Brief aan de lezer (48)

Kan een goudvis het koud hebben? Ik kreeg daar met huisgenoten een discussie over. Sinds de zomer heb ik namelijk een viskom op het balkon gezet. De kom kun je zien als je binnen aan de keukentafel zit. Gerben zwemt al maanden in zijn rondjes. Maar nu moet hij dus naar binnen. Het gure herfstweer zou hem geen goed doen.
Ik vond dat wel meevallen: hij weet geeneens wat koud is… net zo min als wat nat is. Nou, dat had ik beter niet kunnen zeggen. Eindeloze verhalen over de trauma’s van deze koudbloedige. Kortom: vissen hebben ook gevoel. Hoe haalde ik het in mijn kop om dat te ontkennen!
Nou, dat betwijfel ik dus. Gerben is een vis, geen mens. Als ik ‘s ochtends op de rand van zijn kom tik, komt hij als een lief circushondje naar het wateroppervlak. Zijn bekje gaat gretig open en dicht. Hij wordt voortgestuurd door zijn instinct. Ik heb nooit een vrije wil kunnen ontdekken tussen zijn vinnen.
Bij het voeren zeg ik: “Ha Carassius auratus, is het water nog nat vandaag?” Zo’n ingewikkelde naam is natuurlijk wat hoog gegrepen voor een vis. Dat zeg ik meer om hem te plagen. Moeizaam blubt hij wat vissigs terug. Hij wil duidelijk voedsel, geen gesprek.
Linnaeus heeft hem desondanks een plekje gegeven in de natuur. Want hij hoort er natuurlijk wel bij. Goudvissen zwemmen ergens onder de karpersachtigen. Dat zal Gerben trouwens worst wezen.
Want even tussen jou en mij: Gerben is zo dom als het achtereind van een varken. Maar tegelijk is hij ook zielsgelukkig omdat hij elke drie seconden in een nieuwe wereld zwemt. Daar zou een zenmeester een moord voor doen… Maar goed. Volgens mijn huisgenoten barst hij van de kou. En ben ik een vuile dierenbeul. Het is nogal een verwijt.
Om van het gezeur af te zijn heb ik Gerben toen op onze keukentafel gezet, naast de fruitschaal. Lekker warm onder de lamp. Ook daar zwemt hij onverstoorbaar zijn rondjes.
Laten we wel wezen: een vis is geen mens. Althans, hij is nooit een mens geworden. Dat is evolutie. Miljoenen jaren geleden leefden er in zee alleen maar vieze algen. Sommige van die eenvoudige jongens hebben zich heel langzaam ontwikkeld tot mensen, met gevoel. Anderen niet.
Je zou kunnen zeggen: heel vroeger hingen we samen met Gerben in zee. Gerben had nog geen staken. Wij hadden ook geen armen en benen. Toen gebeurde er iets raars. Sommigen onder ons begonnen actief zwemmend en gravend naar voedsel te zoeken. Er werden meer levenswijzen mogelijk. Wij en Gerben kregen staken en een skelet. We werden vissen. Een paar daarvan kropen aan land. De rest is geschiedenis. Gerben bleef achter in het water. Omdat hij perfect paste in zijn omgeving. Na 450 miljoen jaar ligt Gerben in onze vissenkom. Zijn zenuwstelsel reageert als hij het getik merkt van mijn vinger op het glas. Zie hem eens parelen. Dat heeft niets te maken met blijdschap. Dat is een menselijke projectie.
Vanochtend kwam ik in de huiskamer en ik schrok mij een hoedje. Gerben was weg! Hij stond weer buiten in de kou. Mijn vrouw las de krant aan tafel. Ze keek op en zei doodleuk: “Gerben blubt! Ik word mesjogge van dat geblub…”
Ik deed de balkondeur open. Ik keek hem recht in zijn vissenogen. “Wat een harteloos takkenwijf!” blubte hij. Ik begon het bijna te geloven.
∞ Marlin






