“The fish is my brother but I must kill him.”
“A man can be destroyed but not defeated.”
Het gevecht met de marlijn
‘De oude man en de zee’ (1952) is een mooi boekje dat veel scholieren voor hun lijst lezen omdat het lekker dun is. Op YouTube staat bovendien één van de drie verfilmingen die exact het verhaal volgen: de jeugd van nu hoeft alleen nog maar door de film te scrollen.
Ik las het verhaal wel voor mijn lijst maar kon het niet meer goed herinneren. De tragiek van de oude visser Santiago die aan de kust van Cuba al 3 maanden niets meer heeft gevangen is mij nog wel bijgebleven maar het kon geen kwaad om de verfilming uit 1990 nogeens te bekijken.
Titel: The Old Man and The Sea
Datum: 1952, 1990
Beoordeling: 🦷🦷🦷
Kunst: Literatuur, TV-film
Genre: drama
Thema: gevecht tegen jezelf
Regie: Jud Taylor
Acteur: Antony Quinn
Uitzendkanaal: YouTube
Meer info: Letterboxd
De visser Santiago wordt gespeeld door een oude mooie Anthony Quinn (1915-2001), de Iers-Amerikaans-Mexicaanse acteur die beroemd is geworden door zijn rol in ‘Zorba de Griek’ (1964). Quinn was 75 jaar toen hij de rol accepteerde. De flamboyante acteur was een levensgenieter: drie keer getrouwd geweest en de vader van dertien kinderen die voortkwamen uit deze huwelijken en buitenechtelijke relaties. Hij heeft een prachtige, karakteristieke kop en is geknipt voor de rol van de oude visser Santiago.
Enfin, Santiago in het verhaal van Hemingway en de film uit 1990 vangt uiteindelijk een Marlin, de Engelse benaming van een zeer grote zeilvis die in voornamelijk in de Indische/Pacifische zee voorkomt. Laten we het imposante dier (een blauwe Marlin kan vier meter lang worden en weegt zo’n 900 kg) een marlijn noemen want het loopt met mijn naamgenoot slecht af.
Achtergrond en publicatie van de klassieker ‘The Old Man and the Sea ‘.
Ernest Hemingway ((1899-1961) schreef het boek in 1952. Het is in de literatuurgeschiedenis een bekend voorbeeld van ‘de kunst van het weglaten’ – de ijsbergtheorie. Wat niet gezegd wordt in het verhaal, is minstens zo belangrijk als wat wel gezegd wordt (zie ook verderop in dit blog ‘De Avonden‘ van Van het Reve) Het verscheen voor het eerst in zijn geheel in het tijdschrift Life Magazine. In 1954 won Hemingway de Nobelprijs voor de Literatuur – het comité noemde dit boek uitdrukkelijk in haar motivering.
Het boek was Hemingway’s laatste grote fictiewerk dat tijdens zijn leven werd gepubliceerd. Hij schreef het in slechts acht weken op Cuba, waar hij al jaren woonde. Het verhaal is gebaseerd op een echt voorval dat hij in de jaren dertig had gelezen in een krantenartikel over een oude Cubaanse visser.
Al 84 dagen zonder vangst op zee
Het verhaal speelt zich af in en rond een vissersdorp aan de noordkust van Cuba, vermoedelijk in de jaren veertig. De hoofdpersoon is Santiago, een oude en eenzame visser die al 84 dagen zonder vangst met zijn roeibootje elke dag in de haven terugkeert. In het dorp wordt hij beschouwd als ‘salao’ – het slechtste soort ongeluk. Zijn enige echte vriend is de jongen Manolin, die hem jarenlang assisteerde maar op aandringen van zijn ouders nu voor een andere, succesvolle visser werkt. Manolin houdt echter van de oude man en bezorgt hem eten, terwijl ze samen over honkbal praten — met name over Joe DiMaggio, die Santiago bewondert als symbool van doorzettingsvermogen.
Op de 85e dag vaart Santiago ver de zee op, verder dan normaal. Hij laat zijn lijnen zakken en wacht. Dan heeft hij eindelijk beet – een gigantische marlijn, de grootste vis die hij ooit aan zijn lijn heeft gehad. Het dier is zo sterk dat het de boot begint mee te trekken, weg van de kust. De vis heeft hem in zijn macht. Santiago kan de lijn niet inhalen; hij kan hem alleen vasthouden. In gedachten spreekt hij de vis aan en bewondert zijn kracht en doorzettingsvermogen. Zo begint een tweedaagse strijd waarbij Santiago fysiek volkomen wordt uitgeput: zijn handen bloeden, zijn rug en schouders schrijnen, en hij heeft nauwelijks eten of slaap.
In die lange uren op zee bouwt Santiago een diepe band op met de marlijn. Hij spreekt hem aan als broeder, bewondert zijn waardigheid, maar voelt zich tegelijk gedwongen hem te doden. Op de derde dag weet hij de vis eindelijk te doden met zijn harpoen en bindt hem vast langszij. Maar op de terugweg naar de kust ruiken haaien de geur van bloed en beginnen de marlijn aan te vreten. Santiago vecht met alles wat hij heeft — zijn harpoen, zijn mes, later een roeispaan — maar hij kan zijn marlijn niet redden. Als hij eindelijk de haven bereikt, is er niets over dan het kale visskelet dat aan zijn bootje
Santiago sleept het grote geraamte aan land en gaat thuis uitgeput slapen in zijn hut. De volgende ochtend staan de vissers verbijsterd bij het karkas. Manolin vindt de slapende Santiago, huilend van opluchting dat hij veilig is, en belooft in de toekomst weer met hem mee te gaan. Het verhaal eindigt met Santiago die droomt van leeuwen op een strand in Afrika.
Thema’s en symboliek
Moed en menselijke waardigheid
Het centrale thema is de menselijke wil om te strijden, ook als de overwinning onmogelijk lijkt. Santiago verliest zijn vis, maar hij heeft hem wel gevangen en gedood — dat verliest hij niet. Hemingway schrijft over een man die gedefinieerd wordt door hoe hij zijn nederlaag draagt, niet door de uitkomst.
De natuur als tegenstander en metgezel
De zee, de marlijn, de haaien, de vogels, de sterren — de natuur is alomtegenwoordig en kent geen medelijden. Toch is Santiago er diep mee verbonden. Hij voelt respect en zelfs liefde voor de dieren die hij bestrijdt. De marlijn is zijn vijand en tegelijk zijn gelijke; de haaien zijn banaal en wreed.
Ouderdom, eenzaamheid en isolement
Santiago is oud, lichamelijk verzwakt en sociaal gesoleerd. Zijn beste gezelschap is een kind en zijn herinneringen. De zee is voor hem geen bron van inkomsten meer — het is het terrein waarop hij zijn identiteit verdedigt. De 84 dagen zonder vangst zijn een lange aanloop naar een groot moment.
Christelijke symboliek
Veel critici wijzen op de overeenkomsten met het lijdensverhaal van Christus. Santiago’s verwonde handen (als stigmata), de kruisvormige positie wanneer hij de lijn draagt, het getal drie (drie dagen op zee, drie aanvallen van haaien) — al deze elementen zijn niet toevallig. Hemingway bevestigde zelf dat hij de symboliek bewust had ingebouwd.
Pyrrusoverwinning
Santiago keert terug met niets dan een skelet — maar hij heeft gevochten. De overwinning ligt niet in het resultaat maar in de daad zelf. Dit is de kern van wat critici Hemingway’s ‘code of the hero’ noemen: een man die weigert te capituleren, ongeacht de kosten.
1.4 Schrijfstijl en techniek
Hemingway schrijft in zijn kenmerkende sobere, directe stijl — de zogenaamde ijsbergtheorie of ‘theory of omission’. De zinnen zijn kort, concreet en nauwelijks metaforisch op het eerste oog, maar zijn geladen met betekenis. Er is bijna geen dialoog; het boek bestaat grotendeels uit de innerlijke beleving van een man op zee.
“A man can be destroyed but not defeated.” — Ernest Hemingway, The Old Man and the Sea
Dit is de bekendste zin uit het boek en vat het thema samen. Santiago wordt lichamelijk vernietigd, maar zijn geest blijft onaangetast. De stijl is ook opvallend filmisch — Hemingway beschrijft bewegingen, lichaamshoudingen en sensaties precies, waardoor het verhaal zich makkelijk laat verbeelden.
Receptie en erfenis
Het boek werd bij verschijning enthousiast ontvangen. Critici prezen de compactheid, de universele thematiek en de technische perfectie. William Faulkner schreef: “Time may show it to be the best single piece of any of us.” Het boek is een standaardwerk geworden in het middelbaar en universitair onderwijs wereldwijd en wordt beschouwd als een van de beste novellas van de 20e eeuw.
Tegelijkertijd zijn er critici die het boek te simpel, te sentimenteel of te expliciet symbolisch vinden. Sommigen vinden dat de ijsbergtheorie hier te doorschijnend wordt toegepast. Dat neemt niet weg dat het boek decennialang een mondiale impact heeft gehad.
De film van Jud Taylor (1990)
De televisiefilm The Old Man and the Sea uit 1990 werd geregisseerd door Jud Taylor. Het is niet de eerste verfilming — die eer gaat naar de bioscoopfilm uit 1958, geregisseerd door John Sturges en met Spencer Tracy in de hoofdrol. De versie uit 1990 is een tv-productie met een bescheidener budget, maar met een opmerkelijke hoofdrolspeler in Anthony Quinn.
De film heeft op Letterboxd een gemiddelde waardering van 3,27 op 5 — een bescheiden maar respectabele score voor een televisiefilm. De productie volgt de tekst van Hemingway vrij nauwkeurig en is voor een groot deel op locatie opgenomen.
Anthony Quinn als Santiago
Anthony Quinn (1915-2001) speelt de hoofdrol van Santiago. Quinn was op dat moment 75 jaar oud — bijna dezelfde leeftijd als het personage — waardoor hij de rol authentiek kon neerzetten. Quinn was een van de meest gerespecteerde karakteracteurs van zijn generatie, bekend van rollen in Zorba the Greek (1964) en La Strada (1954). Hij won eerder al twee Oscars voor bijrollen: voor Viva Zapata! (1952) en Lust for Life (1956).
Quinn’s interpretatie van Santiago is stoicijns, lichamelijk geloofwaardig en emotioneel beheerst. Hij geeft de oude visser een zware, aardse aanwezigheid die goed past bij Hemingway’s personage. Zijn gezicht — doorgroefd en verweerd — ziet er van nature uit als iemand die een leven op zee heeft doorgebracht. Critici waren overwegend positief over zijn vertolking, ook al vond men de film als geheel soms matig.
Vergelijking met het boek
De film volgt het boek vrij nauwgezet. De structuur is vrijwel identiek: het dorp, de verhouding met Manolin, de lange strijd op zee met de marlijn, de aanval van de haaien, de terugkeer. Alleen de aanwezigheid van ‘een schrijver’ met zijn vrouw in het strandhotel is door de regisseur toegevoegd. De man heeft een writers block maar ziet in het verhaal van Santiago een reden om verder te schrijven. Voor een verfilming van het boek is dat wel een slimme zet. Het boek heeft zo’n simpele verhaallijn dat snel saai overkomt.
Omdat het boek grotendeels bestaat uit de innerlijke monoloog van een man, is de grootste uitdaging hoe je dat naar beeld vertaalt. In 1999 animeerde Aleksandr Petrov het verhaal met de toen mogelijke digitale technieken en dat heeft een volstrekt ander effect. Misschien staat die vorm dichter bij het lezen van het boek omdat er meer te raden is… De film uit 19990 kiest voor voice-over en non-verbale expressie. Quinn draagt het boek grotendeels op zijn gezicht — vermoeidheid, pijn, vastberadenheid en iets van vrede. Dat werkt redelijk, al verliezen sommige passages de poetische lading die ze op de pagina hebben. De zee-opnames zijn sterk; de productie heeft een echte fysieke aanwezigheid. Juist vanwege het nog ontbreken van een green screen in de jaren ’90 (de special effects à la Jaws zijn ook niet toegepast) behoudt de film zijn bijna knullige simpelheid.
Waar de film tekortschiet is in de subtiliteit. Hemingway’s tekst laat veel open; de film moet keuzes maken en sommige van die keuzes zijn te illustratief ze leggen te veel uit wat Hemingway bewust vaag liet. Dat is een klassiek probleem bij het verfilmen van literaire werken die steunen op wat er niet staat.
The Old Man and the Sea is een meesterwerk van Hemingway dat op eenvoud gebaseerd is. Aan de oppervlakte is het een verhaal over een oude visser en een grote vis. Daaronder gaat het over de menselijke conditie, over het strijden ondanks de zekerheid van verlies, over waardigheid en ouderdom en de kracht die van binnenuit komt.
De verfilming uit 1990 doet recht aan die kern, vooral dankzij Anthony Quinn. Ze is geen meesterwerk van de filmkunst, maar een eerlijke en respectvolle weergave van een groot verhaal, gedragen door een acteur die in zijn leven zelf iets van Santiago’s koppigheid lijkt te hebben meegedragen.
“He was an old man who fished alone in a skiff in the Gulf Stream and he had gone eighty-four days now without taking a fish.”
Die eerste zin zet de toon voor alles wat volgt: concreet, nuchter, vol van wat niet gezegd wordt. Het is de toon van een schrijver die weet dat oppervlakte ook diepgang heeft.






