Home » cultuuruiting » kunsten & vormgeving » Architectuur & Bouwkunst » Architectuur » De Sint Antoniespoort / De Waag — Nieuwmarkt 4

De Sint Antoniespoort / De Waag — Nieuwmarkt 4

De Sint Antoniespoort / De Waag — Nieuwmarkt 4

In 1457 bracht Filips de Goede, hertog van Bourgondië, een bezoek aan Amsterdam. Het verdedigingsstelsel van de stad — de uit aarde opgetrokken wallen met houten palissaden — was in de ogen van deze ervaren veldheer volstrekt verouderd en moest hoognodig veranderd worden. De stadsregering beschikte echter over weinig financiële middelen. Pas in 1481 begon men met de dure aanleg van een stenen muur rond de stad, afgewisseld door torens, rondelen en stadspoorten. In het oosten van de stad, waar de Geldersekade en de Kloveniersburgwal toentertijd de uiterste grens vormden, verrees in 1488 een kolossaal verdedigingswerk. De Sint Antoniespoort, genoemd naar het verder buiten de stad gelegen Antoniegasthuis, had zes buiten- en binnentorens met muren van bijna twee meter dik.

Ondanks verschillende gedaanteverwisselingen — aan de kant van de Zeedijk is het gebouw in de loop der tijd veranderd — kan zij beschouwd worden als één van de oudste wereldlijke gebouwen van Amsterdam. In de voorpoort, de twee torens aan de kant van het plein van de huidige Nieuwmarkt, is nog steeds haar oudste functie te herkennen van vesting en stadspoort; sommige schietgaten onder het rondboogfries zijn nog aanwezig. Opmerkelijk zijn ook de laatgotische kraagstenen (in de vorm van clowneske hoofdjes) tussen het ronde onderstuk en het achtkantige bovenstuk van de torens.

Haar huidige vorm kreeg het gebouw in 1617. De stadsgrens was inmiddels verplaatst, waardoor de Sint Antoniespoort niet meer dienst kon doen als verdedigingswerk. Het stadsbestuur besloot om in de oude stadspoort een nieuwe waag te openen die de bestaande waag op de Dam moest ontlasten. In een paar jaar werden verscheidene schietgaten tot ramen vergroot en werd het binnenterrein tussen de voorpoort en het hoofdgebouw overdekt. Boven de grote dubbele deuren aan de vier zijden van het gebouw werden brede luifels aangebracht, waaronder weegschalen bungelden. In de nieuwe waag werden, in verband met de nabijheid van de scheepswerven, in het bijzonder ankers en geschut gewogen.

De bovenverdiepingen werden ingericht als gildenkamers. Per toren beschikte elk gilde over een eigen opgang. In de gebeeldhouwde reliëfs boven de toegangspoortjes zijn de verschillende gilden te herkennen. In de zuidwestelijke toren bevindt zich bijvoorbeeld het reliëf van de evangelist Lucas met een os aan zijn zijde, het gildenteken der schilders. Ook hadden het schoenmakersgilde, het gilde der smeden en het koekenbakkersgilde hun vergaderkamer in de waag. In het huidige interieur van het gebouw hebben twee gilden een bezienswaardige erfenis achtergelaten. Aan de zijde van de Zeedijk is de opgang en de stijlkamer van het metselaarsgilde nog steeds in authentieke staat aanwezig. Het reliëf waarvan het ontwerp wordt toegeschreven aan de bekende bouwmeester Hendrick de Keyser (1565-1621) toont metselaarsgereedschap en daarboven een medaillon met een borstbeeld van een man die een gekroonde troffel triomfantelijk in de lucht houdt. In de wand van de traptoren bevinden zich zeer kunstig gemetselde nissen die door de schuine voegen diepte suggereren. Boven op de spil van de trap bevindt zich een marmeren geldbuidel. Dit was vroeger de betaalkamer. Een toppunt van vakmanschap vormen de gemetselde getordeerde zuilen die aan weerszijden van een nis een fries en een kroonlijst dragen. Op de kapitelen van de zuilen staat ‘anno 1660’ geschreven. Ook in de gildenkamer zelf zijn allerlei zeer kunstige proeven ‘der loffelijcker bouwkonst’ te bewonderen waarmee de aspirant-metselaars hun meestertitel konden bemachtigen. De muren van de kamers bevatten lijsten die dusdanig gemetseld zijn dat zij een zogeheten trompe-l’oeil effect — bedrieglijk natuurgetrouwe gemetselde voorstelling — creëren.

In de zuidoostelijke toren van de voorpoort bevindt zich de toegang tot de kamer van het chirurgijnsgilde. Helaas is enkel nog het opschrift boven het toegangspoortje ‘Theatrum Anatomicum’ bewaard gebleven. Boven de deur bevond zich een borstbeeld van de Griekse arts Hippocrates, de grondlegger van de westerse geneeskunde.

Het chirurgijnsgilde bouwde in 1690 in het midden van de waag een achtkantige koepel. De ruimte werd ingericht als een zogeheten anatomisch theater. Deze collegezaal bood plaats aan maar liefst vijfhonderd studenten en andere toeschouwers die plaats konden nemen op een ronde houten tribune. Beroemde professoren in de geneeskunde hebben hier anatomische lessen gegeven. Twee daarvan zijn vereeuwigd door Rembrandt van Rijn: Anatomische les van dr. Tulp (1632) en Anatomische les van dr. Johan Deyman (1656). Beide schilderijen behoorden lange tijd tot het meest trotse bezit van het Amsterdamse chirurgijnsgilde maar bevinden zich nu respectievelijk in het Mauritshuis te Den Haag en in het Rijksmuseum.

Elke heelmeester die lid was van het gilde liet zijn wapenschild schilderen dat waarschijnlijk in 1732 onder de bestaande koepel zijn geplaatst om ruimte te scheppen voor de schilden van nieuwe leden. In totaal bevinden zich op het koepelgewelf 84 wapenschilden. Hoewel het chirurgijnsgilde in 1798 werd opgeheven bleef de snijkamer tot 1869 in gebruik als ruimte voor anatomisch onderwijs.

Aan het begin van de 19de eeuw verloor het waaggebouw langzaam zijn functie. De gilden werden in de Franse tijd afgeschaft en het stadsbestuur vond de kosten van het onderhoud van de waag te hoog oplopen. Op 30 december 1819 werd voor het laatst gewogen op de Nieuwmarkt: een kist indigo van 239 pond. Sindsdien heeft de waag de meest uiteenlopende huurders gehad. Het gebouw heeft een tijd dienst gedaan als brandweerkazerne, Gemeentearchief, Amsterdams Historisch Museum en één van de laatste huurders was het Joods Historisch Museum. In 1989 begon een verhitte strijd tussen allerlei gegadigden die elk aan de waag een eigen bijzondere bestemming wilden geven. Het plan van Stichting Centrum de Waag leek het pleit te beslechten maar liep uiteindelijk uit op een fiasco.

Momenteel is, na acht jaar leegstand, de hoofdbewoonster van de waag de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media. Uitgangspunt van de Maatschappij is de waag haar oorspronkelijke functie van stadspoort terug te geven. Het restaurant-café ‘In de Waag’ is gevestigd op de begane grond. De Maatschappij verzorgt in het café-gedeelte de Leestafel voor Oude en Nieuwe Media, een elektronische leestafel met Internet, CD-roms, kranten en tijdschriften. Op de eerste verdieping bevindt zich de mediawerkplaats waar studenten van het Sandberg Instituut en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht hun werkplek hebben. Op deze verdieping is ook het kantoor van de Stichting Lezen gevestigd. In de koepelzaal van het voormalig Theatrum Anatomicum organiseert de Maatschappij presentaties, lezingen, tele-conferenties en exposities.

Eind 1992 begon architect Walter Kramer met een grootscheepse restauratie van het gebouw. In het restauratieplan werd er enerzijds naar gestreefd het gebouw weer geschikt te maken voor openbaar gebruik, anderzijds streefde men naar een zo grondig mogelijk herstel van de gevels, torens en fundering. Interessant is hoe ver de restauratie-architect terug in de tijd is gegaan. Op basis van een 18de-eeuws schilderij van Isaac Oudewater is de luifel onder de voorpoort weer teruggebracht. De architect wilde niet alle zijden weer voorzien van luifels, want daarmee zou men in zijn ogen de historische ontwikkeling van de waag in de 19de en 20ste eeuw geweld aandoen. Wel zijn de luiken, deuren en lijsten opnieuw in de verf gezet, in heldere en sprekende kleuren zoals rood en geel. Volgens Kramer is de 19de-eeuwse restauratie-opvatting dat enkel gedempte kleuren dienen te worden toegepast uit de tijd.

Literatuur: E. Kurpershoek, DE WAAG OP DE NIEUWMARKT, Amsterdam 1994.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren