En waarlijk, daar gaat hij zitten in den hoogsten top van zijn geliefkoosden abeel of iep en roept ze allen op. Want de zanglijster is alle talen machtig en ‘t kost hem niet de minste moeite, om in één adem koolmees en pimpelmees, roodborst en huis musch, wulp en spreeuw toe te spreken, ieder in zijn eigen dialect.
Het zijn meest koolmeezen(2) met zwarten kop en zwarte middenstreep over zwavelgele borst, maar ook komen er prachtige pimpelmeesjes (3) bij met lichtblauwen schedel en donkerblauwen halskraag.
J.P. Thijsse, Lente (6e facsimiledruk; Utrecht 1997), 10
Vindplaats: my maps





