zolder burkunk
Home » geheugen » zolder » Johan (1973)

Johan (1973)

Bekijk de Geheugen Groeve op mijn zolder

Johan Cruijff… Wanneer kwam nr 14 in mijn leven? Het moet ergens in 1973 geweest zijn. Zeven jaar was ik. Boven mijn bed hing een poster uit de Panorama van ‘Het Nederlands Elftal’. JC met karikaturale neus, castagnetten en een pak bankbiljetten uit zijn voetbalbroekje. Hij leek mij een man met praatjes. Volgens mijn vader had hij ruzie gemaakt met Van Beveren en wilde Jan niet meer keepen voor het Nederlands elftal. Of ik op zevenjarige leeftijd al kon zien dat JC op het voetbalveld de vervanger van God op aarde was, weet ik niet meer…

Gedenkteken Johan Cruijff 2022

De dag dat Johan Cruijff in mijn leven kwam

Het was het jaar ’73-’74. JC speelde toen al bij FC Barcelona. Ik speelde bij SVM-boys. Net zoals de volgelingen van de echte JC denken in een jaar 0 alsof de wereld dan begint met tellen, heb ik het gevoel dat een jaar begint in augustus. Dat komt door het voetbalseizoen. Sinds ik op voetbal zat (en sinds ik naar school ging) ben ik de zo gaan zien. Nog steeds trouwens. Een nieuw schooljaar en een nieuw voetbalseizoen begon na de zomervakantie.
Waar was ik toen? Seizoen 1973-1974 zat ik in gezinsgroep 2 bij Juul op de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. Daar voetbalde ik altijd in de korte pauze en de siësta op het grote veld. En ik ‘zat’ natuurlijk op voetbal in Maartensdijk: de E2 van SVM-boys. In de aanloop naar het WK 1974 in Duitsland begon ik mij ook voor het Nederlands elftal te interesseren. Ik verzamelde voetbalplaatjes en kreeg van mijn moeder een poster uit de Panorama. Die heeft nog jaren na de finale boven mijn bed gehangen.

Je mag wel zeggen dat ik iets had met voetbal. Als ik zelf moest voetballen op zaterdag deed ik ‘s ochtends mijn complete tenue aan. Een wit broekje, altijd netjes gestreken door mijn moeder, en een geel shirt met blauwe V op mijn borst. Zelfs mijn voetbalschoenen trok ik al aan op mijn kamer. Die waren helaas van Gold Cup, een eigen merk van Vroom & Dreesman. Ik schaamde me rot voor die kicksen. Mijn vader werkte bij V&D dus moest iedereen in het gezin gebruik maken van de personeelskorting. Helaas had de sportafdeling van het warenhuis niet zo veel keus. Of mijn ouders werden aangetrokken door de scherp geprijsde schoenen van Gold Cup: ‘made in China’. Toch heb ik ze moedig gedragen op het veld en buiten het veld. Zelfs in de huiskamer als het Nederlands Elftal op de buis was.

Dan zat ik dus voor de TV met voetbalschoenen. Tsja, God: het Nederlands Elftal, zo noemde we dat toen. “Oranje” zei niemand. Ik kan het nog steeds moeilijk uit mijn mond krijgen. Volgens mij hadden we pas bij het WK in 1978 een kleurentv dus heb ik de finale tegen de Moffen in zwart-wit gezien.
Mijn vader was idolaat van voetbal. Maar geen enorme fan van Cruijff. En helemaal niet van Duitsers. Toen ik JC in de jaren ’70 voor het eerst in mijn leven tegenkwam was hij niet omgeven met de bekende uitstraling van een messias. Toch leek het er op of JC en zijn discipelen ons in ’74 zouden gaan verlossen van een groot, collectief gevoeld trauma. De oorlog. De Moffen. Cruijff was een leider. En hij wees ons de weg. Toch was mijn vader altijd kritisch op zijn spel. Bovendien deed hij niet aan persoonsverheerlijking. Hij wist veel van het spelletje en had uitgesproken meningen over de inzet en de techniek van de spelers. Over tactiek hoorde ik hem nooit.
Als kleine jongen keek ik bijna met zijn ogen naar de bal. Klakkeloos nam ik zijn reacties en manier van commentaar geven over. Daar zaten veel Engelse termen bij. Die hoorde ik ook van mijn opa. Dat werd een ‘walk over’ zei hij. Mijn vader zei vaak: ‘Scheids, off-side!’. ‘Wat een goal! Uit het boekie…dat was echt uit het boekie.’ Mijn vriendjes keken raar op als ik op het schoolplein riep: ‘Godverdomme, free kick…ik neem!’
Het mooiste moment in de huiskamer, maar waarschijnlijk heb ik dat hineininterpretiert, was het spelen van het volkslied voor de wedstrijd. De camera zwenkte dan tijdens het Wilhelmus langs de koppen van de spelers. Mijn vader sprak dan heel plechtig bij elke speler hun naam ‘Cruijff, Neeskens, Zuurbier, Haan, Rep, Van de Kerkhof, Van de Kerkhof, Van Hanegem. Alsof het de martelaren van Gorinchem waren. Ik kreeg daar kippenvel van. Meestal stond ik bij het Wilhelmus stram in de houding. Bij het einde hief ik één voor één mijn benen en schudde ik soepeltjes met mijn schoenen in de lucht, precies zoals de spelers.
Cruijff moet dan ook in beeld zijn gekomen. Dat zal een van de eerste keren zijn dat ik JC live heb gezien. Plotseling stond hij in dat rijtje te zingen op TV. Mijn vader zei nooit wat over JC. Hij mocht hem niet.
De Ajax-tijd tot 1973 van JC heb ik natuurlijk nooit bewust op televisie gezien want ik keek geen TV, zo laat. Voor Sport in Beeld was ik te klein. Zo noemde mijn vader tot aan zijn dood in 2018 Studio Sport. Ik ben geboren in het jaar 1966 toen JC met Ajax de mistwedstrijd speelde tegen Liverpool voor de Europa Cup 1. Mijn vader had die wedstrijd gezien op TV. Althans vooral de mist. En hij moet erover verteld hebben. Ik zie een dikke walm hangen op het veld. Zwart-Wit. Ajax had een volledig wit tenue. Ook geleend geheugen natuurlijk want ik was toen net 4 maanden op aarde.
Maar de bloedstollende finale in 1974 zag ik op TV in onze huiskamer. Dat weet ik zeker. Het is maar goed dat mijn moeder niet meer leeft want ze had zeker geroepen: gelul, daar was jij helemaal niet bij. Vaag zie ik de familie opstelling. De vader en moeder van mijn vader waren er ook. En mijn moeder. Mijn oudere zussen zie ik niet in mijn glazen bol. Mijn jongste zus lag waarschijnlijk op bed.
De aftrap in het Olympisch Stadion in München. Cruijff met Van Hanegem bij de middenstip. Een shot van het moderne glazen dak van het stadion. Dat hoor ik mijn vader iets zeggen. ‘Nou, daar gaan we.’ Al die bakken onder de fontein van de bloedlijn vulden zich later vanzelf. Nu zie ik dit, achteraf, als een duidelijk, onvermijdelijk proces. Ik weiger het alleen als trauma van mij te zien. Ik zag Paul Breitner en Gerd Müller. Mijn vaderskant zag Joseph Goebbels en Adolf Hitler. Mijn moederskant zag Rauter die de opdracht gaf om haar broer te fusilleren in ’45. Wie hebben daar werkelijk gelopen op het veld? Het blijft een onbewust mysterie vol met projecties.
Er loopt een uiterst gevoelige lijn van die wedstrijd in ’74 in het Olympisch stadion in München terug naar 1936 waar Hitler in hetzelfde stadion de Amerikaanse hardloper Jesse Owen geen hand wilde geven omdat hij zwart was. Ik weet nog hoe blind ik was voor de historische werkelijkheid toen ik tijdens mijn studie geschiedenis leerde dat Hitler helemaal nooit bewust Owen had geweigerd te feliciteren. Dat frame was hardnekkig. Zoals alle frames die ik heb meegekregen van de oorlog. Het heldhaftige verzet (not). De Duitse toeristen die tot grote schande van mijn moeder in Zandvoort 2 jaar na de oorlog alweer lekker in de zon lagen te bakken en kamers huurden van Nederlanders met guldentekens in hun ogen, in plaats van de grafzerken van hun naasten. Het frame van de Geallieerden als bevrijder terwijl het enige motief was om de Russen bij Berlijn tegen te houden om te voorkomen dat heel Europa communistisch zou worden. Mijn geheugen staat vol met frames waar ik iets mee moet.
Goed. Mijn ouders en hun ouders haatten de Duitsers vanwege wat ons was aangedaan in 40-45. Dat was het verhaal waarmee ik opgroeide. En dat klopte natuurlijk ook. Je hebt voor de oorlog en na de oorlog. Een cesuur die het gevoel van mijn ouders in stukken bleef snijden. Ook toen we allang vrede hadden gesloten met onze hardwerkende Oosterburen. Mijn moeder had er het meeste last van omdat haar broer door de Duitsers in seizoen ’44-’45 gefusilleerd werd bij de Woeste Hoeve. De Moffen hadden dat gedaan. Voor ons in het gezin resulteerde dat in een normaliteit: je plas ophouden tot de grens met Denemarken. Want in Duitsland werd niet gestopt tijdens de vakantie. Het is moeilijk te verkroppen dat mensen om mij heen beweren dat zij door het verdriet en de rancune van hun ouders ook een oorlogstrauma hebben. Is dat niet een vorm van geleend verleden – aandachttrekkerij en misplaatst. Of is dat ontkenning?
Samen met de hele bloedlijn zat ik dus op 8-jarige leeftijd voor de TV toen Nederland eindelijk de kans kreeg terug te slaan. Ik zelf was mij alleen maar bewust van de spanning van een voetbalfinale. Wat een wedstrijd was dat toch. Dat machtsvertoon na de aftrap. We houden de eerste minuten balbezit. De Moffen kwamen er niet aan te pas. Het staat mij nog helder voor de ogen. Natuurlijk ook omdat ik die beruchte finale vaak teruggekeken heb op YouTube. Die eerste minuten alleen maar balbezit van Nederland, tot de dribbel van Cruijff vanaf het middenveld, hij passeert een paar man en laat zich vallen in het strafschopgebied. Penalty. Neeskens neemt hem, keihard in het midden en boem 1-0.
Ik zie dit letterlijk op mijn netvlies. Zelfs Truus zie ik, de volkse vrouw van Van Hanegem, zich omdraaien op de tribune voor dat Neeskens de penalty neemt. Ze weigert te kijken. Het is een geleend verleden want ik heb dat later zo vaak gezien vanuit allemaal standpunten dat mijn geheugen er een snel gemonteerde film van heeft gemaakt.

Toch was de sfeer bij ons thuis vanwege het oorlogstrauma van mijn moeder extra vijandig in de finale. Duitsers waren Moffen die we 30 jaar na de oorlog een collectieve klap terug konden geven. Voor heel veel Nederlands had de finale van 1974 die lading. Geleend, verzonnen of werkelijke herinneringen? Maar zeker heb ik in de huiskamer na de nederlaag tranen in mijn ogen gezien van mijn vader en mijn opa horen schelden: ‘Vuile rotmoffen, MIJN FIETS TERUG’.

Mijn vader zei altijd dat Van Hanegem tijdens het Wilhelmus de tekst aan het mimen was. En een eigen variant zong. Ik moest altijd om die gedachte hard lachen als Willem in beeld kwam. Die uitgestreken smoel terwijl hij een onzintekst zat te murmelen. Neeskens die naast hem stond lachte zich natuurlijk gek. Mijn vader zei: ‘Van Hanegem woonde vroeger in OudWijk, vlak bij je moeder. Een heel arm gezin. Geen nagel om de kont te krabben.’ Mijn moeder zei wel eens een beetje vals over Van Hanegem – omdat zij hem kende uit haar jeugd – ‘dat is nou echt een Lombrozo-type… ‘ Het heeft ongeveer tot mijn 18de geduurd dat ik begreep dat Lombrozo geen Italiaanse voetballer was maar een criminoloog uit de 19e eeuw. Hij legde, als kind van zijn tijd, hele foute verbanden tussen fysieke eigenschappen (bijv. doorlopende wenkbrauwen) en crimineel gedrag.
Maar dat was Willem van Hanegem, een verhaal apart. Ik moet mij tot JC beperken in dit evangelie. Ik voel hoe ik daar weer zit in de huiskamer, met mijn kicksen aan. Dat was een term van mijn vader. Kicksen. Dat waren het zeker niet. Het waren nepvoetbalschoenen, van een net-niet merk: Gold Cup, ‘made in China’, stond er onder, net zoals mijn pingpong batje. Ook van Gold Cup. Dat was voor mij het onomstotelijk bewijs dat dit fake was. Met grote jaloezie keek ik naar de voeten van mijn teamgenoten: Adidas, Puma of Quick. Nou ja, mijn vader deed zijn best. Dat zeg ik nu achteraf want in die tijd vond ik het echt een verschikking. Bovendien was hij manager bij een warenhuis en verdiende hij genoeg. De jongens uit mijn elftal zagen mij ook als het rijkeluiszoontje van de Valklaan. Ik schaamde me rot voor die Gold Cup. Toch deed ik ze aan. De gegoten noppen tikten wel lekker op de plavuizen in de gang.

INRI

Wat heb ik gezien van JC toen ik hem ging volgen op TV? Het is moeilijk te reconstrueren want je kijkt toch voor namelijk met kennis achteraf. Ik zag een enorme uitstraling, ondanks zijn kleine gestalte leiderschap, techiek, inzicht en originaliteit. Precies de eigenschappen van een Verlosser.

april JC aan het kruis 2025

Maar toen wist ik dat natuurlijk nog niet. Alles was anders in zijn voetbalstijl: zijn loopje, zijn plotselinge versnelling, zijn gebaren. Als hij scoorde maakte hij bij het juichen een sprongetje en maakte steevast met zijn rechterarm een kloppende beweging in de lucht, alsof hij in het luchtledige bij God de vader aanklopte. Dat moet natuurlijk wel als je JC heet. Ook begon ik hem in mijn eigen spel te imiteren. Soms lukte zijn beruchte schijnbeweging, net doen of je gaat voorgeven en dan achter het standbeen hakken. Het mooiste was dat Cruijff ook een wijzende armbeweging maakte om aan te geven dat hij zou gaan voorgeven. Hij wees ver weg maar door achterlangs te hakken deed hij compleet iets anders met zijn benen. Elke verdediger trapte er in. Wat een koning. Inderdaad van het Joodse volk.

In 2011 ontmoette ik JC in levende lijve op het achterterrein van WVHEDW, mijn voetbalclub uit mijn studententijd in Watergraafsmeer. Mijn zoon voetbalde toen ook bij de mini’s van WVHEDW en we stonden achter het clubhuis in de rij voor een handtekening. JC was naar zijn geboortestreek (Betondorp is het Nazareth van Amsterdam) gekomen om de presentatie van het boek van Jan Eilander ‘Cruijffie’ bij te wonen.
Mijn zoon Kees had een exemplaar van het boek in zijn hand. De messias zette joviaal zijn handtekening op pagina 3 en zegende mijn zoon op het voorhoofd. Wij werden er alle twee heel stil van. Zie hieronder de video voor het goddelijke bewijs dat hij bestaat. Ik gaf God een hand en was voor de rest met stomheid geslagen. Heel even had ik het gevoel dat deze man geen gewone sterveling was en dat ik een soort vonk voelde, maar dat ebde helaas weer snel weg. Hij stapte in een auto en reed weg. De ratio wint het dan toch weer van het geloof. Ik heb te weinig talent voor een gelovige, denk ik.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren