Home » cultuuruiting » kunsten & vormgeving » Architectuur & Bouwkunst » Architectuur » De Dominicuskerk — Spuistraat 14

De Dominicuskerk — Spuistraat 14

De Dominicuskerk — Spuistraat 14

Aan de vroegere Nieuwezijds Achterburgwal, na het dempen van de gracht in 1867 omgedoopt tot Spuistraat, ligt een neogotisch kerkgebouw dat vanuit de lucht bezien veel weg heeft van een kathedraal. Vanaf de grachten of de smalle Spuistraat valt zij echter nauwelijks op in het stadsbeeld. Een hoge kerktoren zou hier verandering in gebracht hebben, ware het niet dat de gemeente Amsterdam tijdens de bouw van de Dominicuskerk in 1884-1893 hiervoor geen vergunning verleende. Alleen de zware onderbouw op de hoek Teerketelsteeg/Korte Korsjespoortsteeg herinnert nog aan de oorspronkelijk 85 meter hoog geplande kerktoren.

In 1883 ontving de architect P.J.H. Cuypers van het kerkbestuur van de H. Dominicus de opdracht om aan het begin van de Spuistraat een kerk te bouwen van middeleeuwse allure. Sinds de 17de eeuw hielden de paters der Dominicanen hier in een huiskerk genaamd ‘Het Stadhuys van Hoorn’ hun kerkdiensten. In 1844/45, de tijd dat de katholieken in Amsterdam langzaam in de openbaarheid traden, werd deze huiskerk vervangen door een groter kerkgebouw met een opvallende, neoclassicistische gevel van de architect R. van Zoelen. In 1850 werd de kerk bovendien als parochiekerk aangewezen. Het aantal kerkgangers bleef echter groeien, waardoor op den duur ook deze behuizing te klein werd. Besloten werd om in 1883 ‘Het Stadshuys van Hoorn’ en enkele belendende panden (waaronder het Sint Rosagesticht) die tevens in het bezit waren van het kerkbestuur, te slopen en op het scheefhoekige terrein — begrensd door de Spuistraat, de Teerketelsteeg en de Korte Korsjespoortsteeg — een nieuwe kerk te laten bouwen.

Cuypers ontwierp een godshuis dat met weinig kerkgebouwen te vergelijken is. Zelf zegt de architect over zijn ontwerp in het Bouwkundig Weekblad van 1884: ‘dat aldus een gebouw ontstond, geheel trouw aan de beginselen der middeleeuwse architectuur, dat toch op geen uit die tijd gelijkt… Ieder zal uit dien tijd geen enkele kerk vinden, gelijk aan deze zelfs niet wat de hoofdvormen betreft.’

Het gekozen ontwerp is desondanks wel eens vergeleken met de kerk van Santa Maria Novella te Florence, die eveneens in opdracht van de Dominicanen is gebouwd en dezelfde breedteverhoudingen heeft tussen schip en zijbeuken. Bij binnenkomst van de Dominicuskerk valt deze zaalachtige opbouw van de kerk inderdaad direct op. Het gebouw moest van het kerkbestuur minimaal 1700 kerkgangers kunnen herbergen die allen vrij zicht moesten hebben op het hoofdaltaar. De zijbeuken met de van Cuypers bekende stenen kruisribgewelven zijn dan ook relatief smal (2,95 meter). De middenbeuk met een vlakke overkapping is daarentegen vrij breed (16 meter). Het met sterren bezaaide plafond wordt enkel gesteund door ranke smeedijzeren boogprofielen die versierd zijn met bladmotieven en die rusten op zogeheten muraalzuilen — een halfzuil die in de zijmuur is verwerkt. Deze constructie is uit nood geboren. Wanneer Cuypers de grote middenruimte met steen overwelfd zou hebben, had de constructie van het gebouw uitgerust moeten worden met zeer zware steunberen. Het bouwterrein en de beschikbare bouwsom lieten dit niet toe.

Ook wat betreft de absis aan de oostzijde van de kerk — de halfronde uitbouw die in een christelijke kerk het koor afsluit — ontwierp Cuypers een bijzondere oplossing. Om ruimte te winnen en de hal zo groot mogelijk te houden is zij gedeeltelijk in de naast de kerk gelegen pastorie opgenomen. Het hoofdaltaar wordt dus aan weerszijden omsloten door een woonhuis. Rond de boogkop van deze gevel zijn tallooze heiligen en engelen geschilderd, die tezamen de hemel symboliseren. De kerk werd indertijd kaal en leeg opgeleverd. Pas in 1926 werd het schip van de zeer sfeervolle wandschilderingen voorzien. Het gehele interieur heeft tijdens de restauratie van 1996 een grootscheepse opknapbeurt gekregen. De gepolychromeerde (het beschilderen van bouw- en beeldhouwwerken met bonte kleuren) kapitelen, consoles en gewelfribben zijn van een dikke laag vuil ontdaan en beschadigingen zijn zoveel mogelijk hersteld. Het geheel ademt weer de sfeer van een neogotische kerk aan het einde van de 19de eeuw.

Het exterieur van de Dominicuskerk is door de dichte bebouwing minder makkelijk te overzien. Ook zij werd in 1996 volledig gerestaureerd. De overzichtelijke langsgevel bestaat uit een verhoudingsgewijs lage zijbeuk en een hoge middenbeuk. De gevel is verdeeld in acht traveeën, waarvan de twee buitenste een ongelijke maat hebben. Elke travee wordt afgesloten met een forse steunbeer die door de balustrade heenschiet en bekroond wordt met een terracottakleurige pinakel. De kopgevel, alleen te zien vanaf de nauwe Korte Korsjespoortsteeg, is minder overzichtelijk. Links had hier de 85 meter hoge toren moeten verrijzen die een tegenwicht zou moeten vormen met de voornamelijk horizontaal georiënteerde kerk. De zware onderbouw van de onvoltooide toren eist alle aandacht op, terwijl de in de schuine rooilijn gebouwde kopgevel, met daarin een groot roosvenster, er enigszins verloren bijstaat. Slechts op een afstand, bijvoorbeeld vanaf de overkant van de Spuistraat, is te zien wat Cuypers met de Dominicuskerk voor ogen stond: een heuse kathedraal uit de bloeitijd van de gotiek.

Literatuur: G. Hoogewoud, SINT DOMINICUSKERK, in: P.J.H. CUYPERS EN AMSTERDAM, ‘s-Gravenhage 1985, blz. 65-70.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren