Don’t wallow in self-pity
Stap 7 stelt:
Herhaling van de training van je geest is noodzakelijk door de hardnekkigheid van menselijke neigingen. De Lojong leert echter dat begrippen als meditatie en compassie geen vaste entiteiten zijn: zodra je ze idealiseert, ontstaan spanning en zelfkritiek. Ware beoefening is eenvoudig en vanzelfsprekend, zonder ergens aan vast te houden. Alles is al zoals het is. Aanvaard dat.
Stap 7 is een verzameling oefeningen om te leren leven in een krankzinnige wereld. Op je gemak en met ruimte.
Heb geen zelfmedelijden
Het leven is hard. We krijgen lang niet altijd wat we nodig hebben en soms wordt ons onbegrijpelijk onrecht aangedaan. Tegenslag en teleurstelling zijn niet te vermijden. Dat geldt voor iedereen. Maar als het jezelf overkomt, dan verlies je dit grotere plaatje makkelijk uit het oog. ‘Arme ik.’ Je denkt: ‘Waarom moet mij dit nu weer overkomen?’
Zelfmedelijden is niet alleen maar de erkenning dat het leven, en jouw leven dus ook, bij vlagen heel moeilijk is. Bij zelfmedelijden draait het alleen om je eigen beproevingen. Die staan centraal in jouw ervaring van de werkelijkheid op dat moment. In die ervaring is de last die anderen dragen minder belangrijk of helemaal niet aanwezig.
Dat maakt zelfmedelijden tot een herkenbare manifestatie van ego: je aandacht, je gedachten, je gevoelens en je lichaamstaal richten zich exclusief op de narigheid die jij op dat moment ervaart en kunnen zich daar niet los van maken.
Zelfmedelijden kan opkomen en snel weer voorbijgaan, bijvoorbeeld als je na een half uur wachten aan de telefoon eindelijk wordt doorverbonden met de helpdesk, maar door een onhandigheid aan de andere kant de verbinding wordt verbroken. In meer aangrijpende omstandigheden kan zelfmedelijden ook beklijven en zelfs gaandeweg op subtiele wijze ons dagelijks leven verkleuren. Vluchtig zelfmedelijden is makkelijker te herkennen, aanhoudend zelfmedelijden wat moeilijker, want niemand laat zich graag voorstaan op zelfmedelijden. In die gevallen kan klagen een hint zijn.
Medelijden hebben met jezelf gaat hand in hand met de slachtofferrol en die doet ons klagen. Er is een belangrijk verschil tussen slachtoffer en slachtofferrol. Een slachtoffer is iets aangedaan. De slachtofferrol daarentegen, gaat niet over wat er feitelijk is gebeurd, maar over hoe daarmee wordt omgegaan. Kenmerkend voor de slachtofferrol is dat er geen verantwoordelijkheid wordt genomen voor eigen gevoelens, gedachten en keuzes. Je zoekt iets of iemand buiten jezelf die je aanwijst als dader en die je verantwoordelijk houdt voor je eigen gemoedstoestand en voor de loop van je verdere leven.
We zijn allemaal van tijd tot tijd slachtoffer. En soms is wat ons overkomt verstrekkend en ingrijpend. Maar wie slachtoffer is hoeft de slachtofferrol niet aan te nemen. Dat is waar zen over gaat: het vermogen ontwikkelen om onder alle omstandigheden de volledige verantwoordelijk te kunnen nemen voor je eigen gedachten en gevoelens.
In zelfmedelijden kunnen slachtoffer zijn en slachtofferrol makkelijk versmelten. ‘Heb daarom geen zelfmedelijden,’ zegt slogan 56. Omdat zelfmedelijden ons vast kan zetten in een gerichtheid op ons eigen leed. Met als gevolg dat onze blik vernauwt, dat we steeds minder mogelijkheden zien, dat we vereenzamen en dat we zowel emotioneel als in onze gedachten in kringetjes blijven ronddraaien. Dat draagt niet bij aan ons eigen mentale en fysieke welzijn, en evenmin aan dat van anderen. Door onze geest te trainen leren we tegenwicht te bieden op die momenten waarop we alle aandacht op onszelf richten. Bijvoorbeeld bij zelfmedelijden.
Hoe doe je dat? Het is niet behulpzaam om zelfmedelijden te onderdrukken of te veroordelen. Het is tenslotte menselijk. Een alternatief is om zelfmedelijden snel te leren opmerken en daar dan een aanmoediging in zien om te proberen de gerichtheid op jezelf om te keren in gerichtheid op de wereld om je heen. Door, concreet, een ander te geven wat jezelf nodig hebt. Niet een specifieke ander, maar alle anderen. En daardoor je vertrouwen te stellen in het grotere geheel. Ook al krijg we, wat we ook doen, niet de aandacht en de waardering die van een bepaald persoon zouden willen hebben, dat hoeft ons niet blind te maken dat aandacht en waardering ook uit andere en soms onverwachte hoeken komt. Vertrouwen is er oog voor hebben dat we altijd ook gesteund worden. Al is het niet op ieder moment door alles en iedereen.
Norman Fischer
Niet wentelen. Uw situatie is zeker ernstig. U bent een tijdelijk, kwetsbaar mens in een beperkte, kwetsbare wereld, en er gaat geen dag voorbij dat u niet, precies volgens de maat van die dag, dichter bij de dood bent, wanneer u absoluut alles zult verliezen wat u dierbaar is. Dus ja, u bevindt zich inderdaad in een gevaarlijke situatie. Maar dat is iedereen. Rijk of arm, fortuinlijk of ongelukkig, of ze nu de loterij hebben gewonnen of al hun geld hebben verloren, iedereen zit in een heel moeilijke situatie.
Als we vol zelfmedelijden zitten, is dat niet omdat we in een kwetsbare, moeilijke situatie zitten. Het is omdat we denken dat we de centrale persoon zijn…in het universum en dat wij slechter af zijn dan anderen. We denken dat wij lijden, niemand anders. Dit is nooit waar. Het heeft veel zin om medelijden met jezelf te hebben. Je zou medelijden met jezelf moeten hebben. Ik heb zeker medelijden met mezelf. Het is erg triest, erg moeilijk om mens te zijn. Maar het hele punt van geesttraining is om tot in het diepst van ons hart, tot in ons bot, zelfs tot in het merg, het begrip en het gevoel te bevorderen dat we niet alleen staan in deze trieste schrijnende situatie. We staan er samen met alle anderen in. En dat maakt het mooi, en zelfs vreugdevol, hoe moeilijk het ook wordt.
1. Wat denk je? (Het hervormen van je perspectief)
• Erken de pijn, maar doorbreek de illusie van afzondering: Lojong vraagt niet om je teleurstelling of verdriet te ontkennen of te bedekken met een “vernislaagje van neppe spirituele vreugde”. Fischer benadrukt dat het heel begrijpelijk en verdrietig is om mens te zijn. De omslag zit erin dat je inziet dat je niet de enige bent. Het idee dat de wereld jou iets verschuldigd was, is een vervorming van het “ik”.
• Zie dat iedereen in een zware situatie zit: Zelfmedelijden isoleert je in bitterheid en slachtofferschap. De kern van de geesttraining is om te beseffen dat iedereen — rijk of arm, succesvol of niet — geconfronteerd wordt met vergankelijkheid en onvervulde verlangens. Dat inzicht transformeert je eenzame pijn in een gevoel van gedeelde verbondenheid.
• Laat de kramp van beloning los: Het idee van een openstaande rekening is gekoppeld aan ik-gerichte patronen zoals het zoeken van zelfbevestiging en erkenning. Slogans zoals slogan 59 (“Verwacht geen applaus”) en slogan 28 (“Heb geen hoop”) herinneren ons eraan om het krampachtige verlangen naar een specifiek resultaat of beloning los te laten.
2. Wat doe je? (De beoefening in de praktijk)
• Gebruik de grond om op te staan: Een bekend Zen-gezegde in de Lojong-traditie luidt: “Wanneer je op de grond valt, gebruik je de grond om op te staan”. Een teleurstelling of het uiteenspatten van een droom is geen reden om de moed op te geven, maar vormt juist de grond van je beoefening. Je gebruikt de werkelijkheid zoals die nu is als afzetduwtje.
• Pas Slogan 19 toe (“Er is maar één punt”): In plaats van mentaal te blijven herkauwen en vast te zitten in je eigen grief, verleg je je aandacht naar buiten. Vraag jezelf af: “Hoe kan ik me opvrissen en openstellen voor anderen?”. Het doen van iets kleins voor een ander haalt de druk van de ketel en bevrijdt je uit de “gevangenis van het zelf”.
• Richt je op de kwaliteit van het moment (Bodhicitta): In plaats van gefixeerd te zijn op uitkomsten of rechtvaardigheid in de toekomst, richt je je op je innerlijke kompas en de kwaliteit van je interactie in het hier-en-nu. Bodhicitta is niet zorgen dat alles uiteindelijk ‘goed komt’ volgens jouw plan, maar “goed zijn, samen, precies in dit moment, hoe onvolmaakt ook”.
3. Hoe reageer je kort samengevat?
Je reageert door de verbittering van de openstaande rekening niet te voeden, maar het verdriet toe te laten, het te herkennen als een universeel menselijk gegeven, en je blik weer te verruimen van “ik” naar “wij”.






