Eén van de oudste middeleeuwse wijken van Amsterdam is het zogeheten Blauwlakenblok: het gebied tussen de Warmoesstraat, de Oudezijds Voorburgwal, de Sint Jansstraat en de Sint Annenstraat. Reeds aan het einde van de 14de eeuw werd in een zijstraat van de Warmoesstraat een huis gebouwd dat tot één van de oudste stenen huizen van Amsterdam gerekend mag worden. Toen door de afdeling Archeologie van Stedelijk Beheer Amsterdam in 1993 opgravingen werden verricht op het terrein van Sint Annenstraat 12 werden maar liefst vijf vloeren, behorende bij vijf bouwperioden, ontdekt. De oudste, een ongeglazuurde plavuizenvloer, werd gedateerd rond 1380!
In de tweede helft van de 16de eeuw kregen de van oorsprong opslag- en werkplaatsen aan de Sint Annenstraat steeds meer de functie van woonhuizen. In verband met de hoge woningnood – de stad groeide in de tweede helft van de 16de eeuw van 3000 naar 6000 woningen – werd het oude pand afgebroken en verrees in 1565 op deze plek een fraai renaissance-woonhuis. De gevel werd opgetrokken in de stijl van Hans Vredeman de Vries, de architect die gevelranden van woonhuizen decoreerde met C- en S-voluten. Van dit type gevel bestaan nog maar weinig voorbeelden in Amsterdam.
Tijdens de restauratie van het pand werd een plafondschildering boven de insteekverdieping ontdekt. De bijzondere schildering accentueerde de constructie van het woonhuis. De sierlijke ranken op het plafond werden omsloten door beslagwerk. De kleuren waren oorspronkelijk geel en rood, de ranken zwart. Dit rijk versierde en bont beschilderde plafond strookte niet met de over het algemeen aanvaarde gedachte dat de meeste burgerwoonhuizen in de protestantse Noordelijke Nederlanden over een zeer sober interieur beschikten.
Het pand raakte in de 19de en 20ste eeuw door slecht onderhoud steeds meer in verval. In 1990 stond er aan de Sint Annenstraat niets meer dan een bouwval. En dat terwijl het pand in vrijwel elk architectuurboek wordt vermeld! In 1993 begon de Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel N.V. met de herbouw van het pand, samen met drie belendende woonhuizen die nog van de ondergang gered konden worden.
De restauratie vormt een goed voorbeeld van hoe een herbouw van een pand de gemoederen in monumentenland kan verhitten. Archiefonderzoek toonde aan dat de top van de gevel in de 18de eeuw was vervangen door een klokvormige bekroning. Uiteindelijk werd door Stadsherstel besloten om het pand zoveel mogelijk terug te restaureren naar de oorspronkelijke toestand van 1565. In het ontwerp wordt voortgeborduurd op het historische patroon van C-voluten. Over de authenticiteit van de gevelvorm van het ‘herbouwde’ pand kan men redetwisten. Een feit is dat het pand van de ondergang gered is en dat daarmee één van de laatste overblijfselen uit de Amsterdamse renaissance-bouwstijl bewaard is gebleven.
Literatuur: J.M. Baart, A. Teesing, H.F. Rappange, NIEUWSBRIEF NR 26, UITGAVE VAN DE VERENIGING VRIENDEN VAN DE AMSTERDAMSE MAATSCHAPPIJ TOT STADSHERSTEL, Amsterdam 1994.






