
God is dood. Ik heb het gelezen op Insta. Net nu ik van plan ben om mijn laatste social media-kanaal vaarwel te zeggen, krijg ik dit bericht in mijn timeline. Een posting over Diego. In de oude, analoge wereld had ik moeten wachten tot het acht-uur journaal. Nu wist ik het binnen een uur. En mijn voetbalvriendjes die ik via Whatsapp spreek vervolgens ook. In de oude, analoge wereld hadden we elkaar pas gesproken op het moment dat we elkaar weer zouden spreken bij het wekelijkse bioscoop-avondje. Nu ging de dood van de beste voetballer ooit als een lopend vuurtje door alle kanalen. Van een andere Insta-vriend kreeg ik de tip om de docu te bekijken die op NPO kennelijk die zelfde avond nog herhaald werd. Wat een informatie-storm. In de oude, analoge wereld waren al deze berichten mondjesmaat tot mij gekomen. Nu was ik in een splitseconde op de hoogte. Ik had het niet willen missen. Zeker niet het directe contact via Whatsapp met een goede vriend, ondersteund door het YouTube-filmpje met de bekende dribbel van Diego tijdens de wedstrijd tegen Engeland. De politieke lading – de Falklandoorlog – van die wedstrijd voelde ik weer in mijn botten. Puur door zijn supertalent nam Diego het Argentijnse elftal op sleeptouw richting het WK van 1986. In de oude, analoge wereld had ik moeten wachten tot dit moment in een retrospectief op de TV zou verschijnen… Nu was het in 1 klik binnen bereik.
Waarom ga ik dan weg bij Insta? Dat komt vooral door de bagger die het surveillance-kapitalisme over mij uitstort. Ik hou van koken, wielrennen en ik ben een man van boven de 50. Onder de knop ‘Reels’ zie ik nu alleen maar filmpjes over meisjes die in een strak wielrentenue in de keuken op een taart zitten, terwijl er een taart in de oven staat.






