Lojong 26 begrijpen
Home » Lojong » Stap 6 – Wees vaardig in relaties » Lojong 26 | Probeer niet om anderen te begrijpen

Lojong 26 | Probeer niet om anderen te begrijpen

Don’t Ponder Others


of wandel een stapje naar voren of naar achteren:

Stap 6: neem verantwoordelijkheid
voor je leven

Je kunt soms veel energie kwijt raken door krampachtig de ander te willen begrijpen. Om naar een verklaring te zoeken voor zijn gedrag. Soms is dat helemaal niet behulpzaam. Het helpt om deze slogan nier alleen op anderen te laten slaan maar ook op jezelf. Lees hem eens als ‘Probeer niet jezelf te begrijpen’. Wat voel je?
Wanneer je het verklaren loslaat (van anderen, van jezelf), ontstaat er ruimte om iemand en jezelf werkelijk te ontmoeten. Niet als raadsel dat opgelost moet worden, maar als mens. Soms begint verbinding precies daar: waar het begrijpen ophoudt en het kijken begint.

Wat is zelfkennis?

We gaan er vaak van uit dat zelfkennis begint met naar binnen kijken. Alsof onze innerlijke wereld een landschap is dat we kunnen verkennen: hoe dieper we graven, hoe meer waarheid we vinden. Ken uzelve klinkt dan als een uitnodiging tot introspectie. Maar wie eerlijk kijkt, merkt al snel dat deze aanpak minder oplevert dan ze belooft. Misschien is de vraag niet of we dieper moeten graven, maar of we op de juiste plek zoeken.

Lojong probeer anderen niet te begrjjpen

In onze cultuur leeft het vertrouwen dat zelfkennis de basis is voor een goed leven: beter kiezen, bewuster handelen, meer empathie. Eerst jezelf doorzien, dan pas de wereld. Dit ideaal gaat samen met de aanname dat wij van binnen doorzichtig zijn voor onszelf: dat onze motieven kenbaar zijn en onze drijfveren verklaarbaar. In de praktijk verrassen we onszelf vaker dan we zouden willen toegeven. Veel van wat wij ‘zelfkennis’ noemen, zijn reconstructies achteraf — verklaringen die logisch klinken, maar weinig voorspellende waarde hebben. Totdat we zulke verklaringen als waarheid aannemen, dan gaan we er vaak naar leven.

Wat als zelfkennis minder gaat over begrijpen en meer over zien?

Praktische zelfkennis is een nuchter inzicht in hoe je als mens werkt. Het is weten dat gedachten en gevoelens komen en gaan; dat je soms buitenproportioneel reageert; dat onzekerheid en angst niet verdwijnen door ze te analyseren, maar simpelweg onderdeel zijn van de menselijke conditie. Dat is wat zichtbaar wordt wanneer je observeert in plaats van verklaart. Niet het waarom staat centraal, maar het wat: wat gebeurt er nu, wat doet dit met me, waar beweegt dit heen?

Een ideaal van hoe je zou moeten zijn verstoort die blik. Achter vragen als “Waarom ben ik zo moe?” schuilt vaak het verlangen om onvermoeibaar te zijn. De vraag markeert de afwijking van dat ideaal en stuurt je richting controle, wilskracht en corrigeren — meestal zonder resultaat. Wie begrijpt hoe een menselijke geest werkt, maakt zich minder zorgen over zijn moeheid; hij herkent haar als menselijk.

Praktische zelfkennis leidt dan ook niet zozeer tot begrip, maar tot een andere houding. Minder strijd met jezelf, meer ruimte om te handelen vanuit wat haalbaar is. Niet perfectie, maar werkbaarheid.

Vanuit dat perspectief verandert ook hoe we naar anderen kijken. Een ander begrijpen betekent meestal dat we de hiaten in onze kennis opvullen met aannames en vermoedens. We plakken onze logica op iemand anders en verwarren dat met inzicht. Slogan 26 — “Probeer niet om anderen te begrijpen” — nodigt uit om daarmee te stoppen. Niet om afstand te scheppen, maar om preciezer te worden. In plaats van te denken dat we weten waaróm iemand iets doet, leren we kijken naar wat iemand laat zien. Niet invullen, maar waarnemen. Niet interpreteren, maar aanwezig zijn.

Reflectievraag

Als kind zei mijn moeder weleens tegen me dat ‘ze me kende als haar broekzak’. Dat maakte me altijd boos. Het is niet prettig als iemand denkt te weten hoe je in elkaar zit. Maar er zijn ook momenten geweest waarop ik het juist prettig vond dat ik het gevoel had volledig door een ander begrepen te worden. Wat maakt het verschil?

Wat maakt de ervaring begrepen te worden de ene keer irritant en de andere keer zo aangenaam?


Wat doet de ander? Wat doe je zelf? Wat is de context?

Een oefening in niet-reageren: “Oh, is dat zo?”

Er was eens een vriendelijke Zen priester die leefde in een tempel op de top van een berg. Op een dag wordt er woedend op de poort geklopt. Een man en een vrouw houden een kind vast en schreeuwen naar de priester zodra hij de poort opent: “Een priester inderdaad! Je bent een schande voor het geloof in Boeddha. Onze jonge dochter vertelt ons dat deze baby van jou is. Neem het onder je hoede!”
De priester zegt: “Oh, is dat zo?” en neemt het kind in ontvangst.

De woedende ouders vertrekken. De tijd verstrijkt. Uiteindelijk bekent het meisje aan haar ouders dat haar zwangerschap niets te maken had met de priester; de vader van het kind is een jongeman uit een belangrijke familie, en om hem of zijn familie niet te onteren, had ze gezegd dat de priester de schuldige was, en nu heeft ze veel spijt van deze leugen. De gekrenkte ouders haasten zich naar de tempel en buigen met hun hoofd naar de grond. “Het spijt ons zo. We kunnen niet geloven dat we die dingen gezegd hebben, vergeef ons alstublieft.” De priester zegt, “Oh, is dat zo?” en geeft het kind terug.. Dit is hoe hij oefende in verdraagzaamheid naar zichzelf en naar anderen.

Wees hoe dan ook geduldig.

(vrij naar Norman Fischer, Training in compassie – Zen Teachings on the Practice of Lojong en de zenlessen van Arthur Nieuwendijk, Zen.nl Amsterdam)

Overweldigende en duurzame ervaringen die het leven ietsje mooier maken

Snel bladeren