“Duizenden bij duizenden hangen er aan de twijgen en waar deze zich aan hoogopgeschoten stammen horizontaal vertakken, loopt ge onder een troonhemel van goud.”
Vindplaats: my maps






