begrafenis J.F. Grönloh (1882-1961)
Home » 1nescio » Einde fietstocht: het Burgerlijke Amsterdam van Nescio (1900-1961)

Einde fietstocht: het Burgerlijke Amsterdam van Nescio (1900-1961)

“Dood zijn de tobbers gegaan bij honderden en honderden milioenen. Wie kent ze nog? En hoeveel zullen er sterven na dezen? Ze tobben maar, tot God ze wegraapt. En je zou denken: God zou ze een lol doen als i ze plotseling te grazen nam. Maar God weet beter dan jij of ik. Tobben willen ze, blijven voorttobben.”

… vak 79, op nummer 119 , Kruislaan 126, Nieuwe Oosterbegraafplaats


AFSLUITING — na ankerpunt 3
DE NIeuwe Oosterbegraafplaats prachtige bomentuin, om te wandelen, veel bijzondere graven , waaronder veel negentiende eeuwers Van Heutz, Jacques Perk etc. Zie rondwandeling NIieuwe Oosterbegraafplaats

U kunt nu doorfietsen terug naar het Muiderpoortstation, een kwartier verderop. Volg het fietspad op

Kijk nog eens naar die knik bij de Vomar supermarkt Een oude man met een pen. Bomen die blijven staan. Een pad dat een bocht maakt.

Nescio heeft nooit een roman geschreven. Zijn werk past in één dun boekje. Hij was zijn hele leven kantoormens, in dienst van een handelshuis dat stoffen verscheepte tussen Amsterdam en Bombay. Hij deed zijn werk. Hij betaalde zijn rekeningen. Hij was, naar alle maatstaven van zijn tijd, een gewoon mens.

En toch.

Er is iets in zijn verhalen dat niet weggaat. Niet omdat ze groot zijn — ze zijn juist klein, smal, weemoedig. Maar omdat ze eerlijk zijn over iets wat we liever niet hardop zeggen: dat de moderniteit ons veel heeft gebracht, en ons ook iets heeft afgenomen. Richting misschien. Of de vrijheid om het niet te weten.

“Al zeg ik ‘t zelf.”

Die zin aan het begin van Titaantjes — die klinkt na. Niet omdat het zelfingenomen is. Maar omdat er iets in doorklinkt van: wij wisten het, wij voelden het, ook al hebben we er niets mee gedaan.

Misschien is dat genoeg.

Snel bladeren