Home » cultuuruiting » kunsten & vormgeving » Architectuur & Bouwkunst » Architectuur » Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk — Kloveniersburgwal 50

Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk — Kloveniersburgwal 50

Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk — Kloveniersburgwal 50

Amsterdam kent in haar geschiedenis niet alleen katholieke maar ook protestantse kerkgemeenten die door het stadsbestuur verplicht werden om een kerkgebouw neer te zetten zonder de uiterlijke kenmerken van een kerk. Het godshuis aan de Kloveniersburgwal, dat eerder doet denken aan een overheidsgebouw, is daarvan een goed voorbeeld. Evenals de katholieke huiskerken heeft het gebouw uit 1793 geen toren.

In 1791 leidde een geschil in de Lutherse kerk over de te vrijzinnige denkbeelden van de gemeente tot een afscheiding. Een groep dissidenten stichtte de Hersteld Evangelisch Lutherse Gemeente. Op het terrein van het voormalige Dolhuis vonden zij een geschikte plaats om een eigen kerk te bouwen. Stadsarchitect Abraham van der Hart (1747-1820), ontwerper van onder andere het Maagdenhuis (1787), werd door het kerkbestuur benaderd maar hij had het te druk en delegeerde het werk aan zijn timmer- en metselbazen Smit en Helmers. Zelf hield hij enkel de supervisie over de bouw.

De nieuwe gemeente stelde aan de ontwerper de eis dat het gebouw inwendig moest lijken op de Oude Lutherse kerk aan het Spui. Het gebouw kreeg dan ook drie beuken met boven de twee zijbeuken galerijen. De langsgevel in classicistische stijl kwam evenwijdig aan de Kloveniersburgwal te lopen. De brede façade bestaat uit negen vensterassen en wordt verticaal geleed door een middenrisaliet (vooruitspringend middengedeelte van een gebouw). De middenrisaliet, met een natuurstenen basement, heeft Ionische pilasters en wordt bekroond door een houten fronton. Het timpaanreliëf werd ontworpen door B.W.H. Ziesenis (1768-1820), de zoon van de stadsbeeldhouwer A. Ziesenis. Het reliëf was bedoeld als een zinspeling op de ‘Afzondering’ van de nieuwe gemeente. De middelste figuur met opengeslagen bijbel en wijzend naar de hemel stelt de godsdienst voor; zij is vergezeld door twee ‘wichtjes’: het linker figuurtje omklemt een zuil (symbool voor standvastigheid) en het rechter figuurtje omklemt een kelk (het geloof). Onder het reliëf was in de plint in vergulde letters de spreuk (uit Handelingen 2 vers 42) te lezen: ‘En zij bleven volstandig in de leere der Apostelen’.

De zuidgevel aan de Spinhuissteeg heeft dezelfde rondboogvensters en toegangspoort als de langsgevel. Alleen de daklist wordt hier onderbroken door de mansarde-kap (een type dak met een gebroken dakvlak) in de zijtopgevel. De kerk kan beschouwd worden als een typische zaalkerk. Het middenschip wordt overkapt door een tongewelf met een groot bovenlicht.

Tot in de jaren ’50 heeft het gebouw dienst gedaan als Lutherse kerk. De gehele kerk bood plaats aan maar liefst 2000 kerkgangers. Oorspronkelijk bestond het interieur van de kerk uit twee galerijen, ondersteund door Toscaanse zuilen en met een zeer sobere, ornamentloze borstwering. De preekstoel en het orgel waren tegen de noordelijke wand gesitueerd. Toen na de oorlog het aantal kerkgangers terugliep was het kerkbestuur gedwongen om het godshuis te sluiten. In 1950 nam De Nederlandse Bank zijn intrek in de zaalkerk en verbouwde het interieur grondig tot archief- en kantoorruimte. Het door Johan Strümphler in 1795 gebouwde orgel verhuisde naar de Sint Eusebiskerk te Arnhem. Deze kerk had haar eigen orgel verloren door bombardementen tijdens de slag om Arnhem. De preekstoel vond een nieuwe plaats in de Nederlands Hervormde kerk van Elst.

Momenteel wordt de kerk omgebouwd tot het theater De Trust van de gelijknamige theatergroep. De begane grond zal ingericht worden als foyer en kassa-ruimte; in de ruimte van het oorspronkelijke middenschip komt op de begane grond een bescheiden zaal voor kleinschalige theaterprodukties. De grote theaterzaal is gesitueerd op een ingebouwde vloer van de eerste verdieping. De zaal is te bereiken door middel van een brede trap. De galerijen op de eerste verdieping zullen dienen als foyer. Op deze wijze wordt het kerkgebouw op een bijzondere wijze weer in gebruik genomen en krijgt het in ieder geval weer een openbare functie.

Literatuur: C.A. van Swighem, ABRAHAM VAN DER HART, Amsterdam 1965, blz. 196-203.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren