Laten we er geen doekjes om winden: het lukt me nog steeds niet om alle discriminatoire taal te vermijden. Ik vind zelf dat ik al een heel eind gevorderd ben. Zwarte Piet zeg ik al jaren niet meer, vooral omdat ik niet geassocieerd wil worden met de trieste mensen die een lans willen breken voor dat woord. Ik sta er gevoelsmatig inmiddels ook achter. Dat knechtje van de Sint noem ik gewoon Piet. Maar als ik de rollende ogen van mijn dochter zie bij het n-woord… dan voel ik mij schuldig. Ben ik dan echt zo’n reactionaire boomer die zich niet meer aan kan passen? Nee, het is gewoon oud gedrag dat ik niet los kan laten. Net zoals mijn vader altijd ‘Sport in Beeld’ zei als Studio Sport bedoelde. Het is een onschuldig voorbeeld maar wel hetzelfde mechanisme. Ik vertel maar niet hoe vaak hij het n-woord gebruikte. De man was geboren in 1932. En hij deed geen vlieg kwaad. Ik kan hem dat gedrag moeilijk verwijten. Natuurlijk is zijn opvoeding ook debet aan mijn woordkeuze. Toch ben ik als kind en volwassene in staat geweest het woord nikker altijd als verschrikkelijk scheldwoord te beschouwen en nooit te gebruiken. Die negatieve connotatie had dat woord voor mij altijd. Als Kendrick Lamar het als een geuzenwoord gebruikt in zijn songteksten vind ik het schokkend en zing het liever niet mee. Het woord neger daarentegen (ik vind het moeilijk om het hier niet af te korten) heeft voor mij een hele andere lading. Het voelt als een soort neutrale omschrijving van iemand die een zwarte huidskleur heeft. Daarom gebruik ik het soms nog. Omdat mijn dochter en zonen blijven rollen met hun ogen wordt het wel steeds minder.
Ik beschouw mijn kinderen als een graadmeter wat nu normaal is. Zij zijn door mij opgevoed als kritische en democratische burgers met humanistische waarden. Daarom hoor ik graag wat zij vinden van mijn taalgebruik. Ook wil ik mijn leven beteren. Maar alleen als ik het zelf voel waarom. Omdat ik binnenkort in Rwanda met vrienden een stukje ga fietsen, heb ik de laatste tijd veel gelezen over Afrika, de Belgen in Congo en Rwanda en in het algemeen hoe West-Europese antropologen in de 19e eeuw het woord neger als biologisch ras binnen het soort mens hebben geïntroduceerd in het gedachtengoed.
Het woord neger werd lang in Nederland gezien als neutrale aanduiding, maar blijkt beladen door zijn geschiedenis. Het komt voort uit koloniale classificaties als het “negeroid ras” – een achterhaald en pseudo-wetenschappelijk idee dat mensen reduceerde tot uiterlijke kenmerken. Voor veel mensen met Afrikaanse afkomst roept het daarom pijnlijke associaties op met slavernij, kolonialisme en stereotypering. In kinderboeken uit de vorige eeuw kwamen “negerjongetjes” vaak voor als karikaturen: vrolijk maar primitief, of juist dom en ondergeschikt. In koloniale teksten werd het woord gebruikt om Afrikanen te beschrijven als een aparte categorie mensen, minderwaardig aan de Europese maatstaf. Wat voor sommigen neutraal klinkt, kan daardoor voor betrokkenen stigmatiserend voelen. Daarom is de voorkeur nu om te spreken van zwart of specifieker: bijvoorbeeld Surinaams, Ghanees of Rwandees. Taal verandert, en het perspectief van de mensen die het raakt weegt het zwaarst.
Ik zelf heb het nog steeds over de wielerploeg Jumbo Visma terwijl het al lang Visma Lease a Bike heet.
Natuurlijk moeten we een diepe duik in de geschiedenis nemen om de daders achter deze genocide te traceren. Maar waar moeten we beginnen? Bij de Belgen? Maar die spelen pas een rol na de WO1. Moeten we beginnen bij de Portugese handelslieden die de West-Afrikaanse kust in de 16 eeuw controleerden? Of nog verder terug naar de eerste bewoners van het koninkrijk Rwanda in de 15e eeuw onder leiding van koning Gihanga?
Hoe verleidelijk is het om te starten Stanley die rond 1870 de rivier de Congo afzakte naar het binnenland van Afrika en de weg vrijmaakten voor de Britse, Franse, Duitse en Belgische verovering van Midden-Afrika? En de West-Europese antropologen met hun Darwinistische kijk op de geschiedenis van de mens ook de weg vrijmaakte voor een manier van denken in vooruitgang, beschaving en rassen, waarbij zij zelf aan de top stonden van de piramide…
Hoe kenmerkend, ironisch en schaamteloos eerlijk is eigenlijk het onderstaande citaat van de Brit Cecil Rhodes in 1877. Rhodes had als ondernemer en imperialist niets met Rwanda te maken maar hij is wel een soort modelfiguur voor types die in de 19e eeuw verschenen voor de leiders van de lokale volken en tribes van Afrika. Lees wat dat betreft goed wat hij in zijn “Confession of Faith” uiteenzet:
I then asked myself how could I and after reviewing the various methods I have felt that at the present day we are actually limiting our children and perhaps bringing into the world half the human beings we might owing to the lack of country for them to inhabit that if we had retained America there would at this moment be millions more of English living. I contend that we are the finest race in the world and that the more of the world we inhabit the better it is for the human race.
Just fancy those parts that are at present inhabited by the most despicable specimens of human beings what an alteration there would be if they were brought under Anglo-Saxon influence, look again at the extra employment a new country added to our dominions gives. I contend that every acre added to our territory means in the future birth to some more of the English race who otherwise would not be brought into existence. Added to this the absorption of the greater portion of the world under our rule simply means more of the Anglo-Saxon race more of the best the most human, most honorable race the world possesses.”
(cursiveringen van mij, MB)
Biologieles over soorten: binnen het geslacht Homo Sapiens is niet sprake van verschillende rassen, zoals bij sommige diersoorten.
Hoe ironisch is dit statement van Rhodes als je bedenkt dat wij als Europeanen (en dus ook de auteur van het pamflet) zijn ontstaan in Afrika, zo’n 2 miljoen jaar geleden? Althans volgens de oudst gevonden schedelresten. Laten we nogeens een biologielesje geven volgens de meest recente inzichten en gezuiverd van koloniaal gedachtengoed.
Het geslacht Homo ontstond zo’n 2 miljoen jaar geleden. Daaronder vallen soorten als Homo habilis, Homo erectus en Homo rudolfensis. Dit zijn dus “mensen” in brede zin, verwant aan ons maar nog niet onze soort. Homo sapiens — onze eigen soort — ontstond veel later, rond 300.000 jaar geleden, in Oost-Afrika (dit bewijzen o.a. vondsten in Jebel Irhoud, Marokko, en Omo Kibish, Ethiopië). Deze vroege Homo sapiens hadden al een moderne schedelvorm, maar vertoonden ook nog overgangskenmerken.
Biologisch bestaan er binnen deze vroege Homo sapiens geen echte “rassen” zoals bij sommige diersoorten. Genetisch onderzoek toont aan dat verschillen binnen groepen mensen (clans) groter zijn dan de verschillen tussen deze clans. Alle moderne mensen stammen af van dezelfde Afrikaanse oorsprong maar wat wij zien als “raciale” verschillen – huidskleur, haar, gelaatstrekken – zijn oppervlakkige aanpassingen aan klimaat en omgeving, niet fundamentele biologische indelingen.
Geschiedenisles: Ras is een sociale constructie om koloniale machtsstructuren te legitimeren
“Ras” is vooral een sociale constructie uit de 18e-20e eeuw, gebruikt om koloniale en fascistische machtsstructuren te legitimeren. Wetenschappers van nu spreken daarom liever over populaties of etnische groepen. Het concept “ras” binnen de menselijke soort heeft geen biologische basis maar weerspiegelt hoe samenlevingen later verschillen gingen benoemen en waarderen.
Dus mag je op basis van dit onderzoek stellen dat alle mensen wortels hebben in Afrika. Via een ingewikkelde evolutionaire boom met vele takken.
Dit inzicht zou schokkend nieuws geweest zijn voor Cecil Rhodes. De Britse imperialist, die zijn hele leven fanatiek pleitbezorger was van Britse expansie in Afrika, was ervan overtuigd dat hij superieur was. I contend that we are the finest race in the world and that the more of the world we inhabit the better it is for the human race, zegt hij in 1877 in zijn “Confession of Faith”






