Brief aan de lezer (70)

Het dak van Amsterdam is winderig. Nieuwsgierig beklim ik de trappen van de steiger die tegen de Nieuwe Kerk leunt. Ik heb die hooischuur altijd een dissonant gevonden op de Dam. Het schip is hoger dan breed. De klokkentoren is vergeten. Nu ik op de viering sta, hoog boven de stad, zie ik trouwens wel een klok hangen. Met ductape gerestaureerd.
Omdat we 750 jaar bestaan mag iedereen van Femke hier even kijken. Voor liefhebbers een unieke kans. Op deze hoogte voel je je heer en meester. Het uitzicht geeft mij vleugels. “Toch maar mooi mijn stadje,” mompel ik als ik over de Bijenkorf vlieg, richting het CS van Cuypers. Ter nauwernood ontwijk ik een schommelende toerist op het dak van het oude Shell-gebouw. Ik laat mij door de wind naar rechts drijven en ik vlieg boven Oost. Ik blijf hangen aan die lompe torens van het Koloniaal Instituut. Verder kan ik niet kijken.
Wat een prachtig gezicht heeft ons stadje. Veel mooier dan Utrecht. Justus van Maurik, de vergeten Amsterdamse volksschrijver, beschreef in 1895 in de krant wat hij toen zag. Het schiet me te binnen als ik over de flats van de Bijlmer vlieg. Hij beklimt namelijk in dat jaar de Oudekerkstoren en is met stomheid geslagen. Gedempte grachten. Geen zicht meer op het IJ door dat nieuwe station. Waar vroeger een weiland was, ligt nu het Rijksmuseum.
Hij ziet elektriciteitsdraden als spinnenrag over de daken. Een stoomlocomotief dendert het Weesperstation binnen. Verbitterd constateert hij dat Mokum een wereldstad is geworden; hij roept in de krant:
“Wel jammer, hè? Toen hadden de mensen een beetje meer tijd voor elkaar en voor d’r zelf over. Nu worden ze geboren en gaan werken voor d’r broodje, met kromme ruggen, zonder op te kijken naar rechts of links. Ze zwoegen naar studie door en… hollen naar hun graf!”
Die Justus van Maurik — in 1895 voorspelde hij al de burn-out! 25 meter hoger en 135 jaar later vlieg ik over de toppen van de Zuidas. Ook in de 21ste eeuw worden mensen in Amsterdam geboren “voor hun broodje”. Alleen hollen ze niet meer naar hun graf. Ze nemen de metro.
Marlin






