Home » cultuuruiting » kunsten & vormgeving » Architectuur & Bouwkunst » Architectuur » De Zuiderkerk — Zuiderkerkhof 72

De Zuiderkerk — Zuiderkerkhof 72

De Zuiderkerk — Zuiderkerkhof 72

Na de Alteratie van 1578 werd het interieur van de oorspronkelijk katholieke Amsterdamse kerken aangepast aan de protestantse eredienst. Wat betreft de Zuiderkerk in de Nieuwmarktbuurt is deze aanpassing nooit nodig geweest want het godshuis werd in de periode 1602-1612 door de beroemde bouwmeester Hendrick de Keyser volgens protestantse beginselen gebouwd. In de zeer sobere kerkruimte ontbrak het aan een altaar en nissen voor heiligbeelden. Aan de derde zuil aan de westkant van het middenschip (de ijzeren ringen waarmee de preekstoelen aan de zuil verbonden was, zijn nog te zien) bevond zich enkel, centraal in de kerk en gericht naar de kerkgangers, de preekstoel.

Het lijkt erop alsof De Keyser in het ontwerp van de kerk experimenteerde met elementen die hij later bij de bouw van de Noorder- en Westerkerk, ook ontwerpen van zijn hand, verder uitwerkte of wegliet. Zo heeft de Zuiderkerk in de gevels rechthoekige vensters, terwijl de Westerkerk weer is uitgerust met vensters met een ronde beëindiging. De trapeziumvormige topgevels, bekroond door een balustrade, vinden we zowel bij de Zuider- als bij de Noorderkerk terug. Hendrick de Keyser werd in 1621 in zijn ‘eigen’ kerk begraven, na een bewogen leven waarin hij met zijn ontwerpen een groot stempel heeft gedrukt op het stadsbeeld van de oude binnenstad aan het begin van de 17de eeuw. In 1929 werd boven de plaats van zijn voormalige graf in de oostzijde van de kerk een gedenksteen geplaatst.

De Zuiderkerk bestaat uit een mengvorm van middeleeuwse stijlvormen en maniëristische elementen. De kerkruimte heeft een door zuilen verdeeld breed middenschip met smallere zijbeuken, overspannen door ton- en kruisribgewelven. Maar tussen de gewelven en de bogen die op de zuilen rusten, bevindt zich bijvoorbeeld ook een kroonlijst met in het fries zogeheten triglief-consoles — de driegleuvige stenen uit de klassieke bouworde. Deze combinatie tussen middeleeuws en klassiek in de bouwkunst rond 1600 kan beschouwd worden als een voorbeeld van de bouwstijl van de Hollandse renaissance.

Opvallend onder de ton- en kruisribgewelven zijn de zware balken die van binnen de constructie van het dak het aangezicht geven van een houtskelet uit een 17de-eeuws woonhuis. Volgens sommige historici koos men destijds voor deze oplossing omdat rond 1600 de bouwkundige kennis om een overkapping te maken met gewelven tanende was. De trekbalken moesten voorkomen dat de zijwaartse druk op de wanden van de kerk te groot werd. In de rechthoekige vensters was oorspronkelijk gekleurd glas aanwezig. Waarschijnlijk is dit in verband met het schaarse licht dat door het vrij beperkte aantal kerkvensters binnenviel, in de 17de eeuw vervangen door gewoon glas.

Als één van de eerste kerken van Amsterdam werd de Zuiderkerk in 1929 bij gebrek aan voldoende belangstelling gesloten. De protestantse kerk was bovendien in de loop der eeuwen midden in de Joodse buurt komen te liggen. Hierna volgde een periode van leegstand en alleen sporadisch werd de kerk door de gemeente Amsterdam gebruikt als conferentieruimte. Pas in 1979 ging een restauratieplan van start dat moest voorkomen dat de kerk verder in verval raakte.

Momenteel wordt de Zuiderkerk gebruikt door de dienst Ruimtelijke Ordening en de Stedelijke Woningdienst van de gemeente Amsterdam die sinds 1988 in de kerkruimte hun expositie- en informatiecentrum hebben gevestigd. De architect H. Hagenbeek ontwierp voor dit centrum een zeer bijzondere stalen constructie, die los staat van het interieur van het kerkgebouw. Daartoe heeft men op een aantal plaatsen in de kerkvloer stalen kolommen geheid, waaraan het niveau van de eerste verdieping door middel van trekstangen is opgehangen. Een groot voordeel van deze constructie is dat zij kan worden verwijderd, zonder veel schade aan te richten aan het kerkinterieur. Het informatiecentrum is geopend op werkdagen van 12.00 tot 17.00 uur en op donderdag van 12.00 tot 20.00 uur.

Rondom de kerk strekte zich vroeger het Zuiderkerkhof uit. Via twee poortjes kon men het knekelveld betreden. Toen in 1866 alle kerkhoven binnen de stadswal gesloten werden, en alleen nog maar buiten de stad begraven mocht worden, veranderde het Zuiderkerkhof in een plein. Om nog onverklaarbare redenen liet Isaäc Hartman in 1678 zich samen met zijn vrouw Jaapje Hansdochter Roodenburg buiten de kerk in een aparte grafkelder begraven. Een zware zerk en een omheining tegen de kerkmuur aan de zijde van het plein herinneren aan deze gebeurtenis.

Aan het begin van de jaren ’80 werd, als onderdeel van de metroaanleg, het plein opnieuw vormgegeven. Eén van de oorspronkelijke toegangspoortjes (te herkennen aan gekruiste beenderen en mensenschedels onder het gebogen fronton) werd herplaatst aan de Sint Antoniesbreestraat en vormt een contrast met het aansluitende nieuwbouwblok, het ‘Pentagon’ van T. Bosch. Aan de andere kant van het poortje ontwierp Hans Hagenbeek ook een nieuw woonblok. In dit blok, dat overigens evenals het Pentagon het oude stratenpatroon van de Sint Antoniesbreestraat volgt, bevindt zich een nis bestaande uit spiegelende tegels waarlangs soms een breed gordijn van water stroomt. Het water van deze moderne fontein wordt door ontsnappende overdruk, die de metrostellen in de metrobuis veroorzaken, naar boven gestuwd. De vorm en de sierbestrating van het plein verwijzen naar het beroemde Piazza del Campo in het Toscaanse stadje Siena. Vergelijkbaar met dit plein bevindt zich op het centrale punt van de waaier een podium voor straattheater en bijeenkomsten.

Literatuur: A.M. van de Waal, DE ZUIDERKERK TE AMSTERDAM, in: ONS AMSTERDAM, jrg. 23 (1953), blz. 19-22.

🦷🦷🦷🦷🦷 ? Voor een overweldigende en duurzame ervaring zeker raadplegen… want dit zijn kunstwerkjes waar de tand des tijds geen vat op heeft

Blader door alle onderwerpen

Snel bladeren