
“Het wordt oorlog. Er is dreiging aan de grenzen.” Het voelt idioot als ik dit opschrijf. Zeker omdat ik met de hand schrijf, zit ik met mijn gedachten meteen in de 19e eeuw. Bijvoorbeeld de tijd van de Krimoorlog, 1853. Ja, het zou een dramatisch begin kunnen zijn van een dagboek van een inwoner van Kiev. Of nee, laat ik Sebastopol zeggen. De Russen staan voor de deur en de arme man weet zich geen raad. Hij vloekt…
Toch weten jullie en ik dat het 2022 is en dat oorlog ver achter ons ligt. Maar het is wel een Europees land dat wordt aangevallen. Ver weg. Als het Bulgarije was geweest had het al anders gevoeld. Ik fantaseer even verder… wat zou ik doen als ik nu in Donetsk, aan de rand van de Russische grens, zou wonen en ik zag troepen hun posities innemen op TV. Met schaamrood op mijn kaken moet ik bekennen dat ik het een spannende gedachte vind. De eerste vraag die bij mij opkomt: ligt mijn legeruitrusting nog op zolder? In 1986 heb ik mijn militaire dienstplicht vervuld. Heb ik alles teruggegeven aan, toen nog, Koningin Beatrix? Ja, zo werd dat ons verteld toen: je krijgt je PSU van de Koningin in bruikleen. Toen ik met groot verlof ging heb ik, geloof ik, alleen mijn pioschop gehouden. En stiekem mijn natweerjekker. Daar heb je ze weer: die maffe afkortingen en termen uit het leger. Hoe zal het zijn als ik mijn oorlogstaak als groepscommandant van een verkenningspeloton nu moest uitvoeren op de Krim? Het was mijn taak om in een afgekapte laro (landrover) met een boordschutter en een chauffeur voor de vlet (voorste linie eigen troepen) rondte rijden en vijand-meldingen te doen. Wij waren ‘de ogen en oren’ van het bataljon, zei onze kapitein. Ik moest dan altijd denken hoe wij, verlamd van angst in onze kwetsbare laro, de gekste dingen zagen. Statistici hadden namelijk gesteld dat wij een gemiddelde levensduur hadden van 7 seconden in die positie. Gelukkig zal het nu, gezien de nieuwe technologie (gps, drones) met sergeant Burkunk in 0,1 seconde gebeurd zijn. Een geruststellende gedachte…
Marlin






