
Over het vroege broedseizoen (in relatie tot het sneeuwklokje en de dotterbloem):
- “Wanneer zij [de sneeuwklokjes] verwelken. heeft de kieviet al eieren en zien wij de komst van de zwaluwen tegemoet.”
- “Die vogel heeft misschien al eieren, want het eerste kievitsei valt samen met de eerste dotterbloem.”
Over het vlieggedrag en de trek:
- “Toch zijn nog lang niet alle kievieten aangekomen op eigenlijk broedterrein, want nog dag aan dag zwerven breede scharen over de velden, duidelijk te onderscheiden van de spreeuwenwolken. De kievieten vliegen in breede rijen van slechts enkele gelederen diep, de spreeuwen maken dichte troepen in den vorm van driehoeken of ruiten.”
- “… kieviet bij kieviet duikelt heesch schreeuwend door de lucht.”
Over de relatie met de spreeuw en overwinteren:
- “De spreeuwen en kieviten houden elkander trouw gezelschap. De sterkste en moedigste – of de meest-zorgelooze – dat weet ik niet zoo precies – van beide soorten blijven ‘s winters hier, maar de andere gaan heen en komen in de eerste lentedagen weer.”

Over de eieren en het nest (vergeleken met de grutto):
- “De vier dofgroene bruingevlckte eieren [van de grutto] liggen, o zoo goed, geborgen tusschen het hooge gras, veel beter nog dan die van de kievit.”
Over het zoeken naar voedsel op het bouwland:
“En witte spikkels, verspreid over den akker, verschijnend en telkens weer verdwijnend, bewijzen, dat daar ook de ‘kievieten bezig zijn, om hun aandeel te nemen van de insecten en larven, die het blinkende kouter aan ‘t licht heeft gebracht.”
Kievit in de weide bij Holysloot.
Vindplaats: my maps






