Home » cultuuruiting » kunsten & vormgeving » Architectuur & Bouwkunst » Architectuur » De Walenkerk — Oudezijds Achterburgwal 157-159

De Walenkerk — Oudezijds Achterburgwal 157-159

De Walenkerk — Oudezijds Achterburgwal 157-159

Eeuwenlang zijn Amsterdam en godsdienstvrijheid onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest. Vreemdelingen die vanwege hun geloof, geaardheid of denkbeelden in hun vaderland werden vervolgd vonden in de stad aan de Amstel een toevluchtsoord. De liberale houding van het stadsbestuur zorgden ervoor dat de stad vanaf haar bloeitijd veel vreemdelingen herbergde. Ook toen aan het einde van de 16de eeuw tijdens de Nederlandse Opstand de Zuidelijke Nederlanden weer in handen van de katholieke Spanjaarden vielen was de stad aan de Amstel in de Noordelijke Nederlanden een uitvalsbasis. Op het moment dat Antwerpen werd heroverd (1585) trokken veel Franstalige gereformeerden uit angst voor de katholieke repressie naar het sinds 1578 protestantse Amsterdam.

Het Amsterdamse stadsbestuur stelde aan deze religieuze vluchtelingen die zich weldra verenigden in de Waalse-hervormde gemeente, een oude kloosterkapel ter beschikking om te kunnen kerken. Het eenvoudige kerkgebouw dat bestond uit een middenbeuk en een noordelijke zijbeuk maakte onderdeel uit van het geconfisqueerde klooster der Paulusbroeders. Het klooster werd aan het begin van de 15de eeuw — in een balk van de noordbeuk staat nog steeds het jaartal 1409 gegrift — gesticht op het terrein achter de Oudezijds Achterburgwal, ongeveer ter hoogte van de huidige Oude Hoogstraat. Op een kaart van Pieter Bast uit 1617 is duidelijk te zien dat de kapel zich ongeveer in het midden van dit terrein ten noorden van de kloostertuin (het huidige Sint Jorishof) bevond, enigszins verwijderd van de Oudezijds Achterburgwal. Sinds de Alteratie deden de kloostergebouwen dienst als opslagplaats en proveniershuis (liefdadig gesticht). Toen de Waals-hervormde gemeente in 1586 toestemming kreeg om in de kloosterkapel hun Franstalige kerkdiensten te houden werd het gebouw omgedoopt tot ‘Walenkerck’. In 1616 werd aan de noordkant van het voormalige kloosterterrein tussen de bestaande woonhuizen aan de Oude Hoogstraat een poortje gebouwd door Hendrick de Keyser. De doorgang van Oude Hoogstraat 22, met het stadswapen tussen het gebroken fronton, heeft twee halfzuilen. De doodshoofden aan weerszijden verwijzen naar de uitvaarten die aan deze zijde van de Waalse Kerk plaatsvonden.

De protestantse vluchtelingen, die een veilige thuishaven in Amsterdam hadden gevonden, kwamen niet uitsluitend uit de Zuidelijke Nederlanden. Ook in Frankrijk werden aanhangers van de leer van Calvijn vervolgd. Deze ‘Hugenoten’ — naar een verbastering van het Zwitsersduitse ‘Eidgenosse’ — trokken en masse naar het noorden. De Walenkerk aan de Oudezijds kon gedurende de 17de eeuw al deze nieuwe kerkgangers maar ternauwernood herbergen. In 1664 besloot men dan ook de kerk uit te breiden. Ten zuiden van het middenschip werd een nieuwe beuk aangebouwd. De Walenkerk kreeg hierdoor haar huidige vorm: een driebeukige kerk, overkapt met houten tongewelven en ondersteund door ronde zuilen met abacushoge kapitelen. De kapconstructie is overigens in 1890 volledig vernieuwd. In 1680 werd in de oostgevel het door Nicolaas Langlez gefabriceerde orgel geplaatst; in 1734 werd dit instrument door de beroemde orgelbouwer Christian Müller vernieuwd.

Op het moment dat in Frankrijk het Edict van Nantes (waarin de protestanten een aantal rechten kregen) onder de katholieke koning Lodewijk XIV werd herroepen, kwam er een tweede stroom vluchtelingen op gang die tot ver in de 18de eeuw zou aanhouden. In 1685 werd de Walenkerk wederom uitgebreid. Om meer zitplaatsen te creëren plaatste men rond het middenschip, halverwege de zuilen, een houten galerij. In de westgevel is de hoogte van deze extra verdieping nog te zien. Het koor in de oostgevel werd met een houten wand gescheiden van het schip. Momenteel is deze wand onder het orgel weer gedeeltelijk verdwenen, evenals de houten galerijen.

In 1885 onderging de Waalse kerk een grote opknapbeurt, die meer kwaad dan goed heeft gedaan. Voor de westgevel werd een nieuwe gevel geplaatst die veel te zwaar bleek voor de oorspronkelijke fundering. De gevel verzakte en scheurde op een aantal plaatsen. Bovendien plaatste men op de oude zerkenvloer een houten vloer met een fundering van staalprofielen die deels op de fundering van de buitengevels rustte. Dit gaf pas echt problemen toen men in de jaren ’60, als onderdeel van een vloerverwarming, een betonvloer op deze houten vloer stortte. Door het gewicht van de vloer gingen sommige buitengevels hier en daar scheuren vertonen.

Het College van Kerkmeesteren van de Waalse gemeente wist pas aan het begin van de jaren ’90 genoeg geld bij elkaar te krijgen voor een grootscheepse restauratie onder leiding van C.O. Bouwstra. Uitgangspunt van de restauratie was de verschijningsvorm van de kerk na het herstel van 1885. In het restauratieplan is te lezen dat men beoogt ‘alleen daar waar het mogelijk is, zonder het beeld dat in 1885 ontstaan is aan te tasten, oudere bouwelementen of sporen zichtbaar te maken’. Concreet betekende dit dat bijvoorbeeld een 19de-eeuwse toevoeging als de blokkenverdeling werd gehandhaafd. Het stucwerk van de spitsbogen en de zuilen (in de 18de eeuw waren dit rondbogen en zonder blokkenverdeling) heeft men weer van een blokkenverdeling voorzien. Tevens heeft het plafond zijn okerkleur behouden en is het kerkmeubilair opnieuw gehout in een zeer lichte okerkleur.

Literatuur: Gertrudis A.M. Offenberg, ‘DE WAALSE KERK IN AMSTERDAM’, in: SPIEGEL HISTORIAEL, jrg. 19 (jan. 1984), Amsterdam, blz. 35-41. A.W. Verburg, College van kerkmeesteren, RESTAURATIE WAALSE KERK AMSTERDAM 1990-1992, Amsterdam 1992.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren