Home » cultuuruiting » kunsten & vormgeving » Architectuur & Bouwkunst » Architectuur » Brouwhuis Maximiliaan — Kloveniersburgwal 6-8

Brouwhuis Maximiliaan — Kloveniersburgwal 6-8

Brouwhuis Maximiliaan — Kloveniersburgwal 6-8

Als onderdeel van het rehabilitatieplan van de Bethaniënbuurt kreeg de Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel N.V. eind jaren ’80 van de gemeente de opdracht een aantal panden aan de Barndesteeg van de ondergang te redden. In tegenstelling tot het restant van de noordvleugel van het Bethaniënklooster ter hoogte van nummer 6 zijn de panden nummer 8, nummers 10-12 en 14-16 na de confiscatie van het klooster door het stadsbestuur in 1578 gebouwd op het voormalige kloosterterrein. Omdat de bedrijfsruimte van Kloveniersburgwal 6-8, bestaande uit twee identieke 18de-eeuwse woonhuizen aan de gracht die reeds in 1980 door Stadsherstel waren gerestaureerd, in 1990 vrij kwam, werd in overleg met de toekomstige huurder besloten om de panden aan de Barndesteeg bij de bedrijfsruimte te trekken. Zodoende werd een groot complex gecreëerd waarin plaats was voor een aantal wooneenheden, uiteraard de eerste doelstelling van Stadsherstel, en een horecagelegenheid.

Aan de zijde van de Barndesteeg, in de jaren ’80 een zeer verwaarloosde steeg met slooppanden en gaten in de gevelwand, herstelde Stadsherstel Barndesteeg 8 in oude staat. Het tweelingmonument op nummers 10 en 12, waarvan het rechter gedeelte al jaren gedeeltelijk gesloopt was, werd herbouwd in de bestaande stijl en op de plaats van nummers 14 en 16 werd een eigentijdse invulling gerealiseerd. In deze huizen aan de Barndesteeg werden negen wooneenheden ingericht, die allen uitkomen op een uniek dakterras waar kinderen veilig kunnen spelen. Op de benedenverdiepingen van het complex ontstond een prachtige ruimte, doorlopend van de Kloveniersburgwal naar de Barndesteeg, waar het Amsterdams Brouwhuis Maximiliaan in 1992 een ambachtelijke brouwerij en een restaurant opende.

De ingang van het brouwhuis bevindt zich in de eerder gerestaureerde panden Kloveniersburgwal 6-8. Stadsherstel verwierf deze twee zeer smalle panden in 1965. Zij bevonden zich in zeer slechte staat en waren onbewoonbaar verklaard. Evenals de panden aan de Barndesteeg waren deze panden op het terrein van het oude Bethaniënklooster gebouwd, zonder overigens daarvan deel uit te maken. Pas in 1722, zo’n tweehonderd jaar na de teloorgang van het klooster, werden namelijk op deze plaats in de Bethaniënbuurt drie identieke halsgevels opgetrokken die de namen van de drie aartsvaders kregen: Jacob (nr. 4), Abraham (nr. 6) en Isaak (nr. 8). Het pand Jacob heeft inmiddels een andere geveltop, zij werd in 1877 totaal verbouwd; de panden Abraham en Isaak bevinden zich nog grotendeels in de 18de-eeuwse toestand. Achter de hoge houten onderpuien van de ruime voorhuizen bevonden zich toentertijd winkelruimtes. In 1742 zijn in de drie panden een zilversmidswinkel (nr. 8), een kantwinkel (nr. 6) en een stoffen-en sitsenwinkel (sits is met kleine figuren bedrukt of gebeitst katoen, ook wel indienne genoemd) gevestigd.

De raamindeling van de gevels zijn, horizontaal gezien, smal-breed-smal; de schuiframen hebben een 18de-eeuwse roedeverdeling. Aan weerszijden van de halsgevels bevinden zich klauwstukken bestaande uit acanthusbladeren met een doorboorde bloem, een wijze van decoreren die vaker voorkwam aan het begin van de 18de eeuw. De geveltoppen van nummers 6 en 8, die overigens in 1925 opnieuw werden opgemetseld, zijn bekroond met boogvormige frontons, waarin respectievelijk de beeltenissen zijn geplaatst van Abraham (kijkt recht vooruit) en Isaak (kijkt naar Abraham). Waarschijnlijk was de beeltenis van het verbouwde pand nummer 4 (Jacob) ook naar Abraham gericht.

In 1979 startte Stadsherstel de restauratie van de sterk verwaarloosde panden onder leiding van architectenbureau H.F. Rappange. Tijdens het funderingsonderzoek ontdekte men dat sommige muren nog volgens een middeleeuwse methode waren gefundeerd. Onder de bouwmuur die beide panden van elkaar scheidde bevond zich een zogeheten slietenbos, een grondverdichting. Door vlak naast elkaar korte stammetjes van elzenhout (slieten) te heien probeerde men in middeleeuws Amsterdam de slappe veengrond te verstevigen. Op dit ‘bos’ van slieten kwamen dikke eiken planken te liggen, waarop de muren werden gemetseld. In de loop van de 17de eeuw werd deze methode van funderen langzaam vervangen door paalfunderingen. Met hoge heistellingen heide men rijen lange palen door de slappe veengrond tot de eerste zandlaag, op ongeveer dertien meter diepte. Op deze palen werden dwarsbalken (kespen) gelegd, waarover men weer planken legde. De bouwmuren werden vervolgens op deze houtconstructie gemetseld. In de loop der eeuwen zijn op deze wijze tal van woonhuizen en kerken in de binnenstad van een fundering voorzien, vandaar dat men spreekt over ‘Amsterdam, stad op palen’. De overige funderingspalen van de panden Isaak en Abraham bleken in orde, zodat volstaan werd met een nieuwe betonnen balk die horizontaal over de oude dubbele rijen palen werd gelegd. De achtergevels werden gesloopt en herbouwd. De vloer van de begane grond werd weer teruggebracht naar een lager niveau en samen met de insteekverdieping boden zij een prachtige ruimte voor een café-restaurant.

Deze ruimte werd in 1991, samen met de benedenverdiepingen aan de Barndesteeg, heringericht tot het café-restaurant en minibrouwerij Maximiliaan. Achter in de zaal bevinden zich met de hand geslagen roodkoperen brouwketels die met koperen leidingen in verbinding staan met het café. Op een wandschildering staat het ambachtelijke proces beschreven volgens welke het bier in Maximiliaan gebrouwen wordt.

In het achterste gedeelte van het restaurant, in de oude percelen Barndesteeg nummers 10 en 12, bevindt zich een ruimte voor grote gezelschappen. De balklaag boven de insteek, met sleutelstukken waarin het middeleeuwse peerkraalprofiel is gehakt, zijn hier puur als sfeerelement in 1991 met nieuw hout ingebouwd en hebben geen dragende functie. Zo bevindt zich weer in de op vele plaatsen herstelde Bethaniënbuurt een bierbrouwerij, waarschijnlijk niet ver van de plaats waar in de 15de eeuw de zusters van het klooster Sinte Maria Magdalena in Bethaniën ook hun bier brouwden.

Literatuur: H.J. Zantkuijl, BOUWEN IN AMSTERDAM, 13e jaargang (nr. 51), Amsterdam sept. 1985. J. Balk, S. Dudok van Heel e.a., MENS EN MONUMENT, 25 JAAR STADSHERSTEL AMSTERDAM, Amsterdam 1981, blz. 90-92.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren