Brief aan de lezer (79)
Gisteren kreeg ik trek in oliebollen. Toen wist ik het zeker: het nieuwe jaar is in aantocht.
Dat heb ik altijd eind augustus. Ik maak de balans op. Welk taalmodel was het beste? Wie ging er weg en wat kwam erbij? En ik richt mij op het volgende jaar. Dan drink ik uitsluitend Spa Rood met gembersiroop en eet ik één boterham met dun beleg. Om natuurlijk op de eerste nieuwe dag meteen weer voor de bijl te gaan. Om dat te voorspellen heb ik echt geen taalmodel nodig.
Een paar bladeren van de esdoorn op het Javaplein kleuren rood. De zon komt later op. Er hangt vocht in de lucht. Achter ons huis gillen weer kinderen op het schoolplein.
De overgang is bijna ongemerkt gegaan. Plotseling is hij er gewoon: de herfst.
Ik word er onrustig van. Wat is mijn lesrooster? Wie zitten er in de klas? Als ik thuiskom verwacht ik mijn moeder achter de keukentafel. Voor haar ligt een grote stapel schoolboeken.
Ik heb er geen zin in, maar ontsnappen is onmogelijk.
Plakband. Een schaar. Een rol effen kaftpapier.
Het is een ernstige kwestie.
Mijn moeder knipt geconcentreerd twee inkepingen op de vouwlijn. Ze vouwt het taps toelopende klepje terug. Met een gerimpelde vinger, haar trouwring diep in de huid getrokken, wrijft ze een paar keer plechtig over het papier.
Frans. On parle français.
Het boek past precies met zijn rug in het vouwwerk. Mijn moeder heeft een timmermansoog. Geroutineerd klapt ze de flappen naar binnen. De omslag zal een heel schooljaar onzichtbaar blijven. Met stukjes plakband – alleen op het kaftpapier! – zorgt ze dat alles strak blijft zitten.
Met een plof gooit ze het boek voor mij op tafel.
Nu ik.
Met mijn tong tussen mijn lippen rol ik het kaftpapier uit en neem de maat. Mijn moeder kijkt op mijn vingers en zwijgt. Zoals altijd.
Ik ben bang dat ik de rug te diep heb ingeknipt. Heel even overweeg ik een nieuw stuk papier te pakken, maar haar blik zegt genoeg. Boven aan de rug ontstaan twee gaatjes. Met stukjes plakband maak ik er het beste van.
Boven mij hoor ik alleen het slepende gepiep van het schommeltje van onze kanarie Floepie.
Bij het volgende boek gaat het beter. Vouwen. Knippen. Kaften. Het schoolboek zit strak in zijn jasje.
Mijn moeder zegt nog steeds niets.
Dat kon ze niet.






