Stadsherstel op de Wallen

Stadsherstel op de Wallen

In 1958 kocht de jonge Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel N.V. haar eerste pand aan de toentertijd sterk verpauperde wallen. Het betrof hier Oudezijds Voorburgwal 61, een vervallen koopmanshuis uit 1670. Stadsherstel bestond net twee jaar en onder leiding van de eerste directeur, de heer K.W. van Houten, werd een begin gemaakt met het weer bewoonbaar maken van de oude binnenstad. In de loop der jaren heeft Stadsherstel haar huizenbezit op de wallen gestaag uitgebreid en wist op verschillende plekken historische krotten waarvan alleen nog het onderstuk overeind stond, weer te herstellen tot fraaie koopmanshuizen die toch rendabel verhuurd konden worden. In 1995 werd bovendien in samenwerking met Grand Hotel Krasnapolsky een aantal historische panden achter het hotelcomplex aangepakt, een restauratieproject dat een grote uitstraling heeft op het straatbeeld in deze al jaren problematische buurt. Dit neemt niet weg dat aan het totale verval van de panden aan de wallen nog lang geen halt is toegeroepen.

Oudezijds Voorburgwal 7 — circa 1800. Te bezichtigen: begane grond. Een voorbeeld van deze verpaupering vormt het pand nummer 7. Aan het zadeldaknokkje dat boven de verwaarloosde trigliepenlijst uitsteekt is te zien dat hier vroeger een andere geveltop heeft gezeten. Om te voorkomen dat de voorgevel uit zijn verband raakt is het pand voorzien van zogenaamde ‘op-en-neren’. Door de maatschappij aangekocht in 1962 wacht dit eens gracieuze grachtenpand nog steeds op restauratie.

Oudezijds Voorburgwal 30 — circa 1850. Te bezichtigen: begane grond. Een ander krot van monumentale waarde dat nodig gerestaureerd moet worden is pand nummer 30. Het werd door Stadsherstel in 1996 op de veiling gekocht. Tot voor kort was hier het Anthonytheater gevestigd.

Lange Niezel 22 — 1587. Te bezichtigen: hal en eerste verdieping. Rond de Zeedijk, de dijk die de bewoners van de kleine nederzetting aan de Amstel opwierpen om zich te beschermen tegen het dreigende zeewater, moeten in de middeleeuwen nog veel natuurlijke sloten en kreken hebben gelegen. Een straatnaam als Niezel (afgeleid van Lyesdel, hetgeen lage plaats begroeid met riet betekent) herinnert nog aan de aanwezigheid van water en riet achter de Warmoesstraat. In 1984 kocht Stadsherstel aan de Lange Niezel een pand dat op instorten stond. De bouwmuren stonden te wankelen en veel balken waren verrot. Stadsherstel besloot dit unieke woonhuis uit de late middeleeuwen te restaureren, ondanks de moeilijke ligging in de problematische buurt die de wallen nog steeds is. Het betrof hier een pand van groot kunsthistorisch en geschiedkundig belang. In 1587 kocht namelijk Gerrit Pietersz. Bicker dit ‘dubbelpand’ en liet het grondig verbouwen. Zijn zoon, Andries Bicker (1586-1652), die het later zal brengen tot de zeer machtige burgemeester van Amsterdam, groeide op in het woonhuis aan de Niezel.

De klokgevel van dit pand stamt weliswaar uit het midden van de 18de eeuw maar hier en daar bevinden zich nog detailleringen uit het einde van de 16de eeuw. In de voorgevel met een duidelijke tweedeling bevindt zich bijvoorbeeld onder het bovenste trapraam een zandstenen kopje dat waarschijnlijk uit de oorspronkelijke gevel afkomstig is. Vooral het zware houtskelet in het achterste deel en de sleutelstukken van de korbelen geven een prachtig beeld van een sjiek woonhuis in de binnenstad aan de vooravond van de Gouden Eeuw. Het pand werd tijdens de verbouwing eind 16de eeuw door Gerrit Bicker in de lengte in tweeën gesplitst waardoor er achter de voorgevel twee woningen ontstonden. De familie Bicker woonde in de rechterwoning die tevens de achterplaats had. Op die achterplaats gaf een rijk gedetailleerd poortje toegang tot dit huis. Het poortje dat moest wijken toen het achterhuis werd gesloopt, heeft een lange tijd in het pand van Bureau Monumentenzorg aan de Basseltssteeg gestaan en belandde na de verhuring naar de Keizergracht op de Werf. Het poortje met een doorbroken fronton waaraan het wapen van de Bickers is afgebeeld en voorzien van een bijzondere detaillering van beesten en hogen, is in het voorhuis van Lange Niezel 22 te zien. Centraal in de entreehal en het trappenhuis is een uitdagende mix van oud en nieuw herkenbaar.

Oudezijds Voorburgwal 61 — 1670. Te bezichtigen: hal. Dit koopmanshuis met een indrukwekkende halsgevel werd omstreeks 1670 gebouwd. Aan weerszijden van de hals bevinden zich zandstenen vleugelstukken en rond de hijsbalk en onder de twee bovenste ramen hangen zogeheten ‘festoenen’. Deze trosversieringen, veelvuldig gebruikt in de classicistische bouwstijl, verwijzen naar de klassieke tijd waarin slingers van bloemen en vruchten aan gevels werden gehangen. Vaak is het doorbuigende festoen opgehangen aan twee knoppen. In de hal van het pand bevindt zich een gedecoreerd plafond en een bijzondere houten lambrizering met pilasters in de Ionische zuilenorde.

Oudezijds Voorburgwal 228-230 — 19de eeuw. Te bezichtigen: hoofdverdieping. Eind 1992 ging Stadsherstel een intentie-overeenkomst aan met Grand Hotel Krasnapolsky in verband met de bestaande bebouwing in de Pijlsteeg en verschillende panden aan de Oudezijds Voorburgwal. Kras bezat hier namelijk een aantal historische panden, waarmee men het hotelcomplex wilde uitbreiden maar die voortdurend gekraakt werden. Toen Kras uiteindelijk het gebouw van het Leger des Heils aan de Damstraat kon aankopen en aldaar haar uitbreiding realiseerde, werd in overleg met Stadsherstel besloten om het fabriekspand aan de Oudezijds Voorburgwal 228-230 te verbouwen tot 24 HAT-eenheden. Het gebouw was vroeger onderdeel van het distilleerderij-complex van Wijnand Fockink. De bekende Amsterdamse ‘likeurstokerij’, opgericht in 1679, had haar directiekamer in het belendende statige grachtenhuis Parijs, Oudezijds Voorburgwal nummer 232.

Het fabriekspand heeft een gevel die in de 19de eeuw voor drie grachtenpanden is geplaatst. Jaartalscènes die oorspronkelijk de gevel sierden en nu in de hoofdentree zijn opgenomen, geven de data weer waarop de samentrekking van deze panden heeft plaatsgevonden. Aan de achterzijde van het fabriekspand, gezien vanuit de binnentuin die via de ingang naast Pijlsteeg 35 te bereiken is, kan men de oorspronkelijke driepandige structuur nog herkennen. Het gebruik voor opslag van distilleerprodukten heeft tot gevolg gehad dat de vloeren en balklagen boven in de kap zijn doordrenkt met natuurlijke oliën. Omdat de oliën de verf dreigden te verweken was schilderen onmogelijk. De balklagen en spantconstructies zijn dan ook kaal gelaten. Het bordje met de tekst ‘Jan de Vriesen Steechjen’, te zien op één van de ramen rechts in de voorgevel, geeft de plaats aan waar voor de samentrekking van de panden een smal steegje heeft gelopen. Helemaal rechts van het fabriekspand is nog een steeg afgesloten. Dit is vrij recentelijk gebeurd door middel van een poortje dat afkomstig is uit de Pijlsteeg. Deze oude kantooringang van Wijnand Fockink moest in verband met de nieuwbouw van Krasnapolsky in de Pijlsteeg aanvankelijk wijken. Mede dankzij een financiële bijdrage van de Vereniging Vrienden van Stadsherstel kon zij behouden blijven.

