en die weg splitst in een vork. Dan gaan we linksaf en hier voelen we aan alles dat we een ander stuk van de Nieuwe Ooster betreden. We verlaten het oude deel van Springer. De kronkelpaden maken plaats voor meer lineaire paden, veel rechtere paden.
Dit is het asbestemmingsgebied. Stel dat er op een dag tien uitvaarten plaatsvinden op de Nieuwe Oosten. Dan zijn zeven van die uitvaarten crematies en drie zijn begrafenissen. Er wordt veel minder begraven dan gecameerd om die mensen en de families de nabestaanden een fysieke plek te geven waar ze naartoe kunnen gaan om een dierbare te herdenken heeft de nieuwe oosten dit asbestemmingsgebied aangelegd en dat wordt de streepjes code genoemd zou je met een drone boven vliegen dan zou je dat heel goed kunnen zien er zijn smallere strepen bredere strepen en elke streep in de streepjes code heeft een ander gevoel laten we maar eens even kijken wat er te zien is. Dus we zijn naar links gegaan bij de Wilg en blijven dat pad even vervolgen. Dan ziet u al een groot grijs gebouw, modernistisch, blijkt een metalen gebouw. Daar lopen we aan voorbij en dan nemen we korter op een pad naar rechts en dat is het Varenbos. Dat is een streepje van de code
hier een plattehrond van het asbestemmingsgebied om die morse visualiserne.
en dat wordt het varenbos genoemd. Het is een sfeervol stuk, dit, met de berkenbomen en her en der.
Een zerk die bijna verdwijnt tussen de klimop en de uitgegroeide varens. En als we dan een stukje verder lopen, dan zien we een ingang tot het columbarium. En je zult zo merken, als we daar binnen zijn, dan krijg je een gevoel alsof je in Rome bent, of in Lissabon op een begraafplaats. Een heel zuidelijke, mediterraan gevoel. Vanwege de urnen die in de muur staan. Oh ja, ik zou het haast vergeten. Daar kunnen we echt niet omheen. Vlak voor het columbarium staat een ijzeren pilaar. Standaard. En daar zit een stalen fototoestel in van kortenstaal. Dat is helemaal verroest en er staat op kijk. En dat is het monument voor de fotograaf. Ik loop even naartoe, zodat ik het goed zeg. Ronald Sweering.
En als ik hier met een groep wel eens langskom, dan is er altijd wel iemand die vraagt, is er een welstandscommissie op de Nieuwe Ooster? Is er een keurcommissie die zegt, dit monument mag hier wel geplaatst worden en dat niet?
[52:15–52:30] Nou, die is er wel, maar dat is niet een heel strenge commissie. En in dit geval past het materiaal, het staal van die standaard eigenlijk ontzettend mooi bij de huid van het columbarium. Dus hier heeft het fototoestel van Ronald Sweering een hele mooie plek gekregen.
‘Oeroeg was mijn vriend. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij.’)

… vak 79, op nummer 119 , Kruislaan 126, Nieuwe Oosterbegraafplaats
Links richting Vijver. En dan in de code voor de Vijver. Daar staan ook weer berken en heel veel lavendel. En dan ziet u, even goed kijken, een heel klein petrol, turquoise kleurig, zeegroen kleurig urntje staan.
[53:53–54:07] En dat is de urn van Helle Hazen. We zouden er zo aan voorbij lopen. Het is ontzettend bescheiden. Eigenlijk zoals de vrouw zelf ook was. Helle Hazen schreef in de tijd dat de Nederlandse literatuur gedomineerd werd door de grote drie.
[54:08–54:21] Moulish, Reve, Hermans. En er was nooit eens iemand die bedacht misschien zijn het er wel grote vier. Of misschien is het er maar grote één. Helle Hazen. Nee, in alle nederigheid zoals deze urn heeft zij gewerkt aan een oeuvre.
[54:21–54:37] Dat nog steeds veel gelezen wordt. En deze urn, je ziet ook dat daar een ring omheen is gegraveerd en de manier hoe het dichterbij komt dan ziet u dat het een handschrift is daar is iets geschreven het is het handschrift het oorspronkelijke handschrift
[54:37–54:50] van helle hazen en het is de eerste regel uit haar beroemde boek oerhoek het boekenweekgeschenk van 1948 waar ze bekend mee werd en de zin gaat als volgt oerhoek was mijn vriend als ik terugdenk
[54:51–55:06] aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oerhoog in mij. En dat staat erop, compleet met verschrijvingen en doorhalingen. Dus in die zin is het een heel persoonlijk monumentje geworden. [55:09–55:35] We nemen afscheid van Hellehaze en lopen naar het water, naar de Urnevijver.






