Home » cultuuruiting » kunsten & vormgeving » Architectuur & Bouwkunst » Architectuur » Stadsherstel in de Bethaniënbuurt

Stadsherstel in de Bethaniënbuurt

Stadsherstel in de Bethaniënbuurt

Wie in de jaren ’80 door de smalle en donkere straten van de Bethaniënbuurt liep om eens de sfeer te proeven van dit deel van de oude binnenstad stond het huilen nader dan het lachen. Veel van de circa honderd geregistreerde monumenten in deze middeleeuwse buurt bevonden zich in erbarmelijke toestand. Panden met een geschiedenis van meer dan vierhonderd jaar waren dichtgetimmerd of ingestort, de stegen waren vuil en de raamprostituees drongen, oprukkend vanuit de Oudezijds Achterburgwal, langzaam de particuliere bewoners uit hun huizen. Inmiddels is in deze situatie grote verbetering gekomen. In 1988 ging een groot rehabilitatieplan van start, waarbij Stadsherstel als coördinator/opdrachtgever optrad.

Het idee om de sterk verpauperde Bethaniënbuurt, het gebied dat begrensd wordt door de Oudezijds Achterburgwal en de Kloveniersburgwal, in het noorden door de Bloedstraat en in het zuiden door de Oude Hoogstraat, te rehabiliteren stamt al uit 1962. Destijds stelden de Stichting Diogenes, de Vereniging Hendrick de Keyser, de Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel N.V. en de Stichting Studentenhuisvesting in samenwerking met de afdeling Stadsontwikkeling en het Bureau Monumentenzorg een schetsplan op om verscheidene waardevolle panden te restaureren en de gaten in de straatwanden opnieuw te vullen. In 1968 werd weliswaar, als vervolg hierop, door de gemeente een bestemmingsplan ontwikkeld om het gebied te renoveren, maar het zou nog tot 1988 duren voordat eindelijk met een uitvoeringsplan kon worden begonnen. Stadsherstel gaf niet alleen opdracht om een aantal historisch belangrijke panden te herbouwen of te restaureren maar realiseerde ook, daar waar de kosten van de restauratie te hoog zouden worden, een aantal sociale woningbouwprojecten in hedendaagse bouwstijl. Een korte wandeling langs deze projecten biedt een goede mogelijkheid om verschillende vormen van stadsherstel in de Bethaniënbuurt eens beter te bekijken.

We beginnen de wandeling ter hoogte van Oudezijds Achterburgwal 117. Hier bevindt zich een overwelfd gangetje richting Hoogkamersgang, het binnenterrein van het Bethaniënklooster. In de jaren ’60 was deze steeg afgesloten door een roestig hek en geen openbare weg meer. Sinds het stadsherstel in deze buurt op gang kwam is dit binnenterrein weer voor iedereen te bereiken. In het voormalige pakhuis van de kruidenwinkel Jacob Hooij en Co. (de winkel is gevestigd aan de Kloveniersburgwal 10-12) vestigde zich het café Cul-de-Sac. In de caféruimte, met nog een eiken balklaag in het plafond, hangt de weegschaal waar de kruiden op werden gewogen. Het terras van het café, dat een soort oase van rust betekent midden in de drukke hoerenbuurt, heeft een mooi uitzicht op de zuidkant van het gerestaureerde klooster. Schuin tegenover dit terras, het achterterrein van de Koestraat, bevond zich tot de jaren ’80 een groot gapend gat in de gevelwand. Stadsherstel bouwde hier in 1990 zes nieuwe woningen en een atelierswoning. Door dit pand Koestraat 15, gebouwd naar een ontwerp van architect ir. Anna Trouerbach, loopt een gang die normaliter afgesloten is. Wanneer wij het binnenterrein via deze ontsluiting, die overigens is gebouwd op de plaats waar vroeger een steeg liep, verlaten staan we in de Koestraat. De naam van de straat is ontleend aan de koestal van het voormalige Bethaniënklooster. Aan het begin van de Koestraat ontwierp dezelfde architect op nummer 3, de plaats waar zich vroeger een bouwval bevond, in opdracht van Stadsherstel zes woningen. Het trappenhuis werd op het achterterrein geplaatst zodat de gehele straatgevel voor woonruimte benut kon worden.

De Koestraat was in de 16de en 17de eeuw een levendig straatje met een zeer gemêleerde bevolking. Zo woonde bijvoorbeeld omstreeks 1600 ter hoogte van de nieuwbouw op nummer 15 de stadsorganist Jan Pietersz. Sweelinck (1562-1621). In de Koestraat had Jan van der Heyden (1631-1712) zijn woning en werkplaats. Van der Heyden was niet alleen schilder van stadsgezichten en landschappen maar ook ontwerper en producent van straatlantaarns en brandspuiten. Het huis werd in 1867 gesloopt en alleen een gedenkteken herinnert nog aan de schilder/uitvinder. Op Koestraat 7, 9 en 11 staan drie halsgevels in Lodewijk XIV-stijl. In de onderpui bevinden zich de prachtig gedecoreerde deurkalven: ‘t Geloof (nr. 7), De Hoop (nr. 9) en De Liefde (nr. 11), gesymboliseerd door respectievelijk een vrouwenfiguur met een boek, een anker en twee kinderen. De bijzondere deurkalven zijn tijdens de restauratie vervangen door de huidige kunststof-afgietsels.

Toen Stadsherstel eind jaren ’80 begon met de restauratieprojecten Koestraat 3 en 15 werd al snel ervaren hoe gecompliceerd herstel van dit gedeelte van de stad kon zijn. Vanwege de geringe breedte van de straat moesten de rupsbanden van de heimachine tien centimeter worden ingekort. In vijf jaar tijd werd de gevelwand hersteld met klassieke en moderne invullingen. Zo werd op nummer 20 de klokgevel in Lodewijk XV-stijl hersteld en op nummer 16 (architect Vincent Smulders) en nummers 24-30 (architect Theo Bosch) staan hedendaagse gevels.

In de zijstraat tussen de Kloveniersburgwal en de Oudezijds Achterburgwal, de Bethaniënstraat, is nogmaals de afwisseling te zien tussen gerestaureerde panden en nieuwbouwprojecten. Getracht is de nieuwbouw met de witgepleisterde gevels op de hoek Bethaniënstraat/Bethaniëndwarsstraat 1 t/m 5 (architect L. Kolkman) niet alleen qua maat en schaal maar ook wat betreft de kleuren aan te passen aan de bestaande bebouwing. Op nummers 37-39 heeft architect Theo Bosch, tevens de ontwerper van het ‘Pentagon’ aan de Sint Antoniesbreestraat, wederom in opdracht van Stadsherstel voor een eigentijdse invulling gekozen. De panden Kloveniersburgwal 38-40, in Lodewijk XIV-stijl, werden respectievelijk in 1968 en in 1971 gerestaureerd. Het pand nummer 38 uit de tweede helft van de 18de eeuw werd bij een grote brand in 1968 volledig in de as gelegd maar staat nu weer te pronken aan de Kloveniersburgwal.

Ook ten zuiden van de Oude Hoogstraat bevinden zich een aantal Stadsherstelpanden die de aandacht verdienen. De sterk verwaarloosde panden Oudezijds Achterburgwal 189-195 werden in 1981 van de Stichting Diogenes gekocht. Het hoekpand nummer 187 draagt een gevelsteen met het opschrift ‘1717 Huysman’. In dat jaar werd namelijk het pand vernieuwd en werden waarschijnlijk ook de belendende panden gebouwd. Het pand nummer 193, bekroond met een halsgevel, beschikt nog over een 18de-eeuwse roedeverdeling. Het pand nummer 195, de laatste uit deze rij panden die zich in een bijzonder slechte bouwkundige staat bevindt, heeft evenals nummers 189 en 191 een lijstgevel. De puien van nummers 193 en 195 zijn in de loop der tijd zo ingrijpend gewijzigd dat van de oorspronkelijke opzet weinig meer herkenbaar is. Het is de bedoeling dat alle vier de panden in de toekomst gerestaureerd worden.

Met betrekking tot de panden Spinhuissteeg 1a, 3 en 5 deed Stadsherstel in 1984 een opmerkelijke transactie. Na langdurige onderhandelingen met de gemeente werd overeenstemming bereikt over de ruil van de percelen Zanddwarsstraat 18-20 met Spinhuissteeg 1a, 3 en 5. In 1993 werden deze zeer verschillende panden opgeleverd. Het hoekpand nummer 1a werd in 1876 door architect G.B. Salm ontworpen. De gele banden in de zeer ingetogen ontworpen gevel zijn te beschouwen als een typisch 19de-eeuws decoratiemotief. De klokgevel van nummer 3 heeft opvallend brede vleugelstukken. In de gang van de bel-etage van dit pand uit omstreeks 1750 bevinden zich drie ‘schijndeuren’ die de gang op een unieke manier luister bijzetten.

Literatuur: G. Brinkgreve e.a., DE BETHANIËNBUURT, in: speciale uitgave van BINNENSTAD, Amsterdam 1989. NIEUWSBRIEF STADSHERSTEL NR. 25, voorjaar 1994.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren