
Herengracht 40 · 1790
Te bezichtigen: stijlkamers eerste verdieping
Aan het begin van de 19de eeuw maakte de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een korte periode deel uit van Frankrijk. Keizer Napoleon benoemde zijn broer Lodewijk tot vorst van Holland. Lodewijk Napoleon vorderde het stadhuis op de Dam en riep Amsterdam uit tot hoofdstad van het nieuwe koninkrijk. Tevens werd door de Franse keizer een gouverneur-generaal naar Amsterdam gezonden, met als voornaamste taak een suikerbieten-cultuur in Holland op te zetten. De Fransen hadden in deze tijd een groot tekort aan suiker sinds de Engelsen de aanvoer van tropische produkten blokkeerden. In 1810 arriveerde de gouverneur-generaal C.F. Lebrun (1739-1824) in Amsterdam en koos het in 1790 verbouwde pand Herengracht 40 als zijn residentie.
Voorheen stond op deze plek aan de Herengracht het huis de Vergulde Lelie uit 1627. Samen met het huurpand werd dit pand in 1790 gesloopt en vervangen door het huidige huis in Lodewijk XVI-stijl. Het pand Herengracht 40 valt op door het sobere uiterlijk. De brede natuurstenen gevel is nauwelijks voorzien van ornamenten en alleen de horizontale voegen, de versierde onderdorpels van de raamopeningen en de lijst met gebogen trigliefen (de driegleuvige stenen in een fries in de classicistische bouwstijl), afgewisseld door rozetten, geven het gebouw karakter. Herengracht 40 kan beschouwd worden als een voorbeeld van de omslag in de Amsterdamse architectuurgeschiedenis die ongeveer in de tweede helft van de 18de eeuw plaatsvond.
Als reactie op de Lodewijk XV-stijl, de bouwstijl waarin men klokgevels versierde met fijne krullen en kuiven, koos men weer voor strenge klassieke kroonlijsten aan de gevels. Het gebouw werd waarschijnlijk ontworpen door Jacob Otten Husly (1738-1796), tevens architect van bijvoorbeeld een vergelijkbaar pand als Herengracht 382. De Franse draairamen van de hoofdverdieping – een noviteit in 1790 – hebben halfronde bovenlichten. De hoofdentree ligt lager dan het straatniveau; de dubbele deur met de opleglijst is gedecoreerd met een bladmotief; aan weerszijden van de entree bevinden zich nog authentieke bladranken. De eerste steen werd op 5 juni 1790 gelegd door de zoon van de bouwheer, de heer T.A. van Iddekinge. De zoon zou zich opwerken tot wethouder en waarnemend burgemeester van Amsterdam. De familie van Iddekinge woonde nog tot 1796 in het statige pand. In 1808 werd het pand verkocht aan de regering van het nieuwe koninkrijk Holland.
In de loop van de 17de en 18de eeuw veranderde het interieur van een Amsterdams grachtenhuis aanzienlijk. Er ontstond langzamerhand een samenhang tussen plafond, wanden, vloeren en meubels. De constructie van het bouwwerk verdween langzaam achter versierde stucplafonds. Binnen geprofileerde lijsten werden grote schilderingen op doek gespannen en boven schoorsteenmantels kwamen hoge spiegels te hangen. Ook in het interieur van Herengracht 40 is deze omslag te zien. Bij binnenkomst valt direct de rijk gedecoreerde entree-hal voor het trappenhuis op. Boven de deuren hangen tandlijsten met daaronder trigliefmotieven en rozetten; het plafond is versierd met festoenen van gips. In de voorkamer bevindt zich nog de oorspronkelijke betimmering; de schilder van de bespanningen met weidse landschappen die een groot ruimtelijk effect hebben, is vooralsnog onbekend.
In de kale nissen in de achterkamer bevonden zich ook dergelijke doeken. Tijdelijk opgeslagen in het Amsterdams Historisch Museum zullen zij, nadat de ruimte is ingericht als appartement, door de huidige eigenaar weer teruggeplaatst worden. Tevens zal de kamer weer belegd worden met een visgraatparket. Boven de marmeren schouwen in de achterkamer hangen hoge spiegels. Zij zijn echter moeilijk te zien aangezien zij verborgen zitten achter een dikke laag verf. Deze ruimte heeft een zuiver classicistische indeling met een lambrizering die verdeeld wordt door Ionische pilasters, waarvan de voluten schuin naar voren steken. In de cannelures (de gootvormige groeven in zuilen) van de pilasters zit een tulpmotief verwerkt.
Na de omwenteling in 1813 – de Franse ambtenaren werden verjaagd en koning Willem I riep het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden uit – werd Herengracht 40 rijkseigendom. In 1831 vestigde zich de Nederlandsche Handel-Maatschappij in het gebouw; het pand werd het eerste grachtenhuis aan de Herengracht dat volledig als kantoor zou worden ingericht. In de tweede helft van de 19de eeuw kreeg het pand weer een andere bestemming; de stadsbibliotheek vestigde zich hier een tijd lang. Na gediend te hebben als christelijke school (1885-1943) werd Herengracht 40 weer een kantoorpand. Momenteel wordt de voormalige residentie van gouverneur-generaal Lebrun weer geschikt gemaakt als woonruimte. Bij deze verbouwing wordt zoveel mogelijk gestreefd om de 18de-eeuwse inrichting te handhaven.
Literatuur: H.J. Zantkuijl, BOUWEN IN AMSTERDAM, Amsterdam 1993, blz. 307/553. — P. Spies, K. Kleijn e.a., HET GRACHTENBOEK I, Den Haag 1992, blz. 124.






