
Korsjespoortsteeg 20 · 17de eeuw / in de 18de en 19de eeuw gewijzigd
Te bezichtigen: begane grond en eerste verdieping
Vanwege het hoge grondwaterpeil hebben de meeste Amsterdamse woonhuizen geen echte kelder. Om toch zoveel mogelijk woon- en bergruimte te scheppen bouwde men veelal een meter onder het straatniveau een zogenaamd onderhuis of souterrain. De ‘begane grond’ kwam dan logischerwijze een stuk hoger dan het straatniveau te liggen. De hoofdingang (bel-etage) was te bereiken via een stenen trap. In de 18de eeuw was in de deftige grachtenpanden van de rijke kooplieden dit onderhuis werk- en verblijfsruimte voor het huispersoneel, met een eigen ingang. In de minder sjieke huizen in de radiaalstraten werd deze ruimte gebruikt als opslag- en werkplaats, of zelfs als woning. In de geboorte-akte van Eduard Douwes Dekker (1820-1887) is te lezen dat in de ‘kelderwoning’ van Korsjespoortsteeg 20 een geheel gezin woonde.
De bekende auteur, beter bekend onder het pseudoniem Multatuli (‘ik heb veel verdragen’), zag op de tweede verdieping van dit pand in 1820 het levenslicht. De trap stond in deze tijd nog dwars op de gevelwand. Rechts van deze steile trap bevond zich twee treden lager een deur die toegang gaf tot de kelderwoning. In 1938 werd het pand verbouwd en kreeg het zijn huidige trap, evenwijdig aan de voorgevel.
De familie Dekker heeft het pand niet lang bewoond want reeds na 2,5 jaar vertrokken zij naar een andere woning. Multatuli groeide op in het 19de-eeuwse Amsterdam. In de zedenschets ‘De geschiedenis van Woutertje Pieterse’, waarin personen figureren als meester Pennewip en de hulponderwijzer Stoffel, beschrijft hij het leven in de benauwde stad, vol met binnensteegjes en achterkamertjes. Rangen en standen bepalen nog het sociale leven. Een beeldje van Woutertje Pieterse op de Noordermarkt herinnert nog aan het decor waartegen dit boek zich afspeelt.
Reeds op 18-jarige leeftijd vertrok Eduard Douwes Dekker naar Nederlands-Indië, waar hij eerst in ondergeschikte en later in verantwoordelijke posities werkte voor de Indische regering. In 1856 bracht hij het tot assistent-resident van Lebak maar kwam in conflict met de regent. Aangetrokken door het lot van de inlanders, beschreef hij in Max Havelaar (1860) de wantoestanden in de Nederlandse kolonie. Multatuli stierf in 1887 na een leven vol van omzwervingen, literaire hoogtepunten en diepe armoede. Tussen de ramen van het pand aan de Korsjespoortsteeg werd in 1887 een gedenksteen aangebracht.
In 1943 kocht een bewonderaar van de schrijver het geboortehuis, met het idee aldaar een museum te vestigen die de belangstelling moest wekken voor leven en werk van Multatuli. In 1963, het pand inmiddels in handen van de gemeente, werd de collectie Multatuliana van de Universiteitsbibliotheek verhuisd naar het pand. Op de bel-etage en de eerste verdieping van Korsjespoortsteeg 20 bevindt zich sinds 1975 het Multatuli Museum. Alleen op dinsdag van 10.00 tot 17.00 uur, en ook op zaterdag en zondag van 12.00 tot 17.00 uur, is dit bijzondere museum gratis te bezoeken.
De sobere klokgevel werd waarschijnlijk aan het eind van de 18de eeuw opgetrokken. Het is goed mogelijk dat het huis zelf uit het begin van de 17de eeuw stamt, aangezien op 16de-eeuwse kaarten de Korsjespoortsteeg al volgebouwd is. Op de bel-etage, met een eenvoudig geprofileerde balklaag uit de 18de eeuw, bevindt zich een uitgebreide Multatuli-bibliotheek met alle werken en nagenoeg alle vertaalde edities. In de oostelijke bouwmuur bevindt zich nog een oorspronkelijk bedstede-kastje. Op de eerste verdieping staan allerlei objecten opgesteld uit Multatuli’s leven: onder andere zijn bureau, zijn bibliotheek maar ook zijn reiskoffertje met de initialen D.D. op het deksel. Tevens bevindt zich in deze kamer de urn, waarin een tijd lang de as van de auteur heeft gezeten. Multatuli was één van de eerste personen uit de Nederlandse geschiedenis die zich, geheel tegen de geest van zijn tijd in, overtuigd liet cremeren. Elk jaar heeft het museum een thema-tentoonstelling, waarin de nadruk ligt op één aspect aangaande het literaire genie.
Literatuur: H.A. Ett, BOEKJE VAN HET MULTATULI GENOOTSCHAP, Amsterdam 1949. — Multatuli Museum, folder z.j. van het Multatuli Genootschap.






