oorlogsleed hierarchie herdenken
Home » geschiedenis » 1940-1945 » Wie was in de oorlog, en daarna, nu echt zielig?

Wie was in de oorlog, en daarna, nu echt zielig?

Hoe groot is het verschil tussen fysiek leed, geestelijk lijden en alledaags onbehagen.
De grens tussen deze drie gradaties in leed is niet alleen cultureel bepaald, maar ook vaak uiterst persoonlijk.

Over een hiërarchie in slachtofferschap

Zielig. Het blijft een eigenaardig woord. Het is een beetje paternalistisch om je medemens zielig te vinden. Het wordt vaak dan ironisch bedoeld. ‘Dat omaatje is helemaal niet zielig: elke week komen haar kinderen langs en krijgt ze alle aandacht’. Bij dieren is zielig weer heel serieus. Het is zielig om een varken in een klein hok op te sluiten. Maar als hij kan scharrelen is dat alweer een stuk minder zielig. Dat het varken, als het is vet gemest, een genadeschot krijgt is dan weer heel zielig. Wanneer is een mens nou zielig? Misschien beter geformuleerd: wanneer ben je slachtoffer en verdien je aandacht en respect voor je probleem en wanneer moet je niet zo zeuren? En wat zit daar tussenin? En hoe zit het als je kind ben van een slachtoffer? Kun je een trauma overnemen? En ben je dan net zo zielig?

Misschien zou de ‘Nationale Doden- en Traumaherdenking inclusiever zijn?

Rond de dodenherdenking van 4 mei kan ik het niet nalaten om te filosoferen over welke slachtoffers van het Kwaad nu het meest zielig zijn in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Veel mensen hebben trauma’s opgelopen die tot in generaties na de Bezetting doorwerken, terwijl we toch nog steeds over een dodenherdenking spreken op 4 mei. Zijn de doden zieliger dan de nog levende slachtoffers? Misschien is de ‘Nationale Doden- en Traumaherdenking inclusiever zijn.

Zielig? Jij hebt geen recht van spreken!

Heel persoonlijk gesproken begrijp ik die obsessie met de mate van bewijsbaar leed tijdens de oorlog niet zo goed van mezelf. Komt dat wellicht omdat ik zelf een kind ben van een moeder die een groot onverwerkt verdriet had van een hele nare gebeurtenis tijdens de oorlog? Wie zal het zeggen…voer voor psychologen.
Mijn moeders broer Jan werd, notabene twee maanden voor de bevrijding, bij de herberg de Woeste Hoeve (Apeldoorn) doodgeschoten, 26 jaar oud. Ik schreef er al een paar postings op dit blog over. Een meedogenloze Duitse vergeldingsactie naar aanleiding van een mislukte verzetsdaad op 8 maart 1945. De massale executie (bij de Woeste Hoeve: 117 en daarna nog 146 personen, verspreid door het land) is nog steeds de grootste ooit op Nederlands grondgebied.

Mijn moeder sprak nooit over het verdriet van het verlies van haar broer. Er hing een foto van mijn oom op haar kamer. Zo leerde ik hem als kind kennen. Zelf ging ik wel op zoek naar de verhalen en heb ik de gebeurtenis redelijk gedetailleerd kunnen reconstrueren. Maar zij deed er het zwijgen toe. Zij werd ook een beetje kwaad als je er naar informeerde. Als kind voel je dan al snel schuldig. Alsof je haar pijn deed door over oom Jan te beginnen.
Maar ben ik daardoor, als kind van een slachtoffer met slechte rouwverwerking, dan ook een slachtoffer? Ik hoor imaginair mijn hele familie al honend in mijn hoofd schreeuwen als ik dit opschrijf. Zij roepen allemaal: ‘Ja, jij bent zielig! Hou toch op. Ga je schamen. Jij hebt geen recht van spreken!’ Nee, dacht ik dan: ‘Dat kan wel zo zijn maar de meest zielige persoon die kennelijk wel recht van spreken heeft weigert te spreken. Nee, daar word je verdomme gelukkig van!’

Opvallend: pas in 1958 werd Otto Frank uitgenodigd op de Dam

Gelukkig hebben we door voortschrijdend inzicht in die 80 jaar na de oorlog het slachtofferschap wel flink uit kunnen breiden. In het begin van de 4-mei herdenking herdachten we nog de slachtoffers van de Duitse Bezetting van Nederland.
Vlak na de oorlog was dat nog vrij zwart-wit: alle gevallen Nederlandse soldaten en natuurlijk al die gestorven verzetshelden waarvan we de rol en impact veel later zwaar zouden relativeren. Opvallend, en eigenlijk nu niet meer voor te stellen: pas in 1958 werd Otto Frank uitgenodigd op de Dam. Men sprak eindelijk over de vermoorde Joodse bevolking. Dat was een tijd lang niet te rijmen met de rol van het verzet: immers hoe had de jodenvervolging kunnen plaats vinden tussen al die verzetshelden? . Ook de gevallen soldaten in de koloniale oorlogen in Indonesië en Korea komen pas veel later aan bod. Voor de vermoorde Roma’s en de Sinti’s moeten we nog 2010 wachten.
Zo werd het slachtofferschap tot steeds meer bevolkingsgroepen uitgebreid. Wie in 2024 op de website van het 4-5 mei comité kijkt, leest: we gedenken allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië, als in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna. 

Misschien is op 4 mei ‘Nationale Doden- en Trauma-herdenking’ inclusiever?

Nou, dat vind ik nog steeds heel beperkt. Je zal maar kind zijn geweest van een moffenhoer of van een NSB-er. Vanaf de jaren ’40 werden zij hun hele leven gepest vanwege het overlevingsgedrag van hun vader of moeder. Omdat zij kennelijk niet zielig genoeg waren, tellen zij nog steeds niet mee in de herdenkingsindustrie. Mijn buurman, na de oorlog trambestuurder, vertelde mij dat als je in de jaren ’50 foute ouders bleek te hebben, je geen baan kon krijgen bij de toen nog de ‘Gemeentetram Amsterdam’. Dat was notabene dezelfde organisatie dat AnneFrank met 48.000 andere slachtoffers met aparte tramritten naar de Amsterdamse stations vervoerden en daarin soepel met de Duitsers samenwerkte.
Kinderen van foute ouders hebben inmiddels wel onze aandacht maar zijn toch steeds niet echt zielig. Ook niet de kinderen van overlevers van concentratiekampen die hun leven lang het slachtofferschap van hun depressieve ouders hebben moeten dragen. Zo kun je nog wel even doorgaan.
In het begin geen woord over de gevallen doden in het toen nog ‘Nederlands-Indië’. Het bleef tot de jaren ’80 een pijnlijk vraagstuk. Zijn Joodse mensen die de vernietigingskampen overleefden nu zieliger dan de Indisch gasten die een Jappenkamp overleefden? Bovendien hadden die gasten Indië verloren en Het werd in mijn middelbare schooltijd een heus debat tussen de schrijvers Kousbroek en Brouwers.

Moeten we ogenschijnlijk onbeduidend kinderleed dan niet serieuzer nemen?

Kortom: waar begint het echte leed van mensen en waar eindigt een licht gevoel van onbehagen door het niet kunnen realiseren van wensen. Bij fysieke martelingen? Bij het verstoken blijven van voedsel en drinken? Bij het inperken van iemands leefruimte? Japanners dachten heel anders over ruimte. Wat krap is in de ogen van een Europeaan is heel normaal in de ogen van een Aziaat. Sinds Freud weten we dat ontberingen in de kindertijd grote gevolgen kunnen hebben voor iemands karakterontwikkeling. Moeten we ogenschijnlijk onbeduidend kinderleed dan niet serieuzer nemen? Dar heb je helemaal geen oorlog voor nodig. Kan het echte existentiële lijden al niet beginnen bij het niet krijgen van die gewenste kinderfiets met versnellingen en die blauwe Mickey Mouse-bel? Of wat betreft eigentijds leed van kinderen: het keihard weigeren van meer dan 2 uur schermtijd per dag? Het blijven uiterst persoonlijke kwesties. Welke gebeurtenis in de kindertijd is goed voor een dijk van een trauma en wat zijn gebeurtenissen waar je als kind makkelijk overheen stapt? Neem mijn eigen vader Lex Burkunk die in de oorlog op straat als jochie van 8 jaar hard in zijn gezicht werd geslagen door een Duitse officier. Naar eigen zeggen heeft hij daarvan geen trauma opgelopen. Integendeel: hij heeft de Bezetting ervaren als een avontuurlijke en spannende tijd. In grote tegenstelling tot mijn moeder Hannie die door een domme verzetsactie haar broer verloor tijdens een vergeldingsactie van de Duitsers bij de Woeste Hoeve. Die gebeurtenis heeft terecht haar leven getekend. En misschien ook nog wel het leven van haar man en kinderen.
Welk leed is trouwens allemaal cultureel bepaald? Zo hebben we de voorbeelden van Inca’s die hun kinderen offerden om de goden gunstig te stemmen en Chinese vrouwen waarvan de voeten werden ingebonden uit een schoonheidsideaal. Dat was toch allemaal verdomd zielig!

Het is een complexe zaak. Het is lastig maar toch ben ik geneigd om te stellen dat er, wanneer je mensen er naar vraagt, een hiërarchie bestaat in leed. De ene groep slachtoffers is duidelijk meer zielig dan de andere, alhoewel nooit hardop uitgesproken. Dat wil ook nog weleens botsen tussen generaties. Zeker wanneer het leed rond de Bezetting in Nederland betreft. Het is maar net wat je zelf hebt meegemaakt. In mijn tijd had je vaders die bijvoorbeeld vonden dat 10 km fietsen naar school met wind tegen geen reden was om de bus te nemen. Zelf hadden ze weer met hun vader in de oorlog tijdens een hongertocht op een fiets op houten banden zo’n 80 km naar Zwolle gereden. En toen sneeuwde het bovendien. Dat was pas erg. Dus de patatgeneratie moet niet zeuren. ‘Zij hadden de oorlog niet mee gemaakt.’
Welke ervaring veroorzaakt een ernstig trauma waar je een medemens in moet respecteren als hij er aandacht voor vraagt? En welke ervaring doen we af met ‘ja hallo, even tanden op elkaar en doorzetten.’ Kortom: wat is nu echt zielig?

Misschien heeft het iets te maken met een soort omgekeerde piramide van Maslov? Dus het gebrek aan elementaire zaken als ‘een goede gezondheid, voedsel, huisvesting, gezelschap’ is heel erg zielig. En het feit dat je uiteindelijk niet je ‘optimale zelfontplooiing’ bereikt is natuurlijk vervelend maar onbelangrijk.
Get over it, man‘ .
Het lijkt een stokpaardje dat mij niet altijd in dank wordt afgenomen door mijn omgeving. Praten over persoonlijk leed. Over wat nu echt zielig is, over wat nu echt pijn doet en verstrekkende gevolgen kan hebben voor iemands persoonlijkheid en voor generatie’s daarna ? Als kind sneed ik soms, als wij visten een voorntje doormidden en zette de helften van de vis dan terug in de sloot. Je zag de staart nog een paar slagen maken tot het met een klein wolkje bloed naar de bodem zonk. Een vriendje van mij zei een keer: ‘dat vind ik zielig voor dat beest’. En toen heb ik het niet meer gedaan.
Dat was duidelijk zielig. Maar iemand zei mij laatst dat onze goudvis Gerben in een groot aquarium met luchtpomp en twee keer voer op een dag, ook zielig was. Dat vond ik nou helemaal niet zielig. Integendeel.
De meeste mensen zullen zeggen: wanneer je slachtoffer bent van een kwade actie, en wanneer je dat ook als zodanig zelf ervaart, dan ben je hoe dan ook zielig en verdien je respect. Als jezelf dader bent moet je bestraft worden, alleen al om een geweten te kweken. Maar er is ook nog zoiets als het reptielenbrein dat ons puur uit overlevingsdrang ons tot kwade acties dwingt.
Toch zitten daar wel grijstinten in. Helemaal wanneer ik de discussie persoonlijk maak. Natuurlijk is die trambestuurder op lijn 8 in Amsterdam verkeerd bezig door zonder protest al die arme Joodse mensen naar het station te rijden. Maar wat zou jij doen in zo’n geval?
Daar worden mensen altijd een beetje ongemakkelijk van. Snel zeggen ze: ‘dat kun je niet vergelijken. We leven toch in een heel andere tijd’.
Ook een kind van de welvaartsstaat (geboren: 1966) die nooit honger heeft geleden of een oorlog heeft mee gemaakt, kan lijden onder een ouder die weigert je te vertellen hoe dingen in de familiegeschiedenis in elkaar staken. Ouderlijk zwijgen blijft een van de grootste martelinstrumenten die er bestaan. Zelfs wanneer het een schijnbaar onbetekenend zwijgen is op de tekening die je als kind trots onder haar ogen schuift. Er zijn uit kleinere krenkingen wereldoorlogen ontstaan…

Over een hiërarchie in slachtofferschap

Zielig. Het blijft een eigenaardig woord. Een beetje paternalistisch om je medemens zielig te vinden. Het wordt vaak ironisch bedoeld. ‘Dat omaatje is helemaal niet zielig: elke week komen haar kinderen langs en krijgt ze alle aandacht.’ Bij dieren is zielig weer heel serieus. Het is zielig om een varken in een klein hok op te sluiten. Maar als hij kan scharrelen is dat alweer minder zielig. Dat het varken na het vetmesten een genadeschot krijgt: weer heel zielig.

Wanneer is een mens nou zielig? Beter geformuleerd: wanneer ben je slachtoffer en verdien je aandacht en respect voor je probleem? En wanneer moet je niet zo zeuren? Wat zit daar tussenin? Kun je een trauma overnemen van je ouders? En ben je dan net zo zielig?

De foto op haar kamer

Heel persoonlijk gesproken begrijp ik die obsessie met de mate van bewijsbaar leed niet zo goed van mezelf. Komt dat misschien omdat ik zelf kind ben van een moeder met een groot onverwerkt verdriet? Wie zal het zeggen. Voer voor psychologen.

Mijn moeders broer Jan werd, notabene twee maanden voor de bevrijding, bij de herberg de Woeste Hoeve doodgeschoten. Zesentwintig jaar oud. Een meedogenloze vergeldingsactie naar aanleiding van een mislukte verzetsdaad op 8 maart 1945. De massale executie — 117 doden bij de Woeste Hoeve, daarna nog 146 verspreid door het land — is nog steeds de grootste ooit op Nederlands grondgebied.

Mijn moeder sprak nooit over het verdriet van het verlies van haar broer. Er hing een foto van mijn oom op haar kamer. Zo leerde ik hem als kind kennen. Zelf ging ik wel op zoek naar de verhalen. Ik heb de gebeurtenis redelijk gedetailleerd kunnen reconstrueren. Maar zij deed er het zwijgen toe. Zij werd kwaad als je ernaar informeerde. Als kind voel je dan al snel schuld. Alsof je haar pijn deed door over oom Jan te beginnen.

Maar ben ik daardoor, als kind van een slachtoffer met slechte rouwverwerking, dan ook een slachtoffer? Ik hoor imaginair mijn hele familie al honend schreeuwen: ‘Ja, jij bent zielig! Hou toch op. Ga je schamen. Jij hebt geen recht van spreken!’ Nee, dacht ik dan. Dat kan wel zo zijn, maar de meest zielige persoon die kennelijk wél recht van spreken heeft, weigert te spreken. Daar word je verdomme gelukkig van.

Wie mag er zielig zijn?

Gelukkig hebben we door voortschrijdend inzicht in die tachtig jaar na de oorlog het slachtofferschap flink uitgebreid. In het begin herdachten we de gevallen soldaten en de verzetshelden waarvan we de rol later zwaar zouden relativeren. Opvallend, en eigenlijk niet meer voor te stellen: pas in 1958 werd Otto Frank uitgenodigd op de Dam. Men sprak eindelijk over de vermoorde Joodse bevolking. Dat was lang niet te rijmen met het verzet: hoe had de jodenvervolging kunnen plaatsvinden tussen al die helden? De gevallen soldaten in Indonesië en Korea kwamen pas veel later aan bod. Voor de Roma’s en Sinti’s moeten we wachten tot 2010.

Wie in 2024 op de website van het 4-5 mei comité kijkt, leest dat we allen gedenken die zijn omgekomen of vermoord — burgers en militairen, in de Tweede Wereldoorlog, de koloniale oorlog en vredesoperaties daarna. Maar we spreken nog steeds over een dodenherdenking. Terwijl veel mensen trauma’s hebben opgelopen die tot in generaties doorwerken. Misschien zou de ‘Nationale Doden- en Traumaherdenking’ inclusiever zijn.

Nog steeds beperkt, vind ik. Je zal maar kind zijn geweest van een ‘moffenhoer’ of een NSB’er. Vanaf de jaren ’40 werden zij hun hele leven gepest vanwege het overlevingsgedrag van hun ouders. Omdat zij kennelijk niet zielig genoeg waren, tellen zij nog steeds niet mee. Kinderen van overlevenden van concentratiekampen die hun leven lang het leed van hun depressieve ouders hebben gedragen: evenmin écht zielig.

In het begin ook geen woord over de gevallen doden in het toen nog ‘Nederlands-Indië’. Het bleef tot de jaren ’80 een pijnlijk vraagstuk. Zijn Joodse mensen die de vernietigingskampen overleefden zieliger dan de Indische gasten die een Jappenkamp overleefden? Bovendien hadden die gasten Indië verloren. Het werd in mijn middelbare schooltijd een heus debat tussen de schrijvers Kousbroek en Brouwers.

De trambestuurder van lijn 8

Mijn buurman, na de oorlog trambestuurder, vertelde mij dat je in de jaren ’50 geen baan kon krijgen bij de Gemeentetram Amsterdam als je foute ouders bleek te hebben. Notabene dezelfde organisatie die Anne Frank met 48.000 andere slachtoffers met aparte tramritten naar de stations vervoerde. Dezelfde organisatie die soepel met de Duitsers samenwerkte.

De meeste mensen zullen zeggen: als je slachtoffer bent van een kwade actie, en je ervaart dat zelf ook zo, dan ben je zielig en verdien je respect. Als je dader bent moet je bestraft worden, al is het maar om een geweten te kweken. Maar er is ook zoiets als het reptielenbrein dat ons puur uit overlevingsdrang tot kwade acties dwingt. Daar zitten grijstinten in.

Natuurlijk was die trambestuurder op lijn 8 verkeerd bezig door zonder protest al die Joodse mensen naar het station te rijden. Maar wat zou jij doen in zo’n geval? Daar worden mensen altijd ongemakkelijk van. Snel zeggen ze: ‘Dat kun je niet vergelijken. We leven in een heel andere tijd.’

Waar begint het echte leed?

Waar begint het echte leed en waar eindigt een licht gevoel van onbehagen? Bij fysieke martelingen? Bij het verstoken blijven van voedsel? Bij het inperken van iemands leefruimte?

Sinds Freud weten we dat ontberingen in de kindertijd grote gevolgen kunnen hebben voor iemands karakterontwikkeling. Moeten we ogenschijnlijk onbeduidend kinderleed dan niet serieuzer nemen? Daar heb je helemaal geen oorlog voor nodig. Kan het echte existentiële lijden niet al beginnen bij het niet krijgen van die kinderfiets met versnellingen en die blauwe Mickey Mouse-bel? Of eigentijdser: het keihard weigeren van meer dan twee uur schermtijd per dag? Het blijven uiterst persoonlijke kwesties. Welke gebeurtenis is goed voor een dijk van een trauma en wat zijn dingen waar je als kind makkelijk overheen stapt?

Welk leed is trouwens cultureel bepaald? Inca’s offerden hun kinderen om de goden gunstig te stemmen. Chinese vrouwen kregen hun voeten ingebonden uit een schoonheidsideaal. Dat was toch allemaal verdomd zielig. Maar de betrokkenen zelf ervoeren het kennelijk anders.

Neem mijn eigen vader Lex. Als jochie van acht werd hij op straat hard in zijn gezicht geslagen door een Duitse officier. Naar eigen zeggen geen trauma. Integendeel: hij heeft de Bezetting ervaren als een avontuurlijke en spannende tijd. In grote tegenstelling tot mijn moeder Hannie, die door een vergeldingsactie haar broer verloor. Die gebeurtenis heeft terecht haar leven getekend. En misschien ook het leven van haar man en kinderen.

Er zit een hiërarchie in leed die niemand hardop uitspreekt. De ene groep slachtoffers is duidelijk zieliger dan de andere. Dat botst nog weleens tussen generaties. Zeker wanneer het leed rond de Bezetting in Nederland betreft. Het is maar net wat je zelf hebt meegemaakt. In mijn tijd had je vaders die vonden dat tien kilometer fietsen naar school met wind tegen geen reden was om de bus te nemen. Zelf hadden ze met hun vader in de oorlog op houten banden tachtig kilometer naar Zwolle gefietst. En toen sneeuwde het bovendien. Dat was pas erg. Dus de patatgeneratie moest niet zeuren. ‘Zij hadden de oorlog niet meegemaakt.’

Kortom: wat is nu echt zielig?

Ouderlijk zwijgen

Misschien heeft het iets te maken met een omgekeerde piramide van Maslow. Het gebrek aan elementaire zaken — gezondheid, voedsel, huisvesting, gezelschap — is heel erg zielig. Het feit dat je niet je optimale zelfontplooiing bereikt is vervelend maar onbelangrijk. Get over it, man.

Maar dat dekt het niet helemaal. Het verklaart niet waarom sommig leed onzichtbaar blijft. Waarom bepaalde slachtoffers geen podium krijgen. Waarom er een rangorde bestaat die niemand hardop uitspreekt maar iedereen voelt.

Het is een stokpaardje dat mij niet altijd in dank wordt afgenomen door mijn omgeving. Praten over persoonlijk leed. Over wat nu echt zielig is. Over wat nu echt pijn doet en verstrekkende gevolgen kan hebben voor iemands persoonlijkheid en voor generaties daarna. Welke ervaring veroorzaakt een ernstig trauma waar je een medemens in moet respecteren als hij er aandacht voor vraagt? En welke ervaring doen we af met ‘ja hallo, even tanden op elkaar en doorzetten’?

Ook een kind van de welvaartsstaat — geboren in 1966, nooit honger geleden, geen oorlog meegemaakt — kan lijden onder een ouder die weigert te vertellen hoe dingen in de familiegeschiedenis in elkaar staken. Ouderlijk zwijgen is een van de grootste martelinstrumenten die bestaan. Zelfs wanneer het een schijnbaar onbetekenend zwijgen is op de tekening die je als kind trots onder haar ogen schuift.

Dus ja. Misschien ben ik ook een beetje zielig. Niet omdat ik honger heb geleden of ben gemarteld. Maar omdat de persoon die mij had kunnen vertellen wat er was gebeurd, verkoos te zwijgen. En ik leerde dat vragen stellen pijn veroorzaakt. Dat nieuwsgierigheid schuldig maakt.

Er zijn uit kleinere krenkingen wereldoorlogen ontstaan.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren