
Op de één of andere manier blijf je deze mail openen. Ik weet zelfs wanneer en op welke dag het liefst. Omdat ik je graag wil bereiken, stem ik het verzendmoment af op jouw leesgedrag… Moet ik eigenlijk wel ‘jij’ zeggen in die zin? Eigenlijk ben jij ‘jullie’. Maar ben ik dan toch nog in contact? Of zijn jullie een statistische entiteit? Ik weet het nog steeds niet. Vier brieven geleden stelde ik jullie op de hoogte van mijn gevoel van onbehagen in de digitale wereld. En dat ik wilde onderzoeken wat daar de oorzaak van was. Het liefst samen. Ik keerde mijn adresboek om. Na hard schudden bleven er 119 contacten in de boom hangen. Daar zijn jullie er één van. De term digitale wereld suggereert dat er dus ook een analoge wereld bestaat. Die heb ik weer opgezocht door met de hand in dit schriftje mijn gedachten op te schrijven. En nu zitten we dus even samen in de oude wereld, met als enige verschil dat jij deze brief hebt opengemaakt op je mobiel (wat een gehannes hè, zo’n plaatje vergroten om het te kunnen lezen!) of op je desktop. Maar is er wel een verschil? Strikt genomen had ik door middel van een carbonvelletje (de analoge cc) zo’n 60x dit briefje moeten schrijven en vervolgens 119 postzegels moeten kopen om het onder jullie ogen te krijgen. Dat was werkelijk ‘old school’ geweest. Ik had ook 119 analoge foto’s kunnen afdrukken en versturen. Een mega-project. Tegelijk zou ik mij ook afgevraagd hebben: waarom verstuur ik dit in godsnaam naar zoveel mensen? Wat is daar de toegevoegde waarde van? In de digitale wereld is het mogelijk om onafhankelijk van tijd en plaats informatie te verzenden en te ontvangen, ad absurdum. Ik beluisterde deze week een podcast waarin juist dit angstaanjagende aspect van de digitale wereld werd belicht aan de hand van een onderzoek naar ‘algoritme-angst’ van Patricia de Vries. Zij kan jullie vertellen waar mijn onbehagen vandaan komt. Natuurlijk doet zij dat digitaal 🙂






