zolder burkunk
Home » geheugen » Het bankje op de staantribune van AZ (1975)

Het bankje op de staantribune van AZ (1975)

Bekijk de Geheugen Groeve op mijn zolder

Het was nog best link. Bij een doelpunt van AZ hield mijn vader mij goed vast als alle supporters op de staantribune gingen springen en juichen. Als jochie van 8 jaar stond ik voor hem op een keukentrapje op de staantribune in een volgepakt stadion. Ik had het beste zicht want ik stak een kop boven de rest uit. Begin jaren ’70 was dit voor de suppoosten van AZ geen enkel probleem. We mochten altijd naar binnen.

az_bankje

Als ik samen met mijn vader naar het ‘De Alkmaarder Hout’, het oude stadion van AZ ’67, wandelde droeg ik hem op mijn schouder: mijn bankje. Nou heeft iedereen wel een verhaal over een bepaald meubelstuk uit zijn kinderjaren. Bij mij is dat het bankje van opa en oma in Alkmaar.
Ik hield hem altijd een beetje achter mijn rug als we de kaartjesverkoop passeerden. Geen rijen, geen poortje, geen clubcard. Alleen een oude man achter het loket met een dikke sigaar.
Omdat mijn vader geboren is in Alkmaar, en ik mee ging naar de thuiswedstrijden als we bij zijn ouders op bezoek waren, was ik fanatiek AZ-fan geworden. Eind jaren ’70 ging het AZ goed in de competitie. In 1981 werden ze landskampioen.
Een bezoek aan het stadion in die tijd vond ik een feest. Ik knoopte mijn AZ-das om en prikte de AZ-buttons van de spelers die ik zelf gemaakt op mijn Jas. Zo liep ik met de gezichten van Jan Peters, Soren Nygaard en Hugo Hovenkamp met mijn vader naar de Alkmaarder Hout. Vanaf de bejaardenflat van Opa en Oma was het een kwartiertje lopen naar het oude stadion dat achter bomen lag verscholen. Lange slierten mensen trokken uit de stad richting het oen al zwaar verouderde sportcomplex.
De aanhang van AZ bestond toen voornamelijk uit oude mannetjes met sigaren en een pet, die allemaal een zitplaats hadden aan de lange zijde aan de overkant. Mijn opa ging daar ook altijd naar toe. Wij stonden aan de andere kant, een oude staantribune met iets jongere supporters. Voordat we de trap opliepen die direct op de tribune uitkwam, gingen we altijd nog even plassen in hele rare pisbakken. Omdat ze natuurlijk veel te hoog waren voor mij, piste ik er gewoon onder, op de kiezelstenen die daar speciaal waren neergelegd.

Als je daar dan stond te wateren klonk er uit roestige speakers die in de bomen (het hele stadion was omzoomd met hoge bomen, vandaar de naam Alkmaarder Hout) de meest idiote reclame-liedjes.
‘Ga je mee… naar Wastora… naar Wastora… naar Wastora in Zaandam! ’. Dat was een witgoed winkel in Zaandam die jaren de hoofdsponsor was van AZ ’67. Ook klonk altijd het uitermate lullige clublied (Rettekettet – Aaaaaa Z!) maar ook een zwoele vrouwenstem die over de speciale smaak van een sigaret zong. (Caballero is de sigaret… Caballero is anders dan anderen…).

Als kind leek mij zo’n Cabellero-sigaret echt heel lekker. Ik moest het echter doen met een pakje van 5 koetjesrepen voor 75 cent, die in het stadion werden verkocht door vieze mannetjes met Brylcreem in hun haar en een regenjas met vlekken.
De lange zijde aan onze kant was eigenlijk niet meer dan een overkapping met betonnen treden die heel flauw omhoog liepen. Hier en daar een stalen pilaar die je het uitzicht op het veld ontnam.
We zochten meestal een plek op in het midden, er waren geen vakken. Als ik eenmaal daar op het bankje stond en mijn vader veilig zijn armen om mij heen sloeg en hard meezong in mijn oor met ‘AZ…retteket’ voelde ik mij enorm geborgen, Omdat ik door het bankje een kop boven iedereen uitstak zag ik hoe de staantribune snel volliep. De armoedige bende veranderde in een mum van tijd in een gezellige, roezemoezende, deinende mensenmassa die zin had in potje voetbal. Zal spits Kees Kist in stelling worden gebracht om vernietigend uit te halen?
‘Uit de stand schieten’, zei mijn vader altijd, ‘dat kan Kist als geen ander.’ Ik zoog de voetbalwijsheden in mij op en genoot met volle teugen. Op zo’n ijskoude zondagmiddag in een winderig stadion voelde ik mij dolgelukkig. Zo samen met mijn vader lachen om een man op tribune die zomaar uit het niets riep ‘Zure Haring!’. En de wedstrijd moest nog beginnen.
Voordat de spelers op het veld gingen intrappen was er in de jaren ’70 altijd fanfare op het veld. Van mijn vader leerde ik dat die man die op de muziek vooruit liep en met een staf zwaaide een ‘tambour-maître’ was. Hij gebruikte zijn staf (de ‘baton’) om signalen te geven voor het marcheren, stoppen of veranderen van het muziekgezelschap. Hoogtepunt was het moment dat hij trots de baton over zijn armen liet roteren en hem vervolgens met een enorme zwieper omhoog gooide en dan weer opving. Althans dat was de bedoeling. Dit ging wel eens mis, tot grote hilariteit van het publiek. Er werd gelachen.
Daarna kwamen de spelers dan eindelijk op het veld . Voor de vorm werd er een beetje verveeld een paar keer willekeurig op het goal geschoten. Van een echte warming-up was geen sprake. Volgens mijn vader, die ook veel naar Engels voetbal keek, was dat warm lopen grote onzin. De Engelsen liepen bijvoorbeeld voor het fluitsignaal direct uit de kleedkamer het veld op en gingen ballen. Het leek mij ook grote onzin.
Daar kwam ook de kale man met rookworsten voorbij. Hij liep op het veld in een vuilwitte schort en een grote gamel schommeldend voor zijn enorme buik. Wilde je iets eten riep je hem hard ‘worst’ toe en stapte hij op het hek toe. Als je een gulden door de mazen van het hek duwde dan propte hij met een routineus gebaar, een worst verpakt in een wit vel, door het roestige hek.




Lees verder andere dichterlijke uitspattingen van oud-supporters over de Alkmaarder Hout dat in 2006 werd gesloopt.

In een halve eeuw moderniseerde men er echter niets.
Zelfs M&M’s noemden ze er tot op de laatste dag Treets.

‘Ga je mee naar Wastora’ klonk er elke wedstrijd uit roestige speakers.
Het prikkeldraad kuste de ballen van een van Neerlands eerste streakers.

WC’s probeerde men wanhopig te upgraden met een bordje ‘urinoir’.
De armetierige pisbakken vielen door betonrot nog net niet uit elkaar.

Een ander minpunt van die plek was de zuurgraad van de grond.
De meeste ratten liepen er in beschermende oliepakken rond.

Kwam je de tribune op in je zondagse pak dan kon je beter blijven staan.
Alle stoeltjes in het stadion waren in de loop der jaren half vergaan.

Het uitzicht op het veld werd er door grote ijzeren pilaren verpest.
En de eeuwige westenwind was voor mooi voetbal vaak funest.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren