markischer sand kiefer bloch
Home » cultuuruiting » De getuigenis van een landschap

De getuigenis van een landschap

Anselm Kiefers ‘Märkischer Sand’ en de erfenis van de Annales-historici

Anselm Kiefers schilderij Märkischer Sand (1980), dat in 2025 weer eens te zien was in het Stedelijk Museum is een beladen en gelaagd werk. Het beeldt het Duitse landschap af als een plek van trauma, herinnering en morele worsteling. Op het eerste gezicht is het een abstract, stoffig werk, opgebouwd uit ruwe materialen als zand, as, takken, planten en stro. Vaak half verbrand of verdord. Maar achter dit materieel geweld schuilt een dieper besef: het landschap draagt sporen. Het getuigt. En daarin ligt een onverwachte verwantschap met de benadering van geschiedenis door de Franse Annales-school, met name bij historici als Marc Bloch.

Kiefers schilderij zag ik voor het eerst in mijn studententijd, eind jaren ’80. Volgens mij toen door Fuchs in zo’n vergelijkende tentoonstelling opgehangen. Ik weet niet meer wat er tegenover hing maar is was enorm onder de indruk van de uitstraling. Wat klodders verf vermengd met zand en riet en tot sporen getrokken. Op een afstand zag je duidelijk een landschap met diepte. Karrensporen. Misschien wel sporen van rupsbanden van tanks. Niet alleen horizontaal maar ook verticaal, de grond in, had de boel meteen een schokkende diepte. Je voelde de geschiedenis van dat land. Wat er allemaal gebeurd was. Mensen zag je niet. Die waren natuurlijk dood. Maar het land was ontuitwisbaar.

Waar Kiefer via beeldende kunst het landschap laat spreken, zochten Bloch en zijn tijdgenoten naar een geschiedenis die dieper groef dan de politieke feiten. Ik las Bloch voor mijn studie geschiedenis. Ik vond de Franse Annales school cool. Ik had LaRoyDurie bij Adriaan van Dis horen vertellen over het dorpje Montaillou in de Pyreneeën. Later zou ik er nog een keer vlakbij kamperen met mijn gezin. Dit soort historici wilden sporen lezen in de aarde, in de landbouwstructuren, in de traagheid van gewoonten en de vormen van dorpen. De bodem was geen decor, maar een historische bron. Kiefers werk functioneert op precies diezelfde manier: het maakt de bodem tot hoofdrolspeler in het historische drama.

Het landschap als document

In zijn werk Apologie pour l’histoire beschrijft Marc Bloch de noodzaak om ook niet-tekstuele bronnen serieus te nemen. De aarde, het landgebruik, de structuren van boerderijen en akkers zijn voor hem net zo legitieme historische documenten als kronieken of brieven. Vooral in zijn studie van de middeleeuwse landbouw toont hij hoe sporen in het landschap machtsstructuren en sociale evolutie blootleggen. Het landschap is een palimpsest van menselijke activiteit.

Kiefer maakt deze gedachte tastbaar door zijn schilderijen letterlijk uit die aarde op te bouwen. In Märkischer Sand wordt het zand van Brandenburg niet alleen afgebeeld, maar fysiek verwerkt in het doek. De stof van de geschiedenis is ook het materiaal van de kunst. Kiefer toont daarmee een landschap dat niet neutraal is, maar vol beladen sedimenten ligt: oorlog, ideologie, schuld. Waar Bloch het landschap leest, laat Kiefer het landschap spreken.

Marc Blochs ‘Pleidooi voor de geschiedenis’

Tussen Kiefers rauwe verbeelding van het landschap en de historisch-analytische blik van de Annales-school staat een figuur die beide werelden belichaamt: Marc Bloch. In zijn onvoltooide werk Apologie pour l’histoire ou Métier d’historien(1942–1943), geschreven in de onderduik, formuleerde hij een krachtig pleidooi voor het vak van de historicus.

Volgens Bloch is geschiedenis geen verzameling van feiten of data, maar een poging om zin en verband te ontdekken — niet achteraf, maar vooruitkijkend. Hij schrijft: “De vragen van het heden bepalen wat wij van het verleden willen weten.” Geschiedenis is dus niet neutraal; ze is een antwoord op urgente morele en maatschappelijke kwesties.

Bloch benadrukt de rol van de historicus als rechter en speurder: iemand die uit onvolledige sporen een coherent verhaal moet reconstrueren. Daarbij is empathie onmisbaar, net als verbeeldingskracht. Hij verzet zich tegen overdreven specialisatie en pleit juist voor verbinding tussen economie, samenleving, religie en landschap. Kortom: een interdisciplinair en mensgericht vak.

Wat deze tekst extra schrijnend maakt, is het feit dat Bloch kort na het schrijven werd opgepakt en op 16 juni 1944 werd gefusilleerd door de nazi’s. Als Jood en verzetsman werd hij slachtoffer van de ideologie die hij als historicus trachtte te begrijpen en te weerstaan. Zijn dood is daarmee een tragische letterlijke belichaming van wat hij beschreef: een geschiedenis die niet op afstand blijft, maar zich aftekent in lichamen, in grond, in getuigen.

