Brief aan de lezer (66)

“We gaan toch vanmiddag 6TA’en,” fluisterde mijn onderbuurjongen in zijn telefoon, terwijl zijn vader de Turkse tulpen besproeide. Die terreur van bezorgde ouders die hun kroost op een dieet zetten van mager schermgebruik. Alsof je de tsunami kunt tegenhouden met een theelepel.
Het deed me terugdenken aan mijn eerste digitale verliefdheid. Brussel, jaren ’80. Een rokerig café waar tussen de pinten een mysterieuze kast stond. Geen gokautomaat, maar Pac-Man — al wist ik dat toen nog niet. Een tv-beeldbuis op zijn rug, twee rode knoppen, een joystick. Dat gele rondje met eeuwige honger, het hypnotiserende ‘wakka-wakka-wakka’ dat door mijn puberaderen joeg. Twintig frank per shot adrenaline.
De demo draaide verleidelijk gratis. Maar voor het echte werk moest je betalen, Slim! Het eerste shot is gratis, dat zeggen drugsdealers ook?
De Amerikaanse hoogleraar Shoshana Zuboff zou zeggen dat het surveillance-kapitalisme daar begon, in die Brusselse kroeg. De perfecte verslavingsmachine: bonuspunten, extra levens, rode kersen in hogere levels. Die aardbei! Mijn god, dat hoopje pixels was het summum van begeerte. Alles was erop gericht om het laatste zakgeld uit je broek te trekken.
Wat deed Pac-Man anders dan wat Insta en TikTok nu doet. Je aandacht vangen, vasthouden en de data doorverkopen aan de hoogste bieder.
Het ironische: mijn onderbuurman beschermt zijn zoon tegen digitale verslaving terwijl zijn vrouw weer een Zalando-pakketje bij ons laat afleveren. Het vijfde pakje deze week.
We zijn allemaal Pac-Man geworden, dwalend door digitale doolhoven, amechtig happend naar bonuspunten — likes, kortingen, dopamine shots. ‘Game over’ galmt nog steeds door mijn hoofd. Alleen kost het tegenwoordig geen twintig frank meer. Je profielgegevens, je privacy, je ziel — dat is de nieuwe munteenheid. De duivel leunt tevreden achterover: we schuiven van alles over tafel. Hij smult ervan.
‘Waka, waka, waka’
Marlin






