Brief aan de lezer (43)

Ik schrijf deze regels op met een speciale bedoeling. Ze komen voort uit vage herinneringen, pijnscheuten uit mijn kinderjaren, verlangens om voor vol te worden aangezien, kortom: die hele tingeltangel-hersenpan (bron: Spinvis) die mijn hand aanstuurt om deze woorden in een bepaalde volgorde te zetten. Die siliciumpiraten doen eigenlijk niets anders. Ja, ze maken inderdaad fouten. Gooi je wat olie op het vuur dan gaan ze hallucineren. Maar dat doen wij als biologische wezens natuurlijk ook de hele dag. Niets nieuws onder de zon. Het is een godswonder dat er desondanks nog een brood wordt gebakken en we in leven kunnen blijven. En vergeet niet: ik ben niet de enige die hier hallucineer: wanneer je deze tekst leest rammelt ook die tingel-tangel-hersenpan van jou als een rolstoel met een lekke band.
Ik heb net een video bekeken van een homoseksuele hoogleraar uit Israël (bron: YouTube) die ertoe geleid heeft dat mijn neurale netwerk een fractie anders is ingesteld. Mijn gedachten over AI zijn hergeprogrammeerd door zijn dystopische klaagzang (bron: Kees Boeke). Door zijn geaardheid hier te noemen (bron: mijn moeder) — voor dit verhaal een volstrekt onzinnig gegeven — (bron: mijn verstand), ga jij weer anders denken over dit stukje tekst. “Die Marlin lult maar wat in de ruimte” alles wat je aandacht geeft groeit een fractie anders is ingesteld. Goedaardig of kwaadaardig. De werkelijke dreiging zit hem dus in culturele waarden die sinds Gutenberg via teksten en beelden massaal over ons worden uitgestort. Of de bron nu een drukpers is of een beeldscherm — het is oude wijn in nieuwe zakken. Met of zonder bronvermelding. Als je maar weet dat je drinkt. Terugspugen mag.
Mårlön
(bron: 0,0%)