Sporen van geweld

Een opvallend element in Märkischer Sand is de aanwezigheid van plaatsnamen uit Brandenburg: Potsdam, Frankfurt (Oder), Fürstenwalde, en andere relatief onbekende steden worden letterlijk in het doek geschreven, gekrast of aangebracht op loden platen. Deze namen vormen geen geografisch correcte kaart, maar wat je zou kunnen noemen een mentale landkaart — een netwerk van littekens op het oppervlak van het doek. Elke naam fungeert als een symbool van beladen geschiedenis: militaire tradities, oorlogservaringen, of collectieve verdringing. Door deze perifere plaatsen te noemen, maakt Kiefer het vergeten en het banale tot hoofdpersonage. De stedennamen worden littekens van het verleden, zichtbaar in het schilderij als tekens van wat de bodem niet heeft kunnen verzwijgen. Freienwalde, Köpinick, Paretz en Friedland . Vooral op Köpinick sla ik aan: Oom Piet, Ton Faas, het verhaal over de soldaat van Kopenick. Hauptmann von Köpenick. Wat was dat ook alweer.

Bloch beschrijft hoe oorlog, conflict en sociaal onrecht sporen achterlaten in het terrein. Verwaarloosde akkers, verkavelingspatronen, ruïnes: het zijn stille getuigen van menselijk drama. In Kiefers werk worden die sporen naar het voorplan getrokken. Zijn schilderijen zijn getekend door vernietiging: zwartgeblakerde vlakken, loodzware verf, verkoolde resten. In Märkischer Sand lijkt het alsof het doek zelf getekend is door de branden van de geschiedenis.

Deze destructie is niet willekeurig, maar verwijst expliciet naar de Duitse geschiedenis: het militarisme van Pruisen, de ideologische waanzin van het Derde Rijk, de collectieve verdringing na 1945. Kiefer maakt van het landschap een graf voor de verloren illusies van de natie. Zijn werk is een vorm van visuele geschiedschrijving — niet chronologisch, maar geologisch.

De traagheid van de geschiedenis

Een ander kernbegrip van de Annales-school is la longue durée van Fernand Braudel: het idee dat geschiedenis zich ook afspeelt op het trage ritme van geografie, klimaat en sociaal-economische structuren. Kiefers doeken verbeelden dit letterlijk. Ze zijn traag, zwaar, fysiek opgebouwd in lagen. De tijd zit in het materiaal.

In Märkischer Sand geen anekdotische helden, maar sedimenten. Geen snelle politieke overwinningen, maar stof, zand en as — de restanten van wat ooit beschaving moest zijn. Het werk dwingt de toeschouwer om niet alleen te kijken, maar te “lezen” zoals Bloch dat bedoelde: geduldig, laag voor laag, met oog voor context.

Van object naar getuige

Misschien de diepste verwantschap tussen Kiefer en Bloch ligt in hun morele besef dat de geschiedenis niet buiten ons ligt. Voor Bloch was het landschap een getuige van menselijke arbeid, maar ook van menselijk falen. Zijn dood als verzetsman in 1944 toont hoe persoonlijk zijn historisch project was. Ook Kiefer zoekt niet naar afstand, maar naar confrontatie. Zijn werk is geen objectief verslag, maar een beschuldigende vinger. De zandgrond van Brandenburg wordt niet beschreven, maar aangeklaagd.

In die zin overstijgt Märkischer Sand het esthetische. Het werk fungeert als geheugenplek: een locus van collectieve schuld, maar ook van de mogelijkheid tot herdenken en herbeginnen. Dat is exact wat Bloch voor ogen stond: een geschiedenis die niet alleen uitlegt, maar ook bevraagt. Niet alleen reconstrueert, maar ook oordeelt.

Slotbeschouwing

Anselm Kiefers Märkischer Sand en de historiografie van de Annales-school delen een fundamenteel inzicht: dat de aarde geen neutrale grond is, maar een drager van verhalen, trauma’s en betekenissen. Beide benaderingen dwingen ons tot een vorm van aandacht die traag, sensitief en moreel bewust is.

Waar Bloch pleitte voor het lezen van de bodem, maakt Kiefer die bodem voelbaar. Waar de Annales-historici het landschap tot bron maakten, maakt Kiefer het tot aanklacht. En in beide gevallen geldt: wie leert kijken, leert luisteren naar wat het zand vertelt.

Epiloog: een onverwachte spiegel

Opmerkelijk genoeg raakt deze thematiek ook aan de innerlijke ervaring die centraal staat in Lojong-slogan 20: “Vertrouw op de eerste van de twee getuigen”. Net als bij Bloch en Kiefer is daar sprake van het leren écht kijken — met één oog naar binnen, met het andere naar buiten. De bodem van de geschiedenis en de geest toont zich pas aan wie de confrontatie aandurft, met zichzelf en met het verleden. Zo vloeien meditatie en geschiedschrijving onverwacht samen in dezelfde symboliek: de blik die leert onderscheiden, en het landschap dat leert spreken.

  1. Marc Bloch, Apologie pour l’histoire ou Métier d’historien, 1949 (postuum uitgegeven door Lucien Febvre).
  2. Anselm Kiefer, Märkischer Sand, 1980, gemengde techniek op doek, collectie onbekend.
  3. Fernand Braudel, La Méditerranée et le Monde Méditerranéen à l’époque de Philippe II, 1949.
  4. Zie ook: Peter Burke, The French Historical Revolution: The Annales School 1929–1989, 1990.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren