Brief aan de lezer (42)

Zet in het YouTube filmpje de ondertiteling aan. Dan vertel ik je het verhaal achter deze collage:

Over een paar dagen is het weer vier mei. Oorlogstijd. Rond kwart voor acht verzamelen we weer in een plantsoen in mijn buurt. Rond een kersenboompje dat meestal in bloei staat, denken we aan de oorlog. Ik vind die lucht van kersenbloesem verschrikkelijk. En de samenkomst ook niet erg leuk maar het voelt als een verplichting. Ik ben mijn aanwezigheid aan iemand schuldig, al weet ik niet goed wie. Mysterie.
In Watergraafsmeer woonden in de Tweede Wereldoorlog veel Joden. Zij werden vermoord door de Duitsers. Dat klinkt een beetje cru maar zo zit het verhaal nu eenmaal in mijn hoofd. Hardnekkig. Het is al winst dat mijn gevoel niet meer het woord ‘moffen’ dicteert. Een woord dat mij van kindsbeen af is ingefluisterd. Duitsers blijven rotmoffen. Tsja.
Ook het woord Joden is misschien niet oké. Ik voel een soort verplichting om te zeggen: Joodse mensen. Zo ver ben ik nog niet. De demonen uit het verleden van mijn ouders hebben mij in hun greep. Toch moet ik op mijn woorden passen, dat weet ik. Jullie lezers zijn dezer dagen zo woke als kippenstront. Het voelt een beetje alsof ik bij elk woord een blank voetje moet halen. Oké… ‘wit’ voetje dan.
Een feit blijft dat je om de paar huizenblokken in onze buurt struikelt over zo’n hartverscheurend steentje waar een sterfdatum in staat gegraveerd:
HIER WOONDE
MOZES NOL
GEB. 1911
GEDEPORTEERD 1943
UIT WESTERBORK
VERMOORD 19-11-1943
AUSCHWITZ
Ik voorspel je dat dit jaar weer zal gaan zoals het altijd gaat. Iedereen luistert met gebogen hoofd naar een buurtgenoot die iets zegt over de gruwelijke gevolgen van oorlog en dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Een merel zit ergens hoog op een schoorsteen, prachtig, te zingen. Het gezelschap knikt af en toe. Kinderen verliezen hun concentratie en worden door de ouders tot stilte gemaand.
Ik luister altijd maar half naar de mooie, oprechte woorden. Ik sta op scherp bij de kersenboom. Ik voel me zeer onbehaaglijk als ik dit door kersenbloesem bewierookte verhaal tot mij door laat dringen. Het is oorlog in mijn hoofd. Razzia! Ik kijk mijn straat in en zie de vrachtwagen met opgepakte Joden wegrijden. Ik zie de angst in hun ogen. Daar gaat Mozes. De geur van kersenbloesem prikkelt mijn neus. Ik denk aan mijn moeder. Zij vond het naar poppenparfum ruiken. ‘Een rotlucht,’ zei ze altijd. Ze trok een gezicht alsof ze pijn had.
De spreker houdt geen rekening met de tijd. Hij praat de kerkklokken voorbij. Het is al acht uur. Verdomme. Ik hoor het taptoe-signaal op de Dam door een openstaand raam.
Mijn moeder had een hekel aan herdenkingsdag. Zij vond dat het altijd ‘over die Joden’ ging. Terwijl haar broer 2 maanden voor het einde van de oorlog door de Duitsers werd doodgeschoten. Daar hoorden we in haar ogen nooit iemand over! Het was schandalig, altijd maar die Joden! Zo zal ik die dag weer beleven. En daarna volgt de Bevrijding. Dat gebeurt ook elk jaar. Heerlijk!
Grt, Marlin
—
Enfin, het verhaal is bekend voor die 3 mensen die dit blog volgen. Ik begin er elke keer weer over. Het is een obsessie. Een demon uit meerdere verledens. Dat lijkt me wel duidelijk.
Als kind al kreeg ik de volle laag als ik naar de herdenking op tv wilde kijken. “Zet af dat ding,” siste zij mij toe. Ik deed niet wat zij zei. Dat moet ik wel zeggen. Ik bleef kijken. Naar alles wat Duits was: voetbal, literatuur, kunst, geschiedenis. ‘Ich bin ein Berliner.’ Mijn wraak was zoet.
Toch, onder de kersenboom in mijn buurt, in die Etos-geur van goedkope parfum, tussen al die mensen die de oorlog zelf niet hebben meegemaakt, schaam ik mij diep. En voel ik mij belachelijk. Ik heb hier niets te zoeken! Zegt zij…
Je hoeft geen slimme therapeut te zijn om de geïnternaliseerde stem van mijn moeder te herkennen. En mijn kinderlijk gebrek om daar iets tegenover te stellen… Wat een gezeik. Psychologie van de koude plantsoengrond. Ha! Fuck it.
Zoals altijd wandelen we weer beduusd naar huis. Mijn lieve vrouw mompelt iets van ‘het was ontroerend, al die mensen samen…’
Ik zal dan waarschijnlijk denken aan de Netflix-docu over de Amerikaanse psychiater Stutz. En specifiek over zijn theorie over “THE MAZE”. In een door Parkinson bibberig handschriftje krabbelt hij zijn tools op een kaartje. Ik vond het briljant. Ga deze docu over Stutz van Jonah Hill zien!
FORWARD MOTION
YOUR LIFE — THE MAZE — TRAPPED IN THE PAST
Als een rat in de val van het verleden. Het is een goede metafoor. Een persoonlijk verleden kan een doolhof worden waarin je blijft dwalen. Om je gram te halen. In mijn geval dan. En ik voeg er, nu ik er zo over nadenk, nog iets aan toe. Het is niet één doolhof. Eigenlijk kun je het je voorstellen als een wolkenkrabber, met op elke verdieping een doolhof. Direct onder jouw etage ligt het doolhof van je ouders. Daaronder weer het doolhof van hun ouders. Het skelet van de wolkenkrabber bestaat uit lange helix-strengen die als een wenteltrap door alle etages heen voeren. Maar daar heb je zelf geen erg in als je verdwaald bent. Je weet eigenlijk niet goed op welke verdieping je aan het zoeken bent naar een uitgang. Oud zeer of nieuw zeer.
De ironie wil dat twee onderzoekers in 2014 (Dias en Ressler, Nat. Neurosci. 2014 Jan; 17(1): 89-96) een experiment deden, waarmee ze de mogelijke erfelijkheid van trauma wilden bestuderen. Zij stelden muizen bloot aan de geur van kersenbloesem en dienden de beestjes tegelijkertijd stroomschokken toe. Net zo lang totdat de muizen de geur met pijn associeerden. De slachtoffers kregen kinderen. Wat bleek? Als de nieuwe generatie muisjes voor het eerst met de geur van kersenbloesem in aanraking kwam, kregen zij het Spaans benauwd. De afkeer van de geur bleek bij muizen erfelijk. Frappant!
Ik zal mijn kinderen eens vragen of ze kersenbloesem lekker vinden ruiken…
Ozo, Marlin






