Brief aan de lezer (54)

Bij mij in de buurt, een straat verderop, woonde in de oorlog een jodenjager. Hij verdiende ‘kopgeld’ met elke aangegeven Jood. Deze Wim Henneicke vormt voor mij, als ik aan het leed in de oorlog denk, het toppunt van het Kwade. Een bruut die je het licht niet in de ogen gunt. Henneicke had het lef om met zijn gezin te gaan wonen in het huis van de Joodse familie Nol, die hij een maand eerder had aangegeven…
Het ‘fout-zijn’ in de oorlog hebben we door de afstand van 80 jaar — en het werk van Prof. Blom — weten te relativeren tot een gemoedelijke ‘dit moet je in de context zien van de tijd en de situatie’. De trambestuurder van lijn 8 die Joodse mensen moest ophalen, ‘die had ook vrouw en kinderen,’ zeggen we dan invoelend.
Bij Henneicke lukt me dat ‘contextualiseren’ nauwelijks. Moedwillig voor geld mensen aangeven… hij heeft met zijn organisatie van 50 jodenjagers maar liefst 9000 Joden verraden! En dan ook nog gezellig met je gezin in een leeggehaald huis gaan wonen? Hoe geweteloos kun je zijn…
Gelukkig is Henneicke in ’44 ter hoogte van het huidige plein 1900 doodgeschoten. Verdiende loon. Echter: als deze trigger happy verzetsman de aanslag een week na de bevrijding had gepleegd dan was het gewoon moord geweest. Botweg op straat neerknallen is dan plotseling barbaars en strafbaar. Henneicke had in ieder geval recht op een proces.
Waarom zegt niemand in zijn geval ‘zijn kinderen moesten toch ook eten?’ Is er een verschil met de trambestuurder die 5000 Joden naar het Muiderpoortstation reed? En de kinderen van Henneicke? Waarschijnlijk hun hele leven gepest met hun foute vader.
Verwarrend hoor.
Wanneer ben je slachtoffer en verdien je aandacht en respect en wanneer moet je niet zeuren? En wat zit daar tussenin? Er is toch sprake van een hiërarchie in leed en medelijden.
We zijn daar nog lang niet uit; iedereen blijft hopen op een beter verleden.
Ozo, Marlin






