Brief aan de lezer (57)

Mijn zenmeester Arthur woont al jaren in een grot in Oost. Elke week ga ik daar graag naartoe. Met andere zenleerlingen vormen we een kring. We luisteren wat en we zitten wat. Tijdens dat zitten luisteren we vooral naar onze eigen praatjes. Daarna drinken we thee. Ik ga altijd met een opgeruimd gevoel weer naar huis. Dat is zen. Vooral een oefening in het opruimen van je geest. Lukt het een keertje niet dan accepteer je de rotzooi. Morgen is er weer een dag.
Dat oefenen van je geest is geen sinecure. Volgens Arthur kun je daar zomaar je hele leven mee bezig zijn. Hij glimlacht dan altijd een beetje mysterieus. Toen ik startte met zen, stoorde ik mij hier mateloos aan. ‘Je hele leven!’ Kom, kom. Het moet toch mogelijk zijn om een vraagstuk af te ronden met een conclusie? Je schouders eronder en benen maar. Lineair van A naar B. Na 14 jaar luisteren naar de praatjes van Arthur en de praatjes in mijn hoofd ben ik langzaam veranderd. Althans als ik in de hartsoetra de zin ‘Er is geen bereiken’ lees dan heb ik daar een ander gevoel bij.
Soms, in een kort onderhoud aan het einde van de wekelijkse les, spreek ik Arthur zelf. Binnen zen heet dit de ‘dokusan’. We mogen gelukkig zelf kiezen of we dit gesprek willen. Het onderhoud voelt voor mij soms als een biecht, soms als een functioneringsgesprek, soms als een therapiesessie. Ik maak er van alles van in mijn gedachten. De ene keer ga ik wel, de andere keer ga ik niet. Dat voorgevoel is op zich natuurlijk al voer voor zelfreflectie. De dokusan lijkt een soort lakmoesproef. Ik kan namelijk niet jokken tegen Arthur. Te veel respect. Voel ik heel veel weerstand, dan ga ik niet. Ga ik wel dan heb ik een rein geweten.
Ik ben al een tijd niet geweest. Ik ben ook maar een mens — vat vol tegenstrijdigheden. Misschien is dat wel wat ik zoek in die grot in Oost. Zo’n persoonlijk onderhoud komt af en toe te dichtbij. Dan kun je luisteren en berusten in je lot. Dat mag dus ook. Van Calvijn of een andere schepslijper uit de Reformatie mag dat duidelijk niet.
Als ik niet ga naar het persoonlijk onderhoud dan moet ik altijd denken aan een uitspraak uit de Lojong (een verzameling teksten van een monnik uit Tibet uit de 12e eeuw): (27) Maak van Goden geen Duivels. Die uitspraak begrijp ik nu pas.
Marlin