Oudezijds Voorburgwal 232 — 1715. Te bezichtigen: exterieur. De grond van dit pand behoorde oorspronkelijk tot het bezit van de Oude Kerk. Pieter Parijs, de Amsterdamse koopman die het huis in 1626 kocht en waarnaar het pand is vernoemd, betaalde jaarlijks aan het kerkbestuur een erfpacht van vijf en een halve gulden. Het pand kreeg de huidige halsgevel met de eigenaardige mannekoppen aan het begin van de 18de eeuw. De kop op de bekroning van de topgevel is opzij gedraaid zodat de zeer geprononceerde neus nog duidelijker te zien is. In dat jaar betrok de Franse familie Mamouchettes het statige huis. Ook op het in 1996 gerestaureerde wapenschild van deze familie is driemaal en profil een kop afgebeeld met een enorme neus. Sommige historici beweren dat de koppen verwijzen naar de Saracenen, de Arabische kooplieden waarmee de familie wellicht handel dreef. Anderen beweren dat de koppen verwijzen naar een woordspeling op de familienaam. Het Franse ‘ma mouchette’ betekent zoiets als ‘vreemde snuiter’.

Pijlsteeg 35 — 1689. Te bezichtigen: binnentuin, proeflokaal en distilleerderij. Het is misschien moeilijk te geloven maar Amsterdam kende reeds in de middeleeuwen een, hetgeen wij nu zouden noemen, ‘tippelzone’. In 1478 werd per decreet door het stadsbestuur besloten dat de Pijlsteeg, die in deze tijd Apostelsenstraat werd genoemd, alleen bewoond mocht worden door prostituees. De schout kon zo beter toezicht houden op de gang van zaken. In 1509 voegde men daar nog aan toe dat elke prostituee die zich elders vestigde uit haar woning zou worden gehaald en ‘onder trommelslag en fluiten naar de Pijlsteeg gevoerd zou worden’. In 1996 is door Stadsherstel een begin gemaakt met een grote renovatie van de zeer vervallen steeg, vernoemd naar Dirck Pijl die hier rond 1520 een huis met een erf bezat. Op de benedenverdieping van nummers 37-41 is inmiddels de kleine distilleerderij gevestigd van Janssens waar genever en likeuren worden gestookt. Op de bovenverdieping worden door Stadsherstel wooneenheden gecreëerd.

Op het huidige nummer 35 was sinds jaar en dag het proeflokaal van Wijnand Fockink, voorheen de ‘Gekroonde Wildeman’, gevestigd. Aan het eind van de 19de eeuw was Wijnand Fockink de grootste likeurfabriek van Amsterdam. In de fabriek werd uitsluitend geproduceerd voor de wereldhandel; Wijnand Fockink bood in haar topjaren werk aan zo’n tachtig likeurbereiders, flessenspoeders, tappers en kantoorbedienden. De firma verkocht een zeer breed assortiment aan likeuren met klinkende namen als ‘hemdje licht op’, ‘Juffertje in ‘t groen’ en ‘kwartier voor vijven’. Wijnand Fockink werd uiteindelijk overgenomen door Bols die het hele complex aan de Pijlsteeg en de Oudezijds Voorburgwal opdoekte. De firma Janssens heeft de benedenverdiepingen van de panden aan de Pijlsteeg opnieuw ingericht als distilleerderij en likeurstokerij. Het ‘Proeflokaal’ schenkt naast de zelf gestookte genevers ook de zelf gestookte oudhollandse likeuren van Wijnand Fockink.

Links van het proeflokaal, waar zich vroeger het naar de Servetsteeg verplaatste poortje bevond, is een poortje naar de binnentuin waar het lunchlokaal ‘De Mesmaeker’ een terras heeft. Het gebouw met de fabriekspijp is de voormalige elektriciteitscentrale van Krasnapolsky. Na een bezoek aan de elektriciteitstentoonstelling in München in 1879 besloot Krasnapolsky als één van de eersten van zijn tijd dit nieuwe systeem in zijn wintertuin te introduceren. De zes grote lampen werden vanuit dit gebouw van stroom voorzien.

Literatuur: Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel N.V., JAARVERSLAGEN 1958-1995.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren