Brief aan de lezer (77)

De geest was uit de fles.
De dakloze zat gehurkt op de stoep. Hij droeg een versleten wielershirt van de ploeg Kwantum Hallen. Voorzichtig keek hij om zich heen. Een rustige straat met geparkeerde auto’s (gele kentekenplaten), een lange gevelrij met niet al te hoge huizen, opgetrokken uit rood baksteen. Een kat rommelde in een kartonnen doos van Fa. Schrödinger.
Voor hem stond een buurtbewoner met een LeClerc-boodschappentas. Vaaloranje wielrensokken met een vreemd vogeltje erboven. Retro-Nikes. Achter de buurtbewoner herkende hij de blauwe ingang van een supermarkt. Nederland, dacht hij. De urenlange potjes GeoGuessr betaalde zich uit.
‘Zal ik iets voor je meenemen?’ vroeg de buurtbewoner.
De dakloze keek wantrouwig op.
‘Een blikje Smac, man. Lukt dat?’
‘Smac?’
‘Je weet wel. Vlees in blik. Van Unox’
De buurtbewoner aarzelde. Smac. Onmiddellijk zag hij een vakantie in Zuid-Frankrijk voor zich. Dat sleuteltje aan het blik. Oppassen dat je je vingers niet opensneed. Hij mocht het voor zijn moeder openmaken. Hij wist geeneens of het nog in de handel was.
‘Oké, neem ik mee voor je.’
Binnen gleden de automatische deuren achter hem dicht. De koele lucht rook naar waspoeder. En ineens was hij weer negentien. AH Grootverbruik in Breukelen. Met een elektrisch orderpickkarretje reed hij langs de eindeloze stellingen van straat H. Wasmiddelen. Straat I. Dranken. Vijfentwintig colli. Dezelfde geur als nu. Als student was hij mislukt. Hij woonde weer thuis.
‘We willen niet dat je de hele dag op bed gaat liggen,’ had zijn vader indringend gezegd.
Alsof dat het probleem was. Elke ochtend reed hij braaf in het donker op de motor naar Breukelen. Bij min drie. VWO-diploma op zak. Een gevallen jongeman.
Ondertussen wist hij zeker dat dit zijn leven zou worden. Voor altijd. Een leven tussen pallets en waspoeder. Wonderlijk hoe een depressie de toekomst kan vervalsen. Alsof het heden zich voordoet als een levenslange gevangenisstraf. Je denkt niet: ik werk hier tijdelijk. Je denkt: dit is alles wat er ooit zal zijn.
Veertig jaar later is de geur onveranderd. Alleen de verpakkingen zijn nieuw. En het was toch nog goed gekomen.
‘Smac van Unox?’ vroeg hij aan een meisje dat vakken vulde. Zonder iets te zeggen liep ze voor hem uit naar het conservenpad. Ze wees naar de bovenste plank. Daar stond het. Ingeblikte tijd. Veel te lang houdbaar.






