Zeuren over ongemak werd in mijn jeugd door mijn ouders steevast beantwoord met het bekende riedeltje over ‘vroeger’. Of het nu de striemende regen was waardoor je naar school moest fietsen of eenvoudigweg je broek die nog steeds ongewassen in de mand lag – vroegàh was het allemaal veel erger. Neem de hongertocht van opa van Utrecht naar Friesland op een fiets met houten banden! En wat dacht je van oma die na de oorlog nog met een ketel op het fornuis de was kookte? Met Poppetje blauw!
Daarom oordelen wij, de verwende generatie, nog steeds niet te snel als we wat ongemak ervaren in ons luxeleventje in de 21e eeuw. We zijn onbewust bang dat die hele riedel weer langskomt. Daarom sluiten we geduldig aan in de rij voor de centrale kassa van Albert Heijn. In tegenstelling tot Gen Z vinden we dat die kassajuf toch ook iets moet verdienen?
Na de zomervakantie gaat u waarschijnlijk ook weer geduldig met uw benzineauto in de file staan. Ook wat betreft de opwarming van de aarde speelt dat heilige gemak voor ons een rol. Overstappen op een auto op stroom vind ik daarom nog steeds ongemakkelijk. Heel tegenstrijdig eigenlijk. Wel in een kassarij willen staan maar niet in een rij voor de laadpaal. Op vakantie omrijden en diep in de nacht eindelijk een laadpaal ontdekken in een verlaten industriegebied – ik pas ervoor. Voor mij moet het rendement voelbaar zijn. Goedkoper en makkelijker. Dan wil ik best duurzaam zijn. Het systeem van centraal boodschappen doen, zonder apart bij de slagerij, bakker en kruidenier in de rij te moeten staan, zie ik nog steeds als super gemakkelijk, net zoals mijn ouders dat zagen. Want het gemak dient de mens. Convenience zoals de Amerikanen zeggen. Ook nog eens zelf de artikelen moeten scannen past niet in dat concept. En de prijs van die komkommer is onvindbaar in het systeem. Dan sta ik nog steeds liever in de rij. Dat is de prijs die ik wil betalen voor gemak…
Stilstaan op de A2 voor een overstekende trein
Maar dan die andere wachtrij, de autofile. Hoeveel geduld zou ik als boomer hiervoor nog kunnen opbrengen? Deze zomer stond ik per ongeluk ‘s ochtends in de file in de A2. Muurvast ter hoogte van Breukelen. Ik was dat gevoel van ongemak helemaal vergeten. Stilstaan op een snelweg, terwijl je haast heb. Mijn gedachten kwamen als vanzelf op vroeger. Mijn vader reed in de jaren ’70 vaak van Utrecht naar Amsterdam voor zijn werk. Hij vertelde dat hij dan weleens voor een trein stilstond ter hoogte van afslag Vinkeveen. Hij vond het toen ook al belachelijk. De bomen gingen dicht en “daar stond je dan met je goede gedrag”

Het is in onze tijd van doelmatigheid en snelheid niet meer voor te stellen. Tot 1986 was de overgang operationeel. Een spoorwegovergang op een snelweg. Dat was in Amerika ondenkbaar geweest. In Nederland kon het gewoon: er was geen budget vrijgemaakt voor een viaduct. Dus moest iedereen maar even wachten.
In de file zat ik te denken over de absurde situatie. Als kind reed ik vaak over de A2, op weg naar mijn opa en oma in Alkmaar. Maar ik had nooit voor een trein stil gestaan in onze Opel Stationcar. Ik zou het als een groot feest hebben ervaren als er een trein de snelweg over ging steken. Maar we gingen pas bij oprit Vinkeveen de snelweg op.
De file op de A2 leek zich op te lossen. Plotseling dacht ik aan mijn favoriete benzinepomp bij de oprit Vinkeveen, ietsje verderop. Ook zo’n icoon van het gemak. Misschien kent u hem ook nog wel? Rood met wit. Een knik in het platte dak en helemaal van glas. Ik drukte mijn neus nog eens goed tegen het zijraam van onze Opel Stationcar. Daar stond-ie: de pomp uit een Amerikaanse serie. Althans zo zit hij verpakt in mijn herinnering. Hij had afkomstig kunnen zijn uit mijn favoriete TV-serie ‘Happy Days’.
Als kind stelde ik me voor dat de pomp eigenlijk aan ‘Route 66’ lag. Dat ik op een motor reed door de verzengende hitte. Amerika, het toppunt van gemak! Geen ongemak van files. Enorme witte bungalows met een gazon en geen tuinhek. ‘s Ochtends gooide een krantenjongen (die later miljonair zou worden) de krant gewoon op het gras… Een voordeur die uitkwam in de huiskamer. Daar stond een loei van een ijskast. Coca-Cola en kauwgom bij het ontbijt. De hele dag TV-kijken. In mijn jeugd verslond ik de stripboeken van Charlie Brown!
Toen ik uiteindelijk het beloofde land in 1993 bezocht was de teleurstelling niet te bevatten. Mijn Route 66 bleek niet veel te verschillen van een provinciale weg door Flevoland. Mijn Amerika-beeld spatte als een kauwgombel uit elkaar. Dat die benzinepomp bij de oprit Vinkeveen ooit ontworpen was door de Nederlandse architect Willem Dudok heb ik nooit geweten. De strakke geometrische vorm was het Nieuwe Bouwen bij uitstek. Plat dak, stalen profielen, veel glas. Het is een schoolvoorbeeld van functionalisme. Het heeft ook maar weinig met de gemiddelde bouwstijl in Amerika te maken.
Een vreemd gezicht hoe op de A2 mijn beeld van Amerika uit de grond werd getrokken
Mijn droompomp bleef tot 1995 in gebruik. Toen moest hij wijken voor de verbreding van de A2. De files liepen de spuigaten uit. Automobilisten hadden geen geduld meer. Het gebouwtje werd opgetild, zoals in de Amerikaanse pixar film UP. Hij vloog door de lucht en werd in zijn geheel op een vrachtwagen geplaatst. De operatie was nog te zien op het journaal van ‘Nederland 2’. Uiteindelijk werd het iconisch ontwerp na een lange rit definitief in het verleden geparkeerd. Een automuseum. Ik zie het nog steeds als een teken van realiteitszin. Daar hoort hij thuis. Waarschijnlijk was zo’n pomphuisje met enkel glas heel slecht te verwarmen. Dus slecht voor het milieu. En bloedheet in de zomer. Geduld is niet altijd een schone zaak.
Boomer-uitjes
- Bezoek het Dudok Architectuur Centrum in Hilversum.
- Fietstocht langs de overblijfselen van de spoorweg(overgang) over de A2.
(of stop op de vluchtstrook van Rijksweg A2, hectometerpaal 45.1 ]






